VN MediagidsFamilieportret

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

13.12.2008

Door Stephan Sanders

Afbeelding bij Familieportret

Voor de PvdA’ers was het waarschijnlijk het aftreden van minister Ella Vogelaar, maar voor mij en de rest van de wereld bestond de politieke sensatie van 2008 toch uit de overwinning van Barack Obama.

Ik heb het afgelopen jaar veel over hem geschreven, hoopvol, angstig soms (redt ie het wel) en ook wel geïrriteerd (zijn omgang met doem-dominee Wright). Maar in die laatste kredietcrisisweken wist ik het zeker: hij zou het worden. Om me heen zoemde het latente racisme­-scenario rond, in de beslotenheid van de stemhokjes zouden die Amerikanen nooit voor een gekleurde president kiezen.

Het is altijd deftig je met stapels argwaan te omgeven, en mijn Obama-geloof maakte me op een zeker moment tot een dommerdje. Maar de man won, en toen kwam eigenlijk de grootste verrassing. Ik had me ingesteld op deze nieuwe president, maar ik had hem nog niet als zodanig voor me gezien. Misschien was zijn overwinning nog wel meer een beeld- dan een politieke revolutie. Want tijdens die verkiezingsnacht stond hij daar, uitgelaten, met zijn vrouw en zijn zwarte dochters, een compleet gekleurd gezin, en ik keek naar die scène en voelde ’m tot in mijn ruggenmerg, en daar had ik nu weer niet op gerekend.

Ik word niet speciaal geroerd door gezinsportretten, integendeel, ik zie als eerste de krampachtige glimlach van de moeder, en de doffe blik in de ogen van het jongste zoontje, dat volgens zijn vader een stoethaspel is, en dat ook altijd wel zal blijven. Geef mij een familiefoto, en ik zie een bom die hoognodig gedemonteerd moet worden.

Maar bij dit Obama-plaatje was nog iets anders aan de hand. Ik had het me nooit zo letterlijk voorgesteld, met die kinderen en die zwarte vrouw en al, dit was op de een of andere manier een onbestaanbaar beeld, en het was nu realiteit.

In dezelfde tijd zag ik de foto waarop een jonge Obama geflankeerd wordt door zijn beide grootouders, blank zijn die, en hij zit wat onbestemd in het midden, en niet alleen wat kleur betreft.

Dit herkende ik onmiddellijk. Dit zijn mijn ouders, dit ben ik. Of ook: dit zijn mijn ooms, tantes, allemaal blank, en in het midden zit mijn zusje bruin te wezen. Op de een of andere manier kon ik de jonge Obama van het midden helemaal niet verbinden met de echtgenoot die nu zo stralend te midden van zijn gekleurde gezin stond.

Vanwege een verbouwing kwam ik veel foto’s tegen, die ik jaren niet gezien had, waaronder ook eentje van mijn ouders met twee bruine Indonesische kindjes. Dat waren R. en L., die voordat zusje en ik geadopteerd waren onze plaats in hadden genomen. Weer: blanke ouders, gekleurde kinderen, ik moet daar in mijn jeugd zo aan gewend zijn geraakt dat ik zo’n monochrome familie een beetje onnatuurlijk ben gaan vinden.

R. en L. waren gepleegd, niet geadopteerd, zij moesten na een aantal jaren weer naar hun biologische moeder terug. In de schaduw van dat verdriet werd ik in huis gehaald, later ook zusje, en het verhaal van dat gedwongen afscheid moet er bij mij hebben ingehakt, want ik vreesde de dag dat mijn biologie zich zou melden.

Als puber ontwikkelde ik iets wat je nu een extreem politiek correcte visie zou noemen. Ik keek van de weeromstuit een beetje neer op al die gewone mensen, met echte ouders die ook nog eens op ze leken. Zo deden wij van Sanders dat niet, wij adopteerden.

Totdat mijn zusje zeer jong zwanger raakte: dat was, zoals voor ieder middenklasse gezin even schrikken, maar ik vond het erger, ik vond het onbetamelijk, ben ik bang. Niet vanwege die jonge leeftijd, maar vanwege dat hele biologische gedoe, waaraan zij zich nu zomaar ging overgeven. Ik vond dat hoogverraad.

Nu denk ik: het zal je broer maar wezen.

De kindertjes van zus waren natuurlijk leuk, en uiteraard sloeg de vertedering gewoon toe, en werd ik een aardige oom. Nu, meer dan twintig jaar later is de dochter van zusje zelf zwanger. Ik zag haar met zeer dikke buik, mijn nichtje, en tot mijn opluchting merkte ik geen spoor van ambivalentie. Het adoptiegebod was kennelijk opgeheven.

Maar ooit moet het voor mij niet meer dan logisch zijn geweest dat bruine kinderen nooit bij bruine ouders terechtkomen, maar altijd verstrooid worden, opgenomen door welwillende blanken, die dan voor ze gaan zorgen. R. en L., zusje en ik, we leken juist niet op de ouders en dat was de orde der dingen.

En dan zie ik de Obama’s die zich daar zo ostentatief niets van aangetrokken hebben. Ik hap naar adem. Misschien mag het, kan het toch, echte ouders.