VN MediagidsHaantje

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

05.07.2008

Door Stephan Sanders

Wij zaten rond de tafel voor een radioprogramma, atheïsten onder elkaar. Wij geloofden dus ‘in niks’, kun je stellen, maar binnen de kortste keren kregen we discussie over hoezeer we niet in God geloofden. Helemaal, consequent en fundamenteel niet, of toch meer vrijetijdachtig niet.

Dat werd nog een heel debat, waaruit ik in ieder geval één conclusie zou willen trekken die mij ook wel aanstaat: het sektarische zit de mensen in het bloed, wij zijn van huis uit allen protestanten, zozeer zelfs, dat wij voor een splitsing of afscheiding God niet eens nodig hebben.

In dat gezelschap was ook Etienne Vermeersch aanwezig, de filosoof en ethicus die dit jaar door honderd prominente Belgen werd uitgeroepen tot ‘de meest invloedrijke intellectueel van Vlaanderen’.

Zo’n man die bijna eigenhandig de abortus- en euthanasiewet in België in elkaar heeft gedraaid. Als ik zeg ‘invloedrijk’ moet je echt denken aan de minister-president en de koning die hem bellen.
Ik had mij voorgenomen die man heel leuk te vinden en het daverend met hem eens te zijn. Ik kende wat van zijn artikelen, die de Vlamingen dan weer ‘artikels’ noemen, en ik bewonderde zijn atheïstische levenshouding in dat toch zeer katholieke België. Bovendien was de man zelfs nog jezuïet geweest tot zijn vijfentwintigste, waarna hij koos voor het ‘consequent atheïsme’ zoals hij het zelf noemt.

Daar is moed voor nodig, en ik vind het heerlijk om de moed van oudere mannen te bewonderen.
Ik kan dat ook heel goed, al zeg ik het zelf, dat opkijken naar heren in wie ik mijn intellectuele meerdere moet erkennen.

Hebben we hier te maken met een verborgen Vatersuche? Niet per se, al besef ik dat ik oudere mannen afmeet aan mijn eigen vader, en iedere keer weer stomverbaasd ben als ze niet op hem lijken. Vader was iemand die je zo een uurtje bij kon praten over historische feiten, of dit of dat gobelin waar hij toevallig, nu je het zei, nog drie boeken over had liggen. Dit alles onnadrukkelijk, je moest erom vragen, en als je dat niet deed, hield hij zijn mond.

‘Zachtaardig’ is het woord dat hem kenmerkte. Als puber maakte ik hem wel het verwijt dat hij ‘slap’ was, zich niet ‘flink’ genoeg betoonde. Dit alles op de onuitstaanbare toon van de verwaten jongeman: ‘U mag best wel eens wat harder voor me zijn.’

Want kritiek, dat kon, maar tutoyeren was er vroeger niet bij. Ik sta daarom paf als oudere mannen het gevecht met mij aangaan. Letterlijk, ik lijk dan zo’n stripfiguur die even sterretjes ziet, een paar seconden ben ik volkomen overvallen, en daarna bouwt zich een fysieke sensatie op vanuit mijn tenen, die het midden houdt tussen ongeloof en woede. Het is heel sterk, ik heb het nog nooit bij vrouwen gehad, alleen bij oudere mannen, en als Freud het heeft over oedipale spanningen stel ik me er dit bij voor.

Die Vermeersch, dat is een vrijdenker, zoals het heet, maar o wat kunnen die rechtlijnig zijn. Het is iemand die het woord neemt en dan ook niet meer afstaat. Hij praat niet, hij geeft korte colleges. Dat mag natuurlijk, ook omdat hij veel te melden heeft, maar de kunst der conversatie help je er niet mee.

Maar het meest verwonderlijk was dus wel mijn allergische reactie, die je gerust een overreactie kan noemen. Alles in mij, van voetzool tot kruin, kwam in verzet zodra die man iets zei.

Gelukkig zijn veel bewegingen in het brein niet zichtbaar aan de buitenkant, maar geloof me als ik zeg dat in mijn hoofd een compleet leger werd gemobiliseerd. Ook wist ik ineens precies hoe het voelde om een haantje te zijn. Je bent echt even een met de mannen.

Het atheïsme van Vermeersch is getuigend, ik bedoel daarmee dat hij echt het ongeloof predikt, en in stijl dus niets verschilt van een zendeling of missionaris. Ik vind dat als spreektrant eigenlijk altijd onbeleefd.

‘Belerend’ is nog zwak uitgedrukt, maar goed, dat kun je langs je heen laten glijden, daar hoef je niet op in te gaan.

Maar dan manifesteert zich de puberende leerling in mij, die het niet kan velen dat de oudere man of meester mij over het hoofd ziet. Liever bonje dan onzichtbaarheid.

Dit alles is geheel niet in lijn met mijn vader, die zich juist als geen ander onzichtbaar kon maken. Moeder en ik spraken vaak letterlijk over zijn hoofd heen. Ik moet er nu maar eens aan wennen: vader was de uitzondering, zeker niet de regel onder mannen. De meeste pappa’s zijn niet van killing me softly, ze zoeken onbeschaamd het gevecht op, en daarom moet je naast bewondering ook altijd een bokshandschoen op zak hebben.