VN MediagidsBuitenspel

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

17.06.2006

Door Stephan Sanders

De overval is totaal. Ik ga naar de wc, mijn eigen nota bene en als ik gedachteloos wat papier van de rol neem, zie ik dat er hiërogliefachtige tekens op zijn aangebracht.

Ik heb daar uitgesproken ideeën over, wc-papier, keukenrol en wegwerpservetten bijvoorbeeld, die moeten vervaardigd zijn van neutraal wit materiaal, zonder kleuterachtige figuurtjes die mij het gevoel bezorgen op een bewaarschool te zitten. Nadere inspectie leert dat op dit intieme moment niet de Egyptenaren tot mij spreken, maar wat ronddarrende mannen, opgetrokken in een oranje belijning, die een bal voor zich uit schoppen. Men wordt dezer dagen zelden met rust gelaten.

Ik hoor er zelf niet toe, maar het lijkt me dat zelfs voetballiefhebbers deze periode als enigszins gênant beleven. Je houd van het spel, je verdiept je in aanvalsposities en nog zo wat, maar overal om je heen zie je hoe jouw liefhebberij wordt misbruikt om de Een-Spel-Staat uit toe roepen, een maand lang. Er zit iets onverdraagzaams en missionairs in die voetbalmanie, want niet alleen de voetbalfans moeten worden bediend: belangrijker nog is dat de leken en ongelovigen met zo’n kracht worden bewerkt door die ene, voetballende boodschap, dat zij zich er niet aan kunnen onttrekken. In die zin is het voetbal een directe voortzetting van islamitische en christelijke bekeringsstrategieën, en duidelijk niet joods: het verdraagt nauwelijks minderheden, mensen die niet meedoen. Het is kennelijk een domper op het plezier van de fans dat niet iedereen zo brult als zij. Alleen al die afzijdigheid wordt door de echte fanaten als een vorm van godslastering ervaren. Een spelletje dat zo buiten haar eigen oevers treedt, elk facet van het leven wil beheersen, en slechts genoegen neemt met de onderwerping van allen – het is of de koning van Saoedi-Arabië het heeft bedacht.

Al deze sombere gedachten worden getemperd door herinneringen aan mijn vader, een man die volgens antieke definities een voetballiefhebber was. Vlaggetjes en oranje hoedjes kwamen niet in huis. Maar hij kon net zo van een wedstrijd genieten als van de Mattheüs Passie.

Ik heb dat als kind gezien, met grote, niet begrijpende ogen: hoe een geremde, bescheiden, nooit agressieve man ineens veranderde in een opspringend en schreeuwend wezen, dat rondjes moest lopen in de zitkamer om zijn drift kwijt te raken. Dat had ik hem bij de Mattheüs nooit zien doen. Ik begreep niet wat hem bezielde, omdat ik zijn voorliefde niet deelde, maar was wel onder de indruk van het ontzagwekkende effect. Dat is er dus nodig om bedaarde vader tot nieuw leven te wekken. Ik zag een opstandingwonder.

Het is niet mogelijk de ingetogenheid van mijn vader te overdrijven. Buiten in de grote wereld viel het mee, maar binnenshuis kon hij ineens overvallen worden door verlegenheid. Ik merkte dat als kind al, en gek genoeg stemde me dat niet mild, want zelf kon ik er ook wat van, maar raakte erdoor geïrriteerd. Ik heb hier de leeftijd om verlegen te raken, u moet zich vermannen.

Ik heb mijn vader vijfendertig jaar gekend, en hij staat in mijn geheugen als een aimabel mens, maar ook als iemand waar ik vijfendertig jaar bij op bezoek ben geweest. Ik bedoel dat zo letterlijk mogelijk; vader en zoon aan tafel, moeder loopt even weg, zusje is buiten aan het ravotten (zij wist hoe het hoorde) en tussen ons ontspon zich onmiddellijk de naakte onhandigheid van twee liftpassagiers, die iets moeten zeggen maar niet weten wat. Die gastenetiquette is tussen ons nooit doorbroken. Ik was zijn zoon, hij mijn vader, maar dat knipogende Blue Band-contact is er nooit geweest. Ik ervoer dat niet als gemis, maar was wel geshockeerd als ik vaders van vriendjes hun zoon in de zij zag porren.

Maar dan was er voetbal: vader keek niet alleen, er werden hulptroepen geïmporteerd, zijn broer kwam en diens zoon, mijn neef – heel hockeyachtig blond was die en student. En daar zag ik hoe het moest, die hele vader--zoon verhouding, en hoe gebeiteld dat zit als er een bal aan te pas komt.

Ik stond in de deuropening, sloot zachtjes de deur en sloop naar mijn kamer.