Vrij Nederland Driehoeksoverleg van Lichtgekleurde Mensen
Foto: Michael Kai / Corbis
Driehoeksoverleg van Lichtgekleurde Mensen
Sommige discussies heb je al dertien keer gevoerd en de afloop is bekend.
Sommige discussies heb je al dertien keer gevoerd en de afloop is bekend.
Ik heb het altijd al een keer over het tripartite overleg willen hebben, maar omdat ik niet bij het Openbaar Ministerie werk, niet van de Politie ben, en mezelf ook al niet kan rekenen tot het Bevoegd Gezag, is daar weinig kans op. Daarom neem ik de letterlijke betekenis van het tripartite overleg, gewoon, het overleg tussen drie partijen, en dan lukt het wel.
Een stralende middag in Amsterdam-Oost, we bevinden ons op het geheel gerenoveerde Javaplein, dat ik zo’n jaar of tien niet meer had bezocht, waarbij ik ook nog in de veronderstelling verkeerde niets te missen. Niet waar: dat plein, waar het vroeger altijd regende en waar de bomen zo treurig konden zwiepen, ligt er geheel gestofzuigd bij en de mensen die wij vanaf het terras kunnen spotten terwijl ze iets grappigs doen met fietsen, skateboards en kinderen in het algemeen, lijken wel uitgekozen door een castingbureau voor kleurrijke mensen. Wat ziet het multiculti-leven er lekker uit, daar. Bovendien heb ik net Fatima Elatik gezoend, de stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Oost, die op hetzelfde terras van haar eigen beleid zit te genieten. ‘Het is tien jaar investeren, maar dan heb je ook wat,’ sprak zij als Bevoegd Gezag, en dat praatje stond haar stoer.
Het leek ineens ook helemaal niet toevallig dat we voor de Indische buurt hadden gekozen, met al die koloniale namen, en dat ons tripartite overleg juist op het Javaplein moest plaatsvinden.
Het driehoeksoverleg van Lichtgekleurde Mensen die zichzelf tot het negroïde ras rekenen.
Van S. weet ik zeker dat ik hem zo mag omschrijven: hij is een Amerikaanse schrijver die een maand resideert in Amsterdam en geboren is in een echt getto in Cincinnati. Hij omschrijft zijn eigen kleur spottenderwijs wel als ‘orange’, en dat kan hij zich natuurlijk permitteren met die authentieke achtergrond. Hij is sowieso niet van de strenge lijn; blanke mensen die in arren moede naar de term ‘neger’ grijpen, vindt hij niet per se onverbeterlijke racisten. Zwarte mensen die op academisch niveau de hiphopcultuur analyseren en daar, in dat woud van niggahs en bitches allerlei moois en revolutionairs ontwaren, wantrouwt hij als de pest. Ook doet hij niet mee aan het verplichte rondje kankeren op het alledaagse racisme dat ons leven zo vergalt – en eigenlijk hoort dat wel, wanneer drie Lichtgekleurde Mensen elkaar ontmoeten en iets aardigs en ongevaarlijks willen zeggen. S. laat zich ontvallen soms ‘moe’ te worden van al dat praten over zwart zijn. Dat is misschien eerlijk, maar ook linke soep.
D. past wat dat betreft beter in het professioneel zwarte profiel. Post-
doc-student uit Washington DC, jong, mooi, vrouw, lichtbruin, fantastische afro en net niet in een getto opgegroeid. Lower middle class, zegt ze spijtig. Ze heeft al twee keer verteld wat ze nu precies studeert, en ik onthoud het maar niet, het is iets met cultuur en communicatie en analyse tegelijk, en ik noem het maar even sociologie. Zij steekt meteen van wal, met die verplichte tirade tegen de ondoorzichtige postkoloniale structuur die hier in Nederland heerst, en het krankzinnig openlijke racisme, dat te onzent nog steeds de toon zet in allerlei lollig bedoelde tv-commercials en dat zijn perfide hoogtepunt vindt in Zwarte Piet.
Hier zucht ik. Sommige discussies heb je al dertien keer gevoerd en de afloop is bekend. Zij gaat nog vijf minuten door over dat postkolonialisme, dat in Nederland dus helemaal niet zo ‘post’ is, ‘Hé, kijk eens naar de straatnamen,’ en dan zeg ik een tikje te venijnig: ‘Luister eens, anderhalf jaar in Nederland studeren, enkel “goedemorgen” kunnen zeggen, en er verder maar vanuit gaan dat iedereen jouw postkoloniale analyse in dat moeizame academische postkoloniale Amerikaans van jou kan volgen – dat treft mij als een hoogst koloniale houding die typerend is voor alle Engels sprekenden, zwart, blank of jawel, Lichtgekleurd.’
En het leek zo zonnig op dat plein.
S. grijpt in en doet dat heel behendig. Raakt mijn onderarm aan, en ook de hare. Zegt iets geestigs in zwart-Amerikaanse slang, iets met ‘niggah’ zelfs, en klinkt ineens als zijn moeder.
Ik kijk naar D., haar mondhoeken krullen omhoog, het lijkt wel een glimlach. Het Mag.En net nu de lucht weer geklaard lijkt op dat heerlijke terras en S. bij wijze van goedmakertje mij vraagt iets te vertellen over die Gekleurde vader of moeder van mij, en ik dus moet bekennen te zijn opgevoed door Nederlandse mensen, die ‘on top of that’ ook nog blank waren, schudt D. haar hoofd. Ze heeft het echt geprobeerd. Maar ik ben gewoon onmogelijk, een ‘hard case’.
Waarna abrupt einde van het tripartite overleg.
Meer van Stephan Sanders
- Een stelregel: autonome keuzes moeten de overheid in principe geen geld kosten
- Het ideaal bergt een gevaar in zich; het houdt nooit rekening met de onbedoelde gevolgen
- Niets gedaan in de oorlog, niet eens geboren worden, en toch zomaar een verzetsverleden cadeau
- Voor Poetin is niet de burger Dolmatov om het leven gekomen, maar de Rus Dolmatov
- Man is op vakantie, waarom zet ik dan toch verse bloemen op tafel?