VN MediagidsDe harmonieuze illusie is meer waard dan de kijvende praktijk
11.09.2010
Sta op het punt naar New York te vertrekken voor een paar dagen, want de Nieuwe Wereld is allang een weekenduitje geworden. Ik weet niet precies hoe vaak ik in die stad ben geweest, maar van één ding ben ik zeker: dit is pas de tweede keer dat ik in gezelschap reis van een oudere vrouw die familie van me is.
Twaalf jaar geleden ging ik met mijn moeder, ik had haar uitgenodigd, want op zekere leeftijd besef je dat je geen toekomstplannen moet maken met moeders van boven de vijfenzestig, maar dat je die plannen zo snel mogelijk moet uitvoeren. Zeker mijn moeder had dat besef er bij mij goed ingestampt, want zij had toen al een leven lang gekwakkeld met allerlei kwalen, en ik kan me eigenlijk geen zorgeloos moment herinneren als het om haar gezondheid ging.
Ik kijk nu naar foto's van die trip, die een New Yorkse vriend niet alleen gemaakt heeft, maar ook heeft ingeplakt in een boekje met bijschriften en data.
Toen vond ik dat enigszins over de schreef, ik herinner me een brief waarin ik dank zegde, maar ook enige koelte liet doorschemeren. Mijn moeder ondertussen had de foto's ook gezien, de vriend uitbundig teruggeschreven en al drie keer aan de telefoon gehad.
Ik was in die tijd vrijgezel, en moeder had in Nederland al haar oog laten vallen op de New Yorkse vriend als de ideale schoonzoon voor haar en vooruit, geliefde voor mij. Vriend was het geheel met haar eens en sloofde zich uit haar hart nog standvastiger voor zich te winnen door ons onophoudelijk rond te rijden, te leiden en treinen. De enige die daar een beetje zenuwachtig van werd, was ik. Moeder en vriend waren gespecialiseerd in het genre van de 'mutual admiration'.
Nu ben ik blij met het fotoboekje: ik zou anders niet geweten hebben dat ik toen ruim vallend krulhaar had, en moeder nog geen glazen oog. Ze was toen, ik zeg het er maar even bij, ook nog niet dood.
Die trip was inzichtgevend, want in New York veranderde mijn moeder in een giechelend meisje dat van geen gebrek wilde weten en zonder enige bedenking inging op de avances die haar werden gemaakt door de eigenaar van de koosjere broodjeswinkel Eisenberg's op Fifth Avenue. Het was niet de eerste, maar wel de meest uitdrukkelijke keer dat ik last kreeg van vaderlijke gevoelens, en zij de te beschermen dochter werd. Deze rolverwisseling vond zij, merkte ik, in het geheel geen probleem en eigenlijk wel passend.
- Op de een of andere manier wil ik die adoptie- en die bio-lijn verbinden
Diezelfde New Yorkse vriend van toen zal ons weer opwachten: de plaats van moeder wordt nu ingenomen door tante. Het is de tante die moeder maar één keer heeft gezien, omdat ze mijn bio-tante is, genetisch verwant, en dus niet horend bij de adoptielijn van mijn moeder. Had moeder nog geleefd, ik was niet met bio-tante naar New York gegaan. Ze zou hebben gezegd: 'Ga je gang, als jij denkt dat je het moet doen' en ik zou ruzie hebben gekregen met haar, om vervolgens mokkend af te zien van de reis. Waarna zij weer gezegd had: 'Was toch gegaan, en wijt het vooral niet aan mij.'
Je vergeet zo snel het ingesleten repertoire van kibbelarijtjes zodra de moeder er niet meer is om ze te oefenen.
Ik voel me dus een beetje als de man die getrouwd was, opnieuw getrouwd is en nu voor de tweede keer op huwelijksreis gaat. Je wilt je verleden niet verloochenen, maar ook wil je je door datzelfde verleden niet laten begraven.
Het scheelt ook dat ik geen vrijgezel meer ben, en ik bio-tante nooit heb betrapt op enig koppelwerk. Zij is wel degelijk alleenstaand, en ik weet zeker dat we even langs Fifth Avenue gaan, langs Eisenberg's, want als de uitbater nog leeft, moet-ie inmiddels toch ook over de zeventig zijn.
Op de een of andere manier wil ik die adoptie- en die bio-lijn met elkaar verbinden en er one happy family van maken. Wat moeilijk is bij zoveel gestorvenen aan de adoptie- en onbekenden aan de bio-kant.
Het is een kinderlijk en conservatief instinct, vóór alles wil de zoon of dochter dat papa en mama bij elkaar blijven, de harmonieuze illusie is meer waard dan de kijvende en ruziemakende praktijk.
De bekende zin van Tolstoj: 'Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.'
Ik sta nog steeds verbaasd over de lang uitgesponnen weigering om volgens die 'eigen wijze' te leven.
Je bent allang een uitzondering, maar houdt hardnekkig vast aan het beeld van die ene grote gelukkige familie.
