VN MediagidsDe Tunesische jongeren blijken de stoottroepen te zijn geweest van een veel conservatievere massa
Samenleving 31.10.2011
De conservatief-isliamtische partij Ennahda plukt de vruchten van wat lang verboden was in Tunesië
Het is niet zo'n goed idee om welke godsdienst dan ook te hinderen, of de vormen van haar geloofsexpressie te beperken. En het is ronduit een slecht idee wanneer de staat denkt dat het bedwingen van zo'n godsdienst typisch een taak is die van overheidswege moet worden opgeknapt.
Die aanbeveling gaat op voor alle voormalig communistische landen, waar godsdienst altijd als een symptoom van achterlijkheid begrepen werd, met als gevolg dat de rooms-katholieke kerk nergens zo sterk was als bijvoorbeeld in Polen. Bij de ommekeer in de jaren tachtig hadden de priesters en de nonnen bij voorbaat een schoon blazoen, want de meesten van hen hadden zich zo min mogelijk ingelaten met de communistische partij. Zo kon de 'achterlijkheid' transformeren tot het ongekroonde verzet, en waren de rollen in één klap omgekeerd.
Ook Nederland zie je onder gedoogdruk de fout maken dat boerkaverbod koste wat kost te willen doorzetten. Juist als je, zoals ik, letterlijk niets in en door die boerka ziet, moet je ervan uitgaan dat de vrije markt dit probleem pragmatisch oplost.
Wie wil er een geheel bedekte mevrouw voor zijn kleintje op de crèche? Die vrouw wordt niet aangenomen, en als dat maar vaak genoeg gebeurt, zal zij ook gekort worden op haar uitkering omdat zij telkens passend werk laat passeren. Als iemand geheel op eigen benen staat, ook financieel, en de boerka aan wil, laat haar dan die last dragen, uiteraard zonder subsidie. Elke wet is daar redundant.
En net nu de eerste, vrije verkiezingen in Tunesië achter de rug zijn, blijkt dat de conservatief-islamitische partij Ennahda de grootste is geworden. Die enorme zege heeft die partij ongetwijfeld te danken aan de verdreven president Ben Ali, die niet naliet elke stem van de islamitische partij te smoren, te vervolgen en op te sluiten. Je krijgt dan de volgende situatie: Ben Ali is weg, maar de Ben Ali-achtigen zijn nog onder ons. Wie zeker wil zijn niet stiekem toch op een van die oude trawanten te stemmen, is al snel geneigd te kiezen voor de partij die te vuur en te zwaard werd bestreden door dat oude regime. De Ennahda-mensen zijn in elk geval 'schone' types, niet-corrupt. Hun adelsbewijs schuilt in de vervolging die ze moesten verduren.
Nog even ter herinnering: de Communistische Partij Nederland is nooit groter geweest dan in de periode 1946-1948, toen ze maar liefst tien zetels in de Kamer bezette. Een golf van communisme, die ineens ons land overspoelde? Nee, de zekerheid dat de communisten niet hadden gecollaboreerd met de nazi's - integendeel: juist veel verzet hadden gepleegd.
Zo plukt ook Ennahda de vruchten van wat lang verboden was. Ik weet niet of het om een islamitische partij of een islamistische partij gaat. Leider Rachid Ghannouchi heeft al verklaard dat hij niet uit is op 'herstel van het kalifaat' - nauwelijks geruststellend, die mogelijkheid was niet eens bij mij opgekomen - en verder wijst hij ter verduidelijking naar Erdogan en zijn AK-partij in Turkije: dat zou een voorbeeld zijn van een moderne, door de islam geïnspireerde partij, die we op z'n allervoordeligst kunnen vergelijken met de christen-democraten in West-Europa.
Ik help het de Tunesiërs hopen, maar ik kan me ook de frustratie voorstellen van de jongeren die de Jasmijnrevolutie zijn gestart, met hun G-Star spijkerbroeken en hun Facebookpagina's: nu blijken ze de stoottroepen te zijn geweest van een veel conservatievere massa, die keurig wachtte tot de opening in de muur was geforceerd.
In elk geval is het duidelijk dat Ennahda geen absolute meerderheid heeft behaald en een coalitie zal moeten vormen met andere, meer seculiere partijen. Juist in die onderhandelingen krijgt de prille democratie gestalte, omdat daar het grote, politieke gebaar vanzelf tegenstand oproept en niet werkt.
De ironie wil dat het 'moderne Tunesië' met zijn gelijkberechting van mannen en vrouwen en zijn afstand tot de sharia op volkomen autoritaire wijze tot stand is gekomen: dankzij oud-president voor het leven Habib Bourguiba, die in 1956 een aantal decreten liet uitgaan, waarna dus de vrouwenemancipatie in Tunesië definitief geregeld was.
De opstand tegen die lange autoritaire periode maakt niet alleen leuke, zachte krachten los, maar ook verongelijkte stemmen die lange tijd hardhandig werden onderdrukt. De vrouwen die nu eindelijk zelf willen bepalen hoe en waar ze een hoofddoek dragen. De gelovigen die willen bidden, ook tijdens het werk. Zaken die in West-Europa via de godsdienstvrijheid zijn geregeld, maar die juist in overwegend islamitische landen botsten met het verlangen naar 'modernisering'. Wat mij het meest geruststelt in Tunesië: ze willen er in elk geval niet 'de nieuwe mens' uitvinden.
Ze gaan het gewoon met de oude proberen.
