VN MediagidsEerwraak op Ayaan

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

20.10.2007

Door Stephan Sanders

Ik kan er geen betere omschrijving voor vinden: wat Ayaan Hirsi Ali de afgelopen weken is overkomen, is niet meer of minder dan een psychologische vorm van eerwraak. De niet-fysieke variant, die een gemeenschap uitoefent op de enkeling die de gore moed heeft – of het lef – om het collectief te verlaten; en dan neemt die enkeling niet eens de moeite om met betraande ogen om te kijken.

Heimwee was toch wel het minste waar Nederland recht op had, en anders wel op tonnen dankbaarheid – en zelfs dat zat er niet in bij Hirsi Ali. Zo werd zij het verwende adoptiekind dat haar hand overspeelde en blijmoedig wegliep bij haar vroegere verzorgers, alsof die mensen nooit hadden bestaan, en van meet af aan alleen bedoeld waren om als springplank te fungeren naar iets anders, iets hogers.

Stank voor dank, dat is de stemming in Nederland, en dat heeft Hirsi Ali geweten.
Ik heb vaker opgeschreven waarom ik het een onzalig idee vind het persoonlijke en het politieke te vermengen, en zelden zag ik daarvan een duidelijker voorbeeld dan de afgelopen weken. De psychologie heeft het hier gewonnen van de politiek, de rancune van de rede. Ik vind dat de politiek zich daarmee van haar meest grillige en emotionele kant heeft laten zien. Dat is onrustbarend.

Hirsi Ali heeft het er zelf naar gemaakt, volgens Nederland, ze was de lastpost die alleen maar voor moeilijkheden zorgde, zonder dat ze ons ooit het idee gaf dat er sprake was van wederzijdse hechting. Zo werd Hirsi Ali het typische voorbeeld van het ‘Bodemloos Bestaan Syndroom’, waar zoveel quasi-deskundigen in de adoptiewereld de mond vol van hebben.

‘Zie je, zo’n meisje wordt toch nooit helemaal eigen’ – dat is de wraakzuchtige conclusie.
Psychologisch is dit drama te begrijpen, al vind ik dat nog geen verontschuldiging. Maar politiek gesproken is het een affront.

Nog geen anderhalf jaar geleden bestond er Kamerbrede steun voor Hirsi Ali, toen Rita Verdonk verklaarde dat het Kamerlid nooit de Nederlandse nationaliteit had bezeten. Maar ik schreef toen al: ‘Maurice de Hond heeft gepeild dat een meerderheid van het Nederlandse volk haar met droge ogen ziet vertrekken. Zij bleef voor de meeste mensen toch de gast aan tafel, die pas ontroering opwekte toen ze definitief afscheid nam.’

Nu, uiteindelijk hebben de peilingen van De Hond het dus gewonnen van het rechtsgevoel. Zoals De Telegraaf de stemming haarfijn omschreef: ‘Wij zijn geen gekke Gerritje.’ In goed een jaar tijd heeft de hele Kamer zich dit ‘gedachtegoed’ eigen gemaakt, met uitzondering van GroenLinks en D66. Ook de VVD, de fractie waartoe Hirsi Ali behoorde, wilde geen cent extra geven voor Hirsi Ali’s beveiliging in het buitenland. Ik heb het hier over dezelfde mensen die een goed jaar geleden nog tranen in de ogen hadden. Hoe kunnen die zo snel in ijsschilfers zijn veranderd?

Sylvain Ephimenco, vroegere vriend van Hirsi Ali, zegt: ‘Zoals de meeste mensen die haar in Nederland hebben gekend, heb ik na Ayaans vertrek naar Amerika nooit meer iets van haar vernomen.’

Deze persoonlijke wrok is nog te begrijpen. Zelf was ik maar een ‘kennisje’, zoals dat heet, en nee, ook mij heeft zij nooit gebeld. Ik vond dat niet onvergeeflijk. Maar dat die persoonlijke rancune richtsnoer is geworden voor de politiek, voor de Tweede Kamer – dat is ontoelaatbaar.
Ik twijfel er niet aan of Hirsi Ali heeft de kwestie van haar beveiliging op chaotische en arrogante wijze aangepakt. Oh ja, dat dingetje in Nederland dat ook nog geregeld moet worden. Ik snap de irritatie. Maar ik snap niet dat zo’n gevoel de boventoon gaat voeren bij politici. Kende het Verenigd Koninkrijk een Maurice de Hond ten tijde van de Rushdie-affaire, Salman Rushdie had zijn eigen lijfwachten moeten betalen. Salman Rushdie was nu waarschijnlijk een dode schrijver geweest.

De Salafisten en moslimterroristen kennen nu de werkelijke prijs van Hirsi Ali. Voor die paar ton extra laat het Nederlandse parlement haar vallen. Dat bericht moet in die kringen met vreugde zijn ontvangen.

En had Hirsi Ali niet een andere advocaat…? En had die advocaat die vertrouwelijke stukken…? Ja, dat zal best, maar het is de taak van de Nederlandse regering boven dat gekissebis uit te stijgen. Niet alleen vanwege Hirsi Ali, maar vooral ook uit eigenbelang.

Uiteindelijk werd nu op tribale wijze met haar afgerekend, terwijl ze juist op de vlucht was voor datzelfde tribalisme.