VN MediagidsGod = homo

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

21.05.2007

Door Stephan Sanders

Altijd als ik denk dat het slecht gaat met Nederland, kijk ik op zondagochtend naar de tv, naar een kerkdienst. Het maakt mij niet uit of die katholiek of protestant is, voor een buitenstaander als ik lijken die mensen in hun zondagse kleren verrassend veel op elkaar.

Sowieso word ik al blij als ik zondagse kleren zie. En dan de welwillendheid van die mensen: veel ouderen, waarvan de mannen bij wijze van vlot een kabeltrui onder hun jasje dragen. Je vindt nog echte Hollandse bloempotkapsels bij de vrouwen en de kinderen die ook in de kerkbanken zitten, zijn van een vooroorlogse beleefdheid. Ik kijk naar dat beeld, het beeld van een naïeve, brave maar ook in- en in gedemocratiseerde samenleving, en ik zie dat die niet zo rot is als ik dacht. Op dat moment wil er ook nog wel eens iemand dwarsfluit gaan spelen; dat zijn altijd meisjes of jonge homo’s die het nog niet weten.

Ik weet dat zo goed, omdat ik vroeger dwarsfluit speelde in de kerk.

Het reëel bestaande christendom in Nederland ziet er heel anders uit dan de reëel bestaande islam: bij uitzendingen vanuit de moskee zie je alleen maar mannen en er zijn nooit kinderen die met vingerverf iets proberen uit te beelden, bijvoorbeeld ‘vrede’. Die beelden spreken boekdelen: in een klap zie je het verschil tussen een godsdienst die door de mensen is eigengemaakt, gemaltraiteerd zo je wilt, en eentje die dat niet is. De islam maakt een zuivere en daardoor onmenselijke indruk – ik mis de dwarsfluit, zogezegd. Ik mis de middelbare vrouwen die hun haren uitdrukkelijk niet verven, die altijd iets mogen voorlezen.

Het is dus wel beleefd om te zeggen dat er in wezen geen verschil bestaat tussen christendom, islam en het boeddhisme, maar het is toch niet waar. Kijk naar de praktijk, naar de ceremoniën, en je ziet waar de democratie heeft toegeslagen en waar niet.
De afgelopen zondag kon voor mij niet stuk, want na de televisiekerkdienst viel ik in een programma over een onbekende vrouw, die Ellemieke Vermolen bleek te heten, en over wie ik op een website las: ‘We kennen Ellemieke Vermolen allemaal als presentatrice van onder andere Shownieuws. De dertigjarige ster is nu al vijftien jaar bezig met een carrière in de schijnwerpers.’

Een carrière in de schijnwerpers, die toch in de kerk begon, want Ellemieke was gereformeerd opgevoed door haar gereformeerde moeder, die ook aan het woord kwam. Tot haar veertiende ging Ellemieke elke zondag naar de kerk, zij droeg dan een rok of jurk, in ieder geval geen broek, want dat mocht alleen maar thuis.

En toen ineens is Ellemieke gestopt met dat kerkbezoek. Ze ging gewoon niet meer. De moeder vindt dat nog steeds ‘niet leuk, maar ja, zo gaat dat toch op een bepaalde leeftijd, je kan ze niet dwingen, hè’.

Dit is in het kort de geschiedenis van de Nederlandse geloofsafval – zo gewoontjes en druilerig. Ellemieke zegt tot troost aan haar moeder dat ze nog wel bidt, bijvoorbeeld om God om hulp te vragen als zij Shownieuws moet presenteren. ‘Maar mijn god is net zo goed van het christendom, als van de islam en het boeddhisme,’ zegt ze er netjes achteraan.

Quod non. Ik geloof dat alleen een Nederlandse god weet waar ie Shownieuws van SBS kan vinden.

Al die gewone, beetje melige verhalen uit eigen land – je zou bijna vergeten hoe ongewoon ze in feite zijn. Overal in Europa worden tegenwoordig comités opgericht door mensen die zich uitdrukkelijk ‘ex-moslim’ noemen. Zij vallen niet zachtjes van hun geloof, zij doen dat met veel kabaal, en ik prijs ze daarom.

Het vergt in Nederland geen moed om van je christelijke geloof te vallen, als je niets doet, gaat het eigenlijk vanzelf, maar wie als moslim geboren wordt, hoort ook zo te sterven. Je kunt je bijvoorbeeld niet uitschrijven, zoals je dat wel als katholiek of protestant kan. Dat is een veeg teken: wanneer een geloof geen uitgang kent, is het geen geloof, maar een verplichting. Als gelovigen zichzelf een beetje serieus zouden nemen, zouden ze eisen dat de niet-gelovigen van hen gescheiden kunnen worden, want anders stelt hun eigen overtuiging ook niets voor.

Het punt dat de ex-moslims maken, is een heel sterk punt. Ze zouden stilletjes kunnen afvallen, maar doen het hardop. Ze weigeren op zondagavond stiekem naar het park te gaan, maar zeggen luid: ‘Ik ben homo.’
Het gaat goed met Nederland.