VN MediagidsDemocratisch lichaam
Samenleving 15.11.2011
Hoe kapitalistisch je China ook wilt noemen, democratisch gaat het er niet aan toe
Hoe gedraagt een democratisch lichaam zich onder grote druk? Dit is nooit een saaie vraag geweest, maar ik ben er kennelijk mijn hele volwassen leven vanuit gegaan dat het een kwestie was die mij niet direct raakte. Het deel van de wereld waar ik woonde was democratisch, democratie was besmettelijk, en daarom moesten de dictaturen en andere autoritaire regimes vrezen, en wij niet.
Achteraf gezien waren er maar een paar jaren waarin je dat bijna redeloze optimisme kon volhouden, en precies in één daarvan, in 1992, verscheen The End of History, het boek van Francis Fukuyama, waarin het Nieuwste Evangelie werd verkondigd. Er zijn geen echte, ideologische alternatieven meer voor de westers-democratische, kapitalistische samenleving. Er zouden heus nog wel wat schermutselingen volgen, maar de hoofdlijn was duidelijk; de Muur was gevallen, het pleit beslecht.
In datzelfde jaar was China al bezig met haar opmars, na eerst nog ouderwets een studentenopstand neer te hebben geslagen, en hoe kapitalistisch je China tegenwoordig ook wilt noemen, democratisch gaat het er niet aan toe. Het economische succes van de Chinezen vreet sindsdien aan het westerse zelfbewustzijn: ik heb wel eens gesproken met Nederlandse zakenlui die in Beijing en Shanghai werken. Voordat ik ze aan het woord laat, moet u er een bepaald soort bonhomie bij denken: een opgeschroefde hartelijkheid die intimiderend werkt. De luisteraar wordt een klein, onwetend boertje.
'Zoiets red je natuurlijk niet met inspraakrondes, dat is duidelijk.'
'Ik zeg, wat minder politiek gekonkel, dat is wat Nederland nodig heeft; daar kunnen we wat van leren.'
'En je denkt toch niet dat je zulke groeicijfers haalt als je elk groot infrastructureel project moet afblazen omdat er toevallig ergens weer een das of een vosje is ontdekt.'
Dit soort oud-belegen praat werd vroeger ook wel over Zuid-Afrika gedebiteerd, toen het daar nog overzichtelijk en apart geregeld was, maar dat land is nooit een serieus voorbeeld geweest voor West-Europa.
Ik vat weer moed als ik lees over Ai Weiwei, de Chinese kunstenaar die een krankzinnige belastingboete moet betalen, omdat hij zich kritiek permitteert op het systeem. Van alle kanten sturen mensen geld naar hem toe omdat iedereen in China, en trouwens ook in Rusland, weet dat belastingen nooit zomaar 'belastingen' zijn, maar een zoen of schrobbering van de heersende meesters. In China wordt nu gestemd, niet met stemmachines of voeten, maar met geld. Een oude vorm van censuskiesrecht, die in dat hypermoderne land haar verlate opwachting maakt.
Ik ben niet geneigd te geloven dat China het lichtend pad vormt: wanneer je mensen laat kiezen tussen verschillende soorten tandpasta en auto's, willen ze op zeker moment ook een keuze kunnen maken over de politieke inrichting.
Maar wat slaat Europa een slecht figuur, dezer dagen. De financiële crisis werd een economische crisis en is nu een volwassen politieke crisis geworden. Ooit zullen we weten of Papandreou met zijn referendumvoorstel in blinde paniek heeft gehandeld of zich toch een meesterschaker heeft betoond. Die nationale regering die hij wilde, komt er. Zijn timing was onwaarschijnlijk, het had op z'n minst de schijn van een dolle vlucht naar voren, maar de woedende reacties vanuit heel Europa op alleen het woord 'referendum' waren geen teken van democratisch vertrouwen. En laat dat gebrek aan democratisch vertrouwen nu precies het probleem zijn van de Europese Oplossingsmachine die opereert 'omdat er geen alternatieven zijn'. 'Er is maar één uitweg,' horen we in een toonzetting die in niets meer doet denken aan de triomferende Fukuyama.
Als je mensen eerst voorhoudt dat ze moeten leren kiezen, om vervolgens te constateren dat er niets te kiezen valt, is narrigheid de eerste reflex.
Kont tegen de krib. Grote machteloosheid vermengt zich met een even grote behoefte aan een zondebok. De Grieken. De Italianen. Misschien die Spanjolen nog een keer, daar hadden we toch nog wat mee te stellen. Intussen hoor je hoe het democratisch lichaam breekt onder grote druk. Niet als een noot die eindelijk gekraakt wordt, maar als een noot die van ellende uit elkaar valt. Het maakt bijna geen geluid.
Het afgelopen weekend zaten er twaalf mensen om mijn keukentafel. Democratie in de praktijk, waarover moest ik mijn stukje schrijven. Papandreou kwam driemaal voorbij, de moeder van Papandreou in Amerika, de nieuwe PvdA-voorzitter, Mauro nog maar een keer, de afkalving van het CDA, de afkalving van het CDA in Twente, pelgrimstochten, de stand van het onderwijs, Berlusconi drie keer.
Ik vat samen: democratisch lichaam breekt - en daarna blijft het nog onheilspellend lang gezellig.
