VN MediagidsDe stok om het geloof te slaan
Samenleving / religie 10.05.2010

Het onderwerp sleept zich nu al weken voort, maanden, en elke keer denk ik: moet ik er nu over schrijven? Om even later opgelucht tot de conclusie te komen: toch maar niet.
Er is al zoveel over gezegd, en zeker in Nederland, waar grote eenstemmigheid bestaat over de verfoeilijkheid van de feiten, lonkt het verlangen niet me bij dit steeds maar uitdijende koor van foeiroepers te voegen.
Er staan een paar dingen buiten kijf: (seksueel) misbruik van kinderen is nooit goed te praten, dus ook niet als het door rooms-katholieke geestelijken gebeurt. De aangewezen personen om zich over dergelijke zaken te buigen, zijn de zedenrecherche en de rechter, en de eigen richting die de rooms-katholieke kerk heeft toegepast, door verzwijging, doofpotten, milde reprimandes in eigen huis, zijn een aanfluiting voor elke rechtsstaat. Het zijn, preciezer gezegd, maffiapraktijken.
Verder is het gênant te horen hoe eerst de homoseksuelen, dan de Joden en nu dus de vrijmetselaars de schuld krijgen van de 'vrijmoedige seksuele praktijken' terwijl de kerkelijke richtlijnen inzake het celibaat toch de meest voor de hand liggende aanleiding vormen.
Maar voorbij al die opinions reçues is er één ding waarover ik me blijf verwonderen.
Kijk, dat rooms-katholieke gelovigen diep geschokt zijn en ook verbaasd dat hun zieleherders tot dergelijke dingen in staat zijn, is begrijpelijk. Maar dat ook niet-gelovigen kennelijk altijd hebben geloofd dat priesters, paters, bisschoppen en nonnen zich seksueel nooit te buiten gingen en zich strikt hielden aan de celibataire geloften die zij hebben afgelegd - dat bevreemdt me. Juist als niet-gelovige sta je sceptisch tegenover al die mooie praat van 'bruidje van Jezus' en denk je: volgens mij zijn het mensen van vlees en bloed, die zich van allerlei moois voornemen, maar zich daar meestal niet aan kunnen houden.
- Is een graaiende priester erger dan een graaiende sportcoach of padvinderleider?
Maar het omgekeerde lijkt het geval: de niet-gelovigen spreken de grootste schande, alsof ze er diep in hun hart echt van overtuigd zijn dat priesters, paters en nonnen van een heel andere orde zijn dan gewone mensen. Dit is een zeer gelovig standpunt voor ongelovigen.
Natuurlijk maakt de afhankelijkheidsrelatie waarin veel kinderen zaten de kwestie des te pijnlijker - maar is een graaiende priester erger dan een graaiende sportcoach of padvinderleider?
Ja, zeggen rooms-katholieke gelovigen, om moverende redenen.
Ja, zeggen ongelovigen - en dat snap ik niet zo goed.
In NRC Handelsblad stond een hartbrekend artikel over nonnen in Eindhoven, van wie enkelen de hun toevertrouwde meisjes ook belaagden. Zo was er ene zuster Johanetty, die tegen haar pupil siste: 'Willetje breken, we zullen je willetje breken' waarna het meisje het eten dat ze net uitgespuugd had met braaksel en al moest opeten. Des avonds verscheen de zuster om de onvolgroeide genitaliën van het meisje te beroeren. Het gaat hier niet alleen om seksueel misbruik en 'noodseksualiteit', maar ook om uitgesproken vormen van sadistisch gedrag.
Dat is niet uniek voor rooms-katholieke geestelijken - ik heb over Britse kostscholen dezelfde verhalen gehoord. Plaats kinderen in rooms-katholieke internaten en zij staan de godganse dag bloot aan de grillen en luimen van opvoeders die bijna nooit last hebben gehad van een uitgesproken kinderwens, want dan hadden ze zich niet aan het celibaat verplicht.
Ik geloof dat wat me zo tegenstaat in de volkswoede (want zo mag je het wel noemen) jegens priesters en nonnen, het aspect van de Schadenfreude is, die juist ongelovigen zo slecht voor zich kunnen houden. Zelf hebben ze vaak een katholieke jeugd gesleten, en zijn daardoor getraumatiseerd: dat begrijp ik nog. Maar de morele verontwaardiging van mensen die nooit in God of gebod hebben geloofd, en nu de rooms-katholieken geestelijken extra hard vallen, omdat, nou ja, dat geloof sowieso een misdadige zaak is waar niet genoeg tegen getrapt kan worden - dat vind ik niet alleen doorzichtig, maar ook goedkoop.
Het is van tweeën een: of priesters zijn heel andere mensen dat wij gewone stervelingen, zoals gelovige rooms-katholieken menen, en dan is hun voorbeeldfunctie aan diggelen en past de hyperverontwaardiging. Maar als je nooit in die voorbeeldfunctie hebt geloofd, of, sterker nog, daar altijd meesmuilend over hebt gedaan, hoeft het geen verbazing te wekken dat priesters en nonnen niets menselijks vreemd is.
De stok om het geloof te slaan, is niet het seksueel misbruik van kinderen door geestelijken. Het is eerder een bewijs dat de leer van de kerk niet klopt, dat beloftes er niet worden nageleefd, en dat de bovenmenselijke positie van de gewijde een mythe is.
Maar dat vonden ongelovigen toch al.
