VN MediagidsEen stad waar niemand van droomt
Als zesjarige al, wonend in Twente, met af en toe uit een uitstapje naar familie in Amsterdam, droomde ik van de grote stad en dat ik daar zou wonen. Vooral herinner ik me het laantje naar het Vondelpark, achter het Leidseplein: huizen aan de ene kant, park aan de andere, lekker veel verkeer in de buurt en geen echte natuur te bekennen. Daar ergens moest ik terecht zien te komen als ik groot was.
De 'grote stad' was niet concreet: zag ik Liesbeth List optreden op de zwart-wit-tv, dan zag ik alles wat je niet in Twente vond. Dat noemde ik 'Parijs'. Ook dat was een plek om van te dromen.
Ik probeer me een jongen of meisje voor te stellen dat nu jong is ergens in de Nederlandse provincie, en dat droomt over Almere. Daar ligt het geheim, daar zal de wereld zich ontsluiten.
Mijn verbeelding schiet tekort. Mensen wonen niet zozeer in Almere, maar in een betaalbaar huis, met een tuin bijvoorbeeld en drie slaapkamers voor de kinderen.
In Utrecht of Amsterdam was het niet te vinden en al helemaal niet te betalen. Iemand houdt van zeilen, hij woont aan het water, de boot ligt aangemeerd in z'n achtertuin, hij kan zo het IJ op varen: dat kan in Almere. Niet de lokroep van de plaats zelf, maar de mogelijkheden die er gerealiseerd kunnen worden - dat is wat mensen naar Almere doet verhuizen. Minder glamour, maar wel een eigen schuur voor de nieuwe fietsen die absoluut niet gestolen mogen worden.
Het is ironisch dat ik 's ochtends, als ik wakker word, uitkijk over een klein kunstmatig eiland dat in het al even kunstmatige Weerwater ligt, met daarop een toren: 'Utopia' heet die. Zo moet Almere ooit begonnen zijn, op de tekentafel, een nieuwe stad in een nieuw land, waar alles nog mogelijk was.
Maar de stad zelf heeft juist niets dromerigs of utopisch: terwijl de Bijlmermeer en Lelystad wel degelijk waren bedoeld om de maakbaarheidsfantasieën van ingenieurs en planologen te stillen, is Almere vanaf het concrete begin (1976) bescheiden geweest in opzet: haalbaarheid was hier het parool, niet de grote, meeslepende visie.
Hoe is het om te wonen in een stad waar niemand van droomt, maar waar de individuele bewoner wel huis en ruimte voor zijn geld krijgt? Het is ontnuchterend.
Ik heb hier nog niemand gesproken (behalve wethouder Adri Duivesteijn) die lyrisch klinkt over de stad; wel zijn er genoeg mensen die tevreden zijn met hun hobbykamer, hun garage, het voetbalveldje voor zoon of dochter om de hoek.
Zo'n gesprek begint altijd in het defensief. Waar ik vandaan kom, willen ze weten. Zeg ik 'Amsterdam', dan beginnen de meesten zich meteen te verontschuldigen voor wat Almere niet heeft. Almere is zo'n plaatsnaam waar kennelijk niemand mee pronkt op familiepartijtjes. Van de weeromstuit begin ik de stad te prijzen. Drie keer heb ik nu al gehoord: 'Ja, maar jij kan weer weg.'
Martin Sommer schreef in de Volkskrant over de huizenprijzen, die vooral in Almere zo schrikbarend dalen (met 7,2 procent). Dat is geen statistiek, dat is geleefde ervaring. Mensen verhuizen graag en veel in Almere zelf, van een redelijk groot naar een nog groter huis, en die opgaande lijn is ineens doorbroken. Je zit vast aan je huurhuis of je hypotheek in wat de meest mobiele stad van Nederland moest zijn. Het scala aan mogelijkheden is plotseling een fuik geworden. Dit was al niet de stad van je dromen, nu wordt het ook nog eens de plek van de niet vervulde wensen.
Als het zelfs niet meer 'kán' in Almere, zoals de gemeentelijke voorlichting adverteert, staat het bestaansrecht van de plaats zelf op het spel. Dan zijn de verzachtende omstandigheden verdwenen die een verblijf hier legitimeren. Wat is je alibi nu nog tegen die vervelende broer in Den Haag, als je hem niet de voordelen van de upward mobility kunt tonen?
Iedereen in Almere is een migrant, vaak van binnenlandse snit. Maar zo'n migrantengemeenschap is niet per definitie tolerant ten opzichte van nieuwkomers. Neem C., een Surinaams-Hindoestaanse vrouw die zelf van Paramaribo naar Amsterdam en van daaruit naar Almere is verhuisd. Ze heeft hier PVV gestemd, want ze vreest de grote Marokkanenstroom vanuit Amsterdam. En, zegt ze, als Hindoestaan 'heeft ze het niet zo' op die moslims.
Eén zo'n vrouw schudt alle schema's die waren opgesteld om de winst van de PVV te verklaren, door elkaar.
Wanneer iedereen in zekere zin migrant is en nieuwkomer, is de onderlinge concurrentie des te straffer. Ja, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje, maar eerlijk gezegd zat ik hier toch veel eerder dan jij.
Noem dat maar eens geen logica.
