VN MediagidsHaider & schaamte

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

25.10.2008

Door Stephan Sanders

Ik wou dat Thomas Bernhard nog leefde, de Oostenrijkse schrijver die zo walgde van zijn land dat hij er niet over uitgeschreven raakte. Zijn laatste grote toneelstuk Heldenplatz kent een stevige moraal: het Oostenrijk van 1988 (Bernhard stierf in 1989) was in de ogen van de toneelschrijver niet wezenlijk anders dan het nazi-Oostenrijk van vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Van de hyperbool moet je het hebben, dachten veel mensen.

Maar toen ik beelden zag van Jörg Haiders uitvaart, bleek er eigenlijk geen cent overdrijving bij te zitten. Vooraan op het plein in Klagenfurt zat een hoge vertegenwoordiger van de katholieke Kerk, een prelaat in een rood-witte mantel, met devote ogen. Haiders vrouw liep erbij in een soort maxi-dirndljurk, dus zowel lelijk als allesbedekkend. Er werd folkloristisch Karintisch gezongen en gedaan. Omdat de sociaal-democratische bondskanselier verlegen was met de situatie, zei hij dat Haider een man was die 'niemand koud had gelaten'. Mooier kon hij het inderdaad niet maken.
Ik weet eigenlijk niet waar ik moet beginnen om het onwaarschijnlijke en tegelijkertijd verdacht bekende verhaal van Haider te vertellen. Bij zijn ouders maar, overtuigde nazi's die hun zoon al vroeg vertelden over de gloriedaden van de Waffen-SS. Later, als politicus, zou Haider de nazistrijders expliciet eer betuigen. Hij vond dat niet nodig voor de slachtoffers van concentratiekampen. Bij een herdenking van Mauthausen zegde Haider af, want het ging volgens hem hier alleen maar om een 'strafkamp' dat begrepen moest worden 'in zijn tijd'. Vergeet Fortuyn, vergeet Wilders of Verdonk - Haider was niet rechts, of populistisch, of nationalistisch. Hij was nationaal-socialistisch. Een neo, want geboren na de oorlog, toen het kanon was vervangen door het zonnekanon, waaronder Haider niet vandaan te trekken was. Een eeuwig gesoigneerde, eeuwig jonge man. Haider was bruiner dan menige buitenlander. Elk reclamebureau had hem zo als skileraar willen casten.

Hij werd dus partijleider van de FPÖ, die in beginsel liberaal was maar die hij omvormde tot een partij waar het bruine gedachtegoed meer dan welkom was. Daar hoorde niet alleen haat tegen buitenlanders bij, maar eigenlijk tegen alle minderheden die het beeld van het gezonde Oostenrijkse kerngezin konden ondermijnen. Meermalen liet de partij zich negatief uit over homoseksuelen, die de boel zouden 'verzieken'. Intussen bloeiden rond Jorg Haider de warme mannen- en jongensvriendschappen op, die de literatuuronderzoeker Klaus Theweleit in zijn boek Männerphantasien (1977) al zo uitputtend beschreven had.

Het wordt postuum steeds moeilijker te ontkennen dat Haider op zijn minst biseksueel was. Er zijn foto's waarin de latere Landeshauptmann verstrengeld staat met blonde jongens van hooguit zestien, zeventien. Geruchten willen dat hij vlak voor zijn dood een fles wodka leegdronk, samen met een - alweer - blonde jongeman, in het homocafé van Klagenfurt, Stadtkraeme. Daarna ging hij dus de weg op, om, zoals het hoort, de verjaardag van zijn moeder te vieren.

Alles in dit verhaal ruikt naar benepenheid, hypocrisie en verstikking. Nee, ik vind niet dat alle politici zich bekend hoeven te maken als homo- of biseksueel. Maar wanneer je tegen homoseksualiteit ageert en er tegelijkertijd zelf aan doet, wordt dat anders. Stelt u zich eens voor dat Fortuyn zijn homoseksualiteit stelselmatig had ontkend, en tegelijkertijd veel over 'gezondheid' en 'ziekte' had gepredikt. Dit is precies wat Haider deed. Toen hij door een fotograaf betrapt werd met een jongen, liet zijn woordvoerder weten: 'Onze leider houdt graag contact met jeugdigen' en 'de suggestie van homoseksualiteit is weerzinwekkend'.

De hele sfeer is er een van de SA, mannen onder elkaar, flink zuipen, brallen en elkaar grijpen, en dan weer gewoon terug naar moeder de vrouw. Omdat het zo hoort. En ook: omdat het maar om vrouwen gaat.

Het levensverhaal van Haider steekt die hele, intens deprimerende hiv-zaak uit Groningen naar de kroon. Het goede nieuws is dat homo's gelukkig geen betere mensen zijn. Het slechte, dat de gefrustreerde, verkapte en verkrampte homo tot duizelingwekkende narigheid in staat is, juist omdat hij zich altijd 'slachtoffer' blijft voelen en zijn daden daarom makkelijk kan bagatelliseren.
Schaam ik me voor Haider? Het zou gemakkelijk zijn te zeggen: 'Nee, hoezo, wat heb ik met die man te maken?' Maar ik herinner me hoe ik als veertienjarige met het idee speelde mijn seksuele voorliefde glashard te ontkennen. Ik deed het lekker wel, maar zei niets. Ik deed het ook met meisjes, al was het maar om mezelf in te dekken.

Dat vind ik nog steeds een treurige herinnering, en als zeventienjarige heb ik opzichtig met die praktijk gebroken. Maar in een ander milieu, een ander land, een net iets andere tijd?
Ik begrijp iets te veel van die Haider om hem zomaar terzijde te kunnen schuiven.