VN MediagidsDuurzame lust
23.06.2009
Nu eens een echt actuele kwestie, ik bedoel zo’n vraag van alledag, die telkens weer terugkeert, en waar je weinig tot niets over hoort. Of althans, praktisch geen waar woord.
In de lesbische scene hebben ze het over de ‘beddendood’; dat klinkt sinister – het zal wel afgeleid zijn van de wiegendood – en zo erg is het nu ook weer niet, maar gecompliceerd genoeg.
Twee vrouwen worden verliefd, gaan samenwonen, delen die ene afwasser, kopen samen borden en bestek, denken aan de kalkontharder, hebben soms ruzie wie aan de kalkontharder moet denken; o ja, ze houden ook nog van elkaar, vrijen, hebben seks, hebben het ook heel druk, ‘lieverd, vanavond niet’, ‘lieverd, deze week even niet’, kopen een huis, krijgen een kind, o ja, houden nog steeds van elkaar, zoveel zelfs, dat ze ‘beste maatjes’ worden, voeden het kind op, krijgen strijd over het opvoeden van het kind, moeten ineens een groot achterstallig bedrag betalen aan de Belastingdienst en slapen naast elkaar, of liggen wakker, zonder elkaar aan te raken.
Dit gaat maanden, misschien wel jaren zo door.
Er wordt niet geslagen, niet gesmeten met de borden die ze zo gezusterlijk hebben aangeschaft; er wordt vooral seksueel gesudderd. Symbiose, vervloeiing, ze zijn te veel op elkaar gaan lijken, de lust is last geworden, of vooral onvoorstelbaar. Maar ze houden, ja, nog steeds van elkaar.
Het fijne aan dit verhaal is dat het over lesbiennes gaat en dat ik daar niet bij hoor. Het vervelende is dat ik de strekking zeer goed herken.
Even wat cijfers, om het niet meteen zo privé te maken. Tachtig procent van de Nederlanders zit in een vaste relatie (ik vind dat ‘zitten’ zo raar klinken, als ‘zitten’ in het gevang). Hoe langer zo’n relatie duurt en hoe monogamer die mensen zijn, hoe minder seks ze hebben. Leeftijd heeft er niet zoveel mee te maken. Stel: een vrouw van zestig wordt dol en dwaas verliefd op een man van drieënzestig. Ze doen het vier keer per week. Dat houden ze een jaar vol. Pas in het derde of vierde jaar van hun verhouding gaat die frequentie naar beneden. In het zesde jaar zitten ze op die zuinige ene keer in de week. Het is de man die aandringt op seks. De vrouw is dol op hem, maar ze kent ook zijn pantoffels, zijn onderbroeken, en die winden haar niet op. De man kent haar onderbroeken niet, want zij doet de was. Bovendien vindt hij dat mannen nu eenmaal meer van seks houden, en beschouwt het daarom als zijn plicht seks op de agenda te zetten en te houden.
Dit inmiddels bijna zeventigjarige stel heeft nog steeds een frequentie waar menig getrouwde dertiger of veertiger niet aan kan tippen. Want die dertigers en veertigers zijn veel langer samen, misschien al tien jaar, ze hebben het razend druk, want geen pensioen en wel kinderen, en eigenlijk vinden ze een keer in de maand mooi genoeg. Wat zeg ik: een keer in de drie maanden.
Zij fantaseert wel eens over haar sportschooltrainer, hij gaat een keer vreemd met de collega. Hij zegt in een dronken, ietwat overmoedige bui: ‘Moeten we niet eens aan speeltjes denken?’ Zij denkt: Lieve help, ook dat nog, maar zegt: ‘Ja, waarom niet, we kunnen het eens proberen.’
Het voordeel van de heterostellen is dat de symbiose meestal niet zo op de loer ligt als bij lesbiennes. Het voordeel van homoseksuele mannen, die geslachtelijk toch ook behoorlijk op elkaar lijken, is dat ze niet zo geneigd zijn tot vervloeiing, omdat ze mannen zijn en dus veel meer hebben geleerd over autonomie.
Maar in alle relaties komt het voor: bij lesbo’s, homo’s en hetero’s. Er is liefde, er is verbondenheid, maar in het aardigste geval wordt de seks plichtmatig en huishoudelijk, in het slechtste een rariteit, iets dat onwezenlijk is en vreemd, juist met degene die je liefhebt.
En ondertussen lezen we in al die flutblaadjes dat het gemiddelde stel het 2,9 maal per week doet, en wordt de schaamte alleen maar groter. Houdt hij wel genoeg van mij? Geef ik wel genoeg om hem?
De rationalisten onder ons zeggen tegen zichzelf: ‘We worden tegenwoordig te oud, we zijn niet gebouwd op zeer langdurige monogamie.’ Mooie analyse, en wat dan? We zijn ook niet gebouwd op een fikse verhouding ernaast, want dan steekt toch de jaloezie de kop op.
Elkaar vrijlaten, seksueel? Homo’s doen het vaak, en helemaal niet slecht. Elkaar loslaten, helemaal? Hetero’s doen het vaak, en noemen het een echtscheiding.
En ik ken mijn eigen kwalen. Zo geconditioneerd, dat seks en lust voor mij met spanning te maken hebben, met onbekende lichamen op de meest onmogelijke plekken. Ik ben daar niet trots op, ik beschouw het als mijn luie Zelf.
Het moet toch mogelijk zijn om lust en opwinding ook langdurig te combineren met degene met wie je de afwasmachine deelt? Ik denk er wel eens over die hele afwasser het huis uit te sodemieteren, als het zou helpen, maar de vraag is natuurlijk: hoe kunnen we een seksuele intimiteit in stand houden, die niet per se acrobatisch hoeft te zijn, maar wel duurzaam?
Bij wijze van uitzondering gaarne suggesties.
