VN MediagidsEcht
02.09.2006
Het is nog niet eenvoudig om in het Zuid-Limburgse Valkenburg te verdwalen, maar goed, mij lukte het, en vervolgens deed ik nog iets waar een echte man zich niet snel toe verlaagt.
Ik zocht niet naar de gemeentelijke informatiezuil met plattegrond, die ongetwijfeld ergens stond opgesteld, en ook probeerde ik niet door trial and error mijn weg terug te vinden. Nee, ik schoot de eerste de beste voorbijganger aan die ik zag, want ik heb een op niets gebaseerd en dus heilig vertrouwen in sprekende wezens, zolang er maar gepraat kan worden is de oplossing nabij.
Daarin ben ik geloof ik een echte Nederlander.
De man was niet gewoon behulpzaam, de man had de hele ochtend staan wachten totdat ik een beroep op hem zou doen, zijn stem maakte een juichsprongetje toen hij begon uit te leggen hoe ik mijn weg moest vervolgen, inclusief geschatte wandeltijd en te passeren bezienswaardigheden.
Pas toen hij sprak hoorde ik dat hij een Turkse Nederlander was, ja, donker haar, zwarte ogen, mij leek het een typische zuiderling, maar het heil was al geschied; ik had zonder het te weten van een allochtoon een autochtoon gemaakt, iemand die zich niet voor zijn aanwezigheid hoeft te verontschuldigen, maar die samenvalt met de grond waarop hij staat, een vraagbaken voor vreemdelingen.
Iedereen die als toerist New York heeft aangedaan en daar de plaatselijke connaisseur mocht spelen, weet hoe vleiend zoiets is.
Iedereen die tien of twintig jaar op dezelfde plek woont en toch nooit inlichtingen mag geven vanwege een ‘on-Nederlands uiterlijk’ moet dus wel in dezelfde mate de depreciatie voelen. Idee voor de volgende naturalisatiedagen: een Nederlander zijn, dat is in je eigen woonomgeving aangesproken worden op je kennis en autoriteit. Wie nooit de kans krijgt te bewijzen dat hij ergens thuis is, zal zich automatisch ook minder thuis voelen.
Terug in het hotel, in precies de elf minuten die mijn raadsman me had voorspeld, las ik de kranten en verbaasde mij over de namen van de nieuwe rechtse partijen. Nawijns ‘Partij voor Nederland’ en vooral Marco Pastors ‘Eén NL’. Dat laatste zal wel bedoeld zijn als belofte, maar ik vind het een regelrecht dreigement. Wie wil er nu dat Nederland ‘één’ wordt, wat een kitscherig idee, het is de kortste weg naar de opheffing van de democratie. Communisten en fascisten droomden altijd van die eenheid, en de politieke islam is wat dat aangaat een waardige opvolger. Wie de vrijheid serieus neemt (en dat zeggen al die conservatieve splinters) kan zich niet tegelijkertijd uitspreken voor ‘eenheid’, want vrijheid betekent meningsverschil, ‘we agree to disagree’, dat is de democratische kern, en wie meer belooft koerst af op de éénpartijstaat.
Ook vreemd en veelzeggend is dat verbeten gevecht om de domeinnaam ‘Nederland’. Zou er werkelijk iemand zijn, die dacht dat Nawijn de Partij voor Duitsland had opgericht? Wat wordt hier dan nog meegedeeld? Van oudsher was er een partij die het nodig vond om haar nationale identiteit te onderstrepen, en dat was de Communistische Partij Nederland. Zo gek was dat niet, want lange tijd kwamen de oekazes daar regelrecht uit Moskou, en om die aantijging voor te zijn, moest er dus nationalistisch worden overdreven. En de nieuwe partijen? Hoe onzeker moet je eigenlijk zijn, wil je hier te lande een partij oprichten met de expliciete vermelding Nederland. Ik denk altijd: als iemand mij herhaaldelijk en ongevraagd meedeelt dat hij ‘een echte man’ is, dan begin ik het zaakje te wantrouwen. Wat wordt hier overschreeuwd?
Het is waarschijnlijk zinniger je af te vragen: wat wordt hier onder dekking van de neutrale Nederlandse naam nog meer gefluisterd? De suggestie dat er naast de natiestaat Nederland nog een ander, een echter Nederland bestaat, zoals niet alle mannen echte mannen zijn.
Die echte Nederlanders moeten zich aangesproken voelen door de code: het is een knipoog in woorden voor de boze verstaander.
Tragisch genoeg verspelen die rechtse conservatieve partijen zo veel van hun potentiële aanhang: want juist in moslimkringen is het conservatieve ideeëngoed springlevend: dat homohuwelijk, daar komen ze wel uit met Nawijn.
Maar nee, echte Nederlanders vragen niet de weg aan onechte of vreemde landgenoten, en dus zijn ze veroordeeld eindeloos te blijven dwalen.
