VN MediagidsDraagvlak

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

13.10.2007

Door Stephan Sanders

Je kunt je een discussie voorstellen over de stoel.

Iemand met enig, misschien zelfs koninklijk gezag zegt bijvoorbeeld: ‘De stoel, die bestaat eigenlijk niet. Of nee, corrigeer, “de” stoel. Je hebt, als je erover nadenkt, heel verschillende stoelen: keukenstoelen, klapstoelen, kinderzitjes. Kantoorstoelen. Om al die stoelen zijn geen hekken te plaatsen.’

Juist omdat hier iemand spreekt met een zeker, misschien zelfs koninklijk gezag vind je het moeilijk om die flauwigheden serieus te nemen. Het kan toch niet zo zijn dat wij verveeld worden met dergelijke enormiteiten. Er moet iets achter steken, iets diepzinnigs, maar wat? Het helpt ook niet dat de persoon in kwestie op een koninklijke stoel zit, ook wel troon genoemd. Die stoel bestaat echt, en is bijvoorbeeld geen tafel.

Abstracte begrippen verliezen veel van hun vluchtigheid als ze in de praktijk worden gebruikt. Het volk, daar zeg je zo wat, maar het Duitse volk, dat is toch weer een ander dan het Nederlandse of Congolese, en iedereen die het verschil niet ziet moet maar eens een tijdje met een Congolees paspoort reizen. Het is verrassend te merken hoe douaneambtenaren deze academische kwestie feilloos weten op te lossen.

Naast het volk hebben we, om in de sfeer te blijven, ook nog eens het volkslied. En wij Nederlanders zijn gezegend met een prachtexemplaar. Het is niet zo dat ik automatisch ga staan als ik het Wilhelmus hoor, maar wel schiet er volautomatisch een scheut door mijn hart- en maagstreek. Dat komt omdat het lied erin geramd is, maar toch ook omdat het een goed lied is. De melodie is klaroenstoterig, maar wordt nooit brallerig.

Een van de grote aantrekkelijkheden van de Olympische spelen is dat je in korte tijd alle mogelijke volksliederen te horen krijgt. Ik ben altijd blij met een Paraguayaanse winnaar, want dat is even hardop griezelen. Hoe jonger het land, hoe meer er in zo’n volkslied overschreeuwd wordt. Dat gaat van bloed en dood en grote trom. De schrik slaat je om het hart, en het is geen scheut.

Het Wilhelmus is heel oud, wij dateren het rond 1570, en dat is meteen een groot voordeel. Modes veranderen snel, en een eendagsvlieg is niet geschikt om een heel volk te dragen. Bovendien verliest de tekst zich nu eens niet in algemeenheden, als trouw, vrijheid en bijzondere wolkenluchten, maar schetst het de dramatische ontwikkelingen rond een persoon: Willem, prins van het Franse Orange, in Duitsland geboren, die de Spaanse koning blijft eren, ook als hij zich later tegen hem verzet. Internationaler krijg je het niet, en dat is nog maar het eerste couplet.
Via het particuliere verhaal van Willem van Oranje wordt iets universeels bezongen: de zucht naar vrijheid, ook als dat tot scheuring en moeilijkheden leidt. Als homoseksuele man met Zuid-Afrikaanse wortels zing ik het uit volle borst mee, en krijg nooit het idee dat ik niet in dat lied zou passen. Dat is dus wat er gebeurt: de tijdgeest van 1570 wordt gepakt, en tegelijkertijd grenzeloos overschreden.

Je hebt dus iets heel ouds en toch persoonlijks nodig, van lekker lang geleden, waar de scherpe kantjes vanaf zijn, zodat iedereen zich erin kan vinden.

De VPRO vroeg zeven mensen een nieuw volkslied te schrijven, u zult er deze week ongetwijfeld van horen, en pas als je daar naar luistert, begrijp je wat een onmogelijke opdracht die tekstschrijvers gekregen hebben, en hoe goed dat Wilhelmus is.

Er zit een musicalversie tussen, omdat het tegenwoordig in Nederland mode is overal een musicalversie van te maken. Binnenkort wordt De avonden van Gerard Reve nog vermusicaliseerd.
De tekst is van Driek van Wissen, en gaat zo: ‘Al is ons land met zoveel landgenoten / ook hemelsbreed van zeer beperkte grootte / En is het op de wereldbol een stip / al zitten wij elkaar dus op de lip / en houden wij elkander in het oog / al zitten wij soms met elkaar omhoog / en zitten wij elkaar dan op de nek / toch zitten wij hier wel op onze plek.’ Et cetera.

Hier wordt heel precies een gijzelingssituatie beschreven, waarbij de gegijzelden kennelijk grote liefde zijn gaan opvatten voor hun gijzelnemers: het beruchte Stockholmsyndroom. Erg geschikt om aan te heffen in krijgsgevangenschap.
En zo zijn er nog zes andere.

‘De’ stoel, ‘het’ volk, het blijft abstract, maar wat is er nu concreter dan een lied dat rond is in je borst en zomaar uit je mond komt rollen?