VN MediagidsGepunnikte mening
06.09.2008
Het was een groot bruiloftsfeest met corsages en dames met hoeden en champagne en blijde gezichten die net nog gehuild hadden van ontroering. Waarom mensen die elkaar al heel lang kennen toch gaan snotteren zodra ze publiekelijk het ja-woord geven, het ruikt naar conventie en het blijft een raadsel, maar het werkt aanstekelijk, want iedereen pinkt graag een traantje mee.
In het middelpunt van deze traditionele feestpartij stonden twee bruidegommen, geen bruid te bekennen. Het meest opvallende daaraan was weer dat het allemaal zo gewoon leek. Twintig jaar geleden kwam het niet voor en nu speelden alle bruiloftsgasten dat het de normaalste zaak van de wereld was. Ik zeg ‘speelden’, maar daarmee doe ik het naturel van de aanwezigen geen recht. De schoonvader, de blijde moeder, ze hadden er twintig jaar geleden niet aan moeten denken en nu waren ze er oprecht gelukkig mee.
Omdat een van de twee mannen uit de politieke wereld komt, waren er ook veel politici van de partij, ik zag Wouter Bos en Geert Dales en ook premier Balkenende met vrouw en dochter. Ze spraken geanimeerd met het bruiloftspaar en ook daar was niets geforceerds of moeizaams aan. Twee jaar geleden, toen Balkenende in Indonesië in discussie ging met studenten van de Islamitische universiteit, bekende de premier dat-ie als Tweede Kamerlid tegen het homohuwelijk was geweest. Daar ontstond toen ophef over, D66 en ook de VVD vonden dat de minister-president het verworven homorecht wel wat flinker had mogen verdedigen, en dat deed Balkenende op hun verzoek prompt, want bij thuiskomst zei hij: ‘Ik sta als minister-president vanzelfsprekend pal voor het homohuwelijk.’ Dat is wel heel veel pal, ‘vanzelfsprekend pal’, maar de goede bedoelingen waren niet te missen.
Wat is er in de loop van de jaren toch met Balkenende gebeurd, heeft zich een radicale bekering voorgedaan, een van Saulus tot Paulus ervaring, heeft deze man zichzelf opnieuw uitgevonden, viel hem plots een nieuw inzicht toe, ‘ik geloof ineens dat ik vanzelfsprekend pal sta voor het homohuwelijk’? Ik denk het allemaal niet, dat soort veranderingen gaat veel gewoner en achtelozer dan de Bijbel doet geloven. In abstractum is het makkelijk tegen het homohuwelijk te zijn, je vindt bijvoorbeeld dat het huwelijk op bijbelse of conventionele gronden een verbintenis hoort te zijn tussen een man en een vrouw, en het scheelt dan een stuk als je niemand kent die toevallig homo is en die wil trouwen.
Maar dan verandert het politieke klimaat, en jijzelf verandert mee zonder het in de gaten te hebben. Bovendien leer je iemand kennen die je respecteert, en die man is homo en heeft een vriend, en je zou eigenlijk niet weten wat je daar tegenin zou moeten brengen. Zo ongeveer, en voordat je het weet sta je met een vertederd kijkend dochtertje te kletsen op een
homohuwelijkspartij.
Ik raak altijd licht ontroerd van die niet-spectaculaire veranderingen waar je met goed fatsoen geen speelfilm van kunt maken. Is deze ‘Jan Peter Balkenende nu een heel andere dan voorheen’ om met Wijnand Duyvendak te spreken? Nee. De clou is nu juist dat er geen radicale persoonsverandering optreedt, maar dat er wat bijgeschaafd wordt en dat er wat aan- en wegslibt, zonder lichtflitsen en donderstralen of ander Chinees vuurwerk.
Twintig jaar geleden was ik ook tegen het homohuwelijk, dat vond ik toen geloof ik burgerlijk, en burgerlijk, dat was de doodssteek. Afijn, nu ben ik zelf getrouwd. Intussen kan ik nog steeds een verband leggen tussen de man die ik toen was en nu ben. De kunst is om de draad op het spoor te komen die heden en verleden met elkaar verbindt, en die draad te volgen, zonder episodes te verloochenen of te ontkennen. Je verliest daar iets mee: de illusie dat je een man uit één stuk bent. Dat pal staan valt bij nader inzien behoorlijk tegen.
Maar wat je wint aan een moeizaam bij elkaar gespaarde nieuwe opinie, is dat je die op jezelf hebt veroverd. Je ‘vindt’ geen mening, zoals een euro die op straat ligt, je breit en punnikt hem bij elkaar. Hij is altijd maar provisorisch af, en voordat je het weet, voel je jezelf onderuitgaan; je houdt natuurlijk nog even vast aan je oude mening, want daar is veel werk en emotie in gestoken, en trouweloos, dat is het laatste wat je wilt wezen, maar daar ga je, daar glijd je, tegenspartelend en wel, op weg naar het nieuwe standpunt.
