VN MediagidsDe taal van Noraly

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

10.01.2009

Door Stephan Sanders

Ik kan maar een paar redenen bedenken waarom Nederlanders jaloers zouden moeten zijn op Surinamers, en ongetwijfeld de belangrijkste is dat Surinamers al vanaf 1973 konden genieten van Noraly Beyer als journaallezer.

Mijn man bijvoorbeeld heeft zijn leven lang Noraly als de verpersoonlijking van het nieuws mogen zien. Tot aan de Decembermoorden in 1982 werkte ze voor de Surinaamse televisie, en toen mijn man later naar Nederland verhuisde, was Beyer al weer het gezicht van de NOS. Ik benijd hem die tien extra jaren.

Beyer heeft een mooie donkere stem, met een klein beetje gruis erin: ze klinkt neutraal, maar nooit onpersoonlijk. Zelf heb ik het idee dat ik haar al vanaf de middelbare school het nieuws hoorde lezen, maar dat is allemaal wishful thinking. Pas in 1985 kwam Beyer bij het Journaal in beeld. Ik was toen al bijna student-af. Zo gaat dat met goede dingen: je denkt dat ze er altijd zijn geweest.

Beyer las haar laatste nieuws op dinsdag 30 december. Ik vond het wel passend dat de vrouw met de Surinaams-Curaçaose achtergrond een volle minuut moest besteden aan het ijsplezier op de Ankeveense Plassen. Ook had ik niet graag de volgende prachtzin willen missen: ‘Een enkeling moest het met een nat pak bekopen.’ Toen hield Noraly Beyer haar gezicht een beetje schuin, zei bijna schalks: ‘Wel, dat was het,’ en verwees door naar het journaal van 18.00 uur.

Wat wij kijkers niet wisten, was dat Beyer buiten beeld nog even haar collega’s toesprak om te vertellen dat dit haar laatste uitzending was geweest. Zo voorkwam ze dat de obligate bos bloemen haar in beeld aan haar newsdesk werd aangeboden. Nieuwslezers moeten niet met bloemen hoeven stoeien voor de camera, ik voel dat erg met Beyer mee, het is alsof iemand een boterhammetje eet en ook nog iets over Gaza kwijt wil.

Beyer nam dus op de meest bescheiden manier afscheid: van haar werkkring, en niet van haar kijkerspubliek. Er zijn weinig mensen die zo consequent hun taak als medium volhouden en weigeren van het Journaal een persoonlijkheidsshow te maken.

Beyer heeft – en dat is niets te veel gezegd – voor een kleine sociologische revolutie gezorgd, die ik aan den lijve heb ervaren. In de jaren zeventig was het zo geregeld in Nederland: bruine mensen spraken er met duidelijk hoorbare accenten, Surinaams, Antilliaans, later Turks en Marokkaans. Voor mij was dat wel handig, want ik kon iemand na een paar minuten luisteren verrassen met iets wat op koffiedik kijken leek: ‘En jij bent geadopteerd,’ zei ik dan, want dat klopte voor negen van de tien bruine mensen die ABN spraken. Dat foefje heeft Beyer onmogelijk gemaakt. Ik probeer het nog wel eens, maar zit er nu veel vaker naast. Hadden we Beyers gezicht niet gezien, dan had ik niet gemerkt welke achtergrond ze had. Ik weet dat er puristen zijn geweest die haar verweten dat ze de ‘z’ uitsprak als een ‘s’, maar eerlijk gezegd denk ik dat ze een bruine vrouw zagen, en meteen concludeerden: ‘Die zal het wel op zijn Surinaams doen.’

Op mij maakte Beyer zoveel indruk omdat ze de eerste bruine vrouw was op de Nederlandse televisiE die sprak zoals ikzelf. In de omgang met vooral Surinamers voelde ik me soms beschroomd, omdat die me vaak verweten dat ik zo ‘overdreven Hollands’ sprak. Ik kon daar niet veel op terug zeggen, dat maakte het eigenlijk alleen maar erger, maar vanaf 1985 riep ik dan Noraly Beyer aan, en daarmee was de kous af. Ik heb veel aan die vrouw te danken.

In het groot heeft Beyer aan nieuwkomers in Neder­land het voorbeeld gesteld van iemand die van buiten kwam, maar binnenlands sprak. Dat is heel lang niet gewoon geweest in Nederland, je kon aan de spraak horen wie van verre kwam, en dat was natuurlijk helemaal niet erg en soms wel charmant, maar helemaal eigen werd het toch niet. Noraly Beyer liet zich niet wegzetten als iets grappigs of exotisch. Ze had gezag in die stem, en als ze iets las over het Palestijns-Israëlische conflict, kwam niemand in de verleiding om te gaan giechelen.

Aan Surinamers en overzeese Nederlanders heeft ze geleerd dat je niet tot in lengte van dagen hoeft vast te houden aan de tongval van je jeugd. ABN is een standaardtaal, en wie aan die standaard wil voldoen, hoeft zich geen verrader te voelen van zijn geboortegrond. Kleine, simpele waarheden, die Beyer nooit met veel fanfare hoefde te verkondigen, omdat ze die simpelweg praktiseerde.

Ik sprak laatst met een bruin Amsterdams meisje, een jaar of dertien was ze, en ik gokte: ‘Jij bent geadopteerd.’ Nee hoor, zei ze. Maar ze keek wel altijd naar Noraly Beyer.