VN MediagidsBreinontsteking

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

07.06.2008

Door Stephan Sanders

Ook in dit soort zaken kun je excelleren, maar dat lukte me niet, daar was ik weer te middelmatig voor.

Meer dan tien jaar geleden werd ik overvallen door een depressie die je geloof ik met een kennersoog middelzwaar moet noemen, maar die mij fiks genoeg was en me maanden aan de rand van het leven gevangen hield. Een overval, dat was het, alsof ik een stevige griep te pakken had die maar niet overging, waarna het bibberen van de ledematen zich verplaatste en resulteerde in een bibberend brein.

Binnen twee weken was het mij onmogelijk geworden gewone dingen te doen, zoals op bezoek gaan bij vrienden, om daar twee of drie uur mee te converseren. Ik wist niets te zeggen, alle onderwerpen die me een maand geleden nog tot grote opwinding konden brengen, kwamen me irrelevant voor, en de vrienden waren vrienden, maar god, waarom was dat ook al weer?

In die tijd had ik geen geliefde, en je kan denken dat daar de oorzaak lag van mijn neerslachtigheid, maar ik geloof er niets van. Ik was een behoorlijk gelukkige vrijgezel, totdat die wolk, die maar niet wilde wegtrekken, mij de adem benam.

Vanaf dat moment moest ik ook niet aan een geliefde denken, ik snapte het hele concept niet meer, hoe konden mensen zich zozeer in elkaar verliezen dat ze voortdurend bij elkaar wilden zijn. Ik wilde drie dingen: naar bed, deur op slot, telefoon eruit. Als ik op straat liep (een immense onderneming) zag ik wel eens stelletjes gearmd lopen: ik keek dat aan zoals ik nu naar een bonkende auto kijk die zijn muziek uitschreeuwt. Die zijn gek.

Iemand of iets had de lijn tussen mij en de mensen doorgeknipt, ik kon ook niet meer schrijven, ik herinner me dat ik twintig minuten heb nagedacht of het nu 'de meisje' of 'het meisje' was, en toen maar weer naar bed ben gegaan.

Maar hou vooral in het achterhoofd: een middelzware depressie, niet de ergste of de meest suïcidale soort. Gelukkig had ik een psychiater die over van alles en nog wat luchthartig deed, maar niet over deze breinontsteking. Hij gaf me medicijnen waar ik nog ongeduriger van werd, hij probeerde een nieuwe pil uit, hielp ook niet, en toen kreeg ik uiteindelijk een middel dat me niet gekker maakte dan ik toch al was.

Psych nam me zelfs zo serieus dat hij alvast een bedje voor me had gereserveerd op de psychiatrische afdeling, en als niets hielp, sloot hij shocktherapie niet uit.

Hij meende dat vast, maar moet ook geweten hebben hoezeer dit loodzware vooruitzicht een beroep deed op mijn gezonde zelf, waar ik net nog bij kon, als ik op mijn tenen ging staan. Ik in een gekkenhuis, ik met zus en zoveel Volt door mijn kop.

Met de laatste kracht die in me zat vroeg ik een vriendin mij mee te nemen, weg uit Nederland, naar iets warms, iets waar water was waarin je ook daadwerkelijk kon zwemmen. Zij heeft me als een baal vuile was meegesleept, met pillen en al, en drie weken later keek ik terug op een episode die ik toen weer net zo exotisch vond als voor de depressie.

Ik slik nog steeds mijn Seroxat, maar begin wel te huilen van woede als ik lees wat wetenschapsfilosoof Trudy Dehue twee weken geleden in dit blad zei. Dehue heeft de epidemische toename van de depressie onderzocht in Nederland, zij meent dat wij het etiket te lichtvaardig gebruiken. Zelf wel eens last gehad? vraagt de interviewer.

Dehue: 'Die vraag is ontzettend moeilijk te beantwoorden (…) Wie is er nu niet eens een periode ongelukkig en zit akelig in zijn vel. Ik wel in ieder geval. Mijn oplossing is: ga zitten, ga nadenken, waar komt het vandaan.'

Kennelijk meent Dehue dat depressies alleen maar voorkomen in reactieve gedaante, dus keurig na de dood van moeder of het einde van een verhouding.

De endogene depressie, lees het nog eens na bij William Styron, Darkness Visible, houdt zich niet aan die psychologische afspraak. Die komt als een dief in de nacht.

Verder maakt Dehue de indruk - 'wie zit er niet eens akelig in zijn vel' - dat zij een eng ritje in de achtbaan aanziet voor een oorlogservaring.

Ik zat niet 'akelig in mijn vel', ik had geen vel, ik kon niet rustig zitten, of nadenken waar het vandaan kwam. 'De meisje.'

Homeopathie kan geen kwaad bij een lichte neusverkoudheid. Nadenken is goed bij aanhoudende kribbigheid. Maar 'nadenken waar het vandaan komt', zelfs bij een middelzware depressie, is hetzelfde als iemand laten nadenken over zijn slagaderlijke bloeding. Dat is misdadig.