VN MediagidsDubbel
27.10.2007
Deze week nu eens een idyllisch verhaal over de dubbele nationaliteit. Want dat kan, dat bestaat, en ik ben de laatste die daar cynisch over doet.
Als voorbeeld neem ik vriend Gerrit, de man die moeite heeft met zijn eigen naam, vanwege die harde ‘g’. Geboren en getogen in de VS, in het bezit van een Amerikaans paspoort, maar ook van Nederlandse ouders, die in de jaren vijftig hun geboorteland hebben verlaten. Spreekt als kind een paar woordjes Nederlands, de heimweetaal van zijn moeder, maar wordt al snel een echte Amerikaanse student en daarna een Amerikaanse architect. Later, als hij in New York woont, gaat hij zich steeds meer voor zijn roots interesseren, en die liggen dus niet in de bush of ergens hoog op een berg maar gewoon hier, in dit vlakke waterland. Nu besluit Gerrit om een Nederlands paspoort aan te vragen, naast zijn Amerikaanse. Hij komt hier vaak op bezoek en pikt steeds meer woordjes op van de taal die hij nog kent uit zijn jeugd; woordjes zoals ‘stroopwafel’ en ‘anijsmelk’, die schattig zijn en tantes in verrukking brengen, maar die niet meteen de poort openen naar dit land.
Dat Nederlandse paspoort is nog een heel gedoe, maar het lukt. Ik hoor van de onderneming en betrap mezelf op een lichte ontroering: toch leuk, iemand die bewust kiest voor het land waarin ik toevallig geboren ben.
Dit zijn inderdaad ideale omstandigheden: vrije keus, een volwassen besluit, en geen overheid die exclusiviteit afdwingt. Zo zou het altijd moeten gaan.
De laatste keer dat Gerrit ons land aandoet, legt hij trots zijn gloednieuwe, Nederlandse paspoort op de douanebalie: de beambte vraagt een paar dingen, op die vlakke, binnensmondse manier waar ze bij de douane kennelijk op oefenen. Gerrit verstaat het niet. Douaneman herhaalt zijn vraag, dit keer luider en onvriendelijker. Gerrit nog steeds niet begrijpen. Nu wordt het blaffen, douaneman gepikeerd: ‘Je verstaat toch wel Nederlands?’ Nou, dat zit zo, Gerrit legt het uit in het Engels, het Amerikaanse paspoort wordt erbij gehaald en uiteindelijk kan hij doorlopen.
Dat was geen warm welkom voor een nieuwe Nederlander die moeite heeft gedaan, en een etiquettecursus lijkt me aan alle douanemensen welbesteed – aan Nederlandse en Amerikaanse zijde. Maar helemaal onbegrijpelijk is dit misverstand niet: stond ik met een Amerikaans paspoort te zwaaien op John F. Kennedy, de bullies zouden erop rekenen dat ik hun Amerikaanse instructies meteen opvolgde, ook zonder Nederlandse tolk.
Dat kosmopolitisme, waar hoofdredacteur Emile Fallaux zich vorige week sterk voor maakte, dat heeft nog heel wat voeten in aarde. Het is er niet op afroep, het kost meer dan een tweede huis in Frankrijk – ‘zo leuk, buurtjes op de stoep met zelfgemaakte wijn’ – meer ook dan een lang verblijf in het buitenland.
De tijd dat ik in Amerika woonde, werd ik teruggezet in de taal: ik begon daar als een heel vlakke spreker, alle spitsvondigheid en ironie waren uit mijn conversatie gesloopt. De grappige terzijdes over quizmaster zus, anchorman zo – ik miste de pointe. Dat was hard werken om nog een beetje Mij te worden in dat land.
Kosmopolitisme is een prachtig streven, maar de verwerkelijking ervan kost uren huiswerk. De kosmopolitische pose kost daarentegen niets en is letterlijk gratuit – daarmee red je het dus niet.
Ik wil niet zeuren, maar toen prinses Máxima vertelde dat ‘de’ Nederlander niet bestond, net zo min als ‘de’ Argentijn, had ze misschien in metafysische zin gelijk, maar niet in de praktijk. Argentijnen mogen van hun overheid geen afstand doen van hun nationaliteit. Máxima is en blijft Argentijnse, ze wordt net als alle Nederlandse Iraniërs en Marokkanen gegijzeld door de regering van het land van herkomst. Ze hebben niks te ‘voelen’, ze hebben zich te schikken. Zozeer bestaat ‘de’ Argentijn, dat je er je leven lang niet van afkomt, ook al zou je anders willen.
Ja, als vrije keuze is zo’n dubbele nationaliteit leuk en wereldwijs, maar onder dwang wordt het niets anders dan gedwongen nering doen: het is antiliberaal, gericht tegen het individu en het precieze tegendeel van kosmopolitisme.
‘Warum bleiben wir in der Provinz?’ vroeg Martin Heidegger zich voor de oorlog af, en als reden gaf de filosoof hoog op van boeren, Hochwald en zijn skihut in het Zwarte Woud. Zie ik allemaal niets in, benauwdheid moet bestreden. Maar met gemakzucht lukt dat niet.
