VN MediagidsBlanke bonus
16.02.2008
De macht van de verbeelding is niet alleen mooi, maar ook hysterisch. Zo zie ik de hele tijd Joran van der Sloot, op straat en op het strand. Dat laatste is een give away, want ik moet er bij zeggen dat ik aan een Antilliaans strand zit en werkelijk, het type Van der Sloot lijkt hier in serieproductie gemaakt.
Beetje baldadig boze jongens met een naar binnen gerichte blik, die onrecht is aangedaan. Welk onrecht? Je weet het niet, en ik ben bang dat ze het zelf ook niet begrijpen. Maar er is ze iets beloofd, ooit, en dat cadeau werd niet op tijd afgeleverd.
Die belofte heeft te maken met huidskleur, schat ik. Het is in Nederland geen verdienste als je blank geboren wordt, het is ook geen vloek, maar meer een keurig gemiddelde. Je kan aan die kleur niet zo veel ontlenen.
Maar hier op de Antillen is dat al anders. De blanken zijn er in de minderheid, en tegelijkertijd toch het meest welvarend. Politiek hebben ze het niet altijd voor het zeggen, maar economisch wel. Er zijn Hollandse blanken met bonussen en riante pensioenen, Antilliaanse blanken die er al generaties lang wonen, ze bezitten banken en jachthavens en leuke, strooien hoeden voor mijnheer.
Zijn het kolonialen? Niet per se, ze willen in ieder geval niet zo genoemd worden, ze houden van hun eiland en de bewoners, ze zijn er aan verknocht. Maar of ze nou willen of niet, daardoor zijn ze ook gebakken aan hun huidskleur. Want die kleur, die werkt voor ze, dat is een extraatje waar ze niets voor hoeven te doen.
Het is toch weer heel anders dan in Suriname, waar met de onafhankelijkheid ook de meeste blanke Nederlanders verdwenen. Daar zag de macht er het liefst lichtbruin uit, lekker raciaal gemengd: men neme wat Joods, een tikje creools, een snuifje Javaans en natuurlijk ook behoorlijk wat blank. Maar hier op de Antillen zijn dus echte blanken, praktisch ongemengd, en vaak rechtstreeks afkomstig uit Deventer. Ze kunnen hier niet niet-blank zijn, en de meesten willen dat ook helemaal niet.
Als je bijvoorbeeld een gesjeesde Nederlandse student bent, en je wilt wat langer blijven op Curaçao, dat stap je de Albert Heijn binnen en zeg je: kan ik hier niet werken als chef van de kaasafdeling, want ik ben een Hollander en daar heb ik verstand van. Tien tegen een dat je wordt aangenomen, veel sneller dan de bruine of de zwarte Antilliaan. Natuurlijk verdien je ook meteen meer dan de gewone schappenvullers. En dat mag ook best, want je hebt bijna een universitaire opleiding achter de rug, weliswaar in de theaterwetenschappen en niet in de zuivel, maar dat doet er nu even niet toe.
Het verhaal is me verteld door een Hollandse manager die er mee zat.
Het was natuurlijk niet helemaal eerlijk, maar ja, zo ging dat hier.
Zo’n Joran van der Sloot zou in Nederland tot de nette middenklasse behoren, want moeilijke jongens gedijen uitstekend in dat milieu, maar hier is-ie werkelijk bevoorrecht. Is-ie knap, is-ie gespierd of sexy? Nee, hij is iets veel beters: hij is blank, en daarmee een dure belofte die niet hoeft te worden waargemaakt. De oude kolonialen, die voelden zich verantwoordelijk en moesten iets groots verrichten, en hun hemeltergend paternalisme was daar de uitdrukking van. Maar Joran hoeft niets, die hoeft alleen maar op zijn waterscooter te racen en over het strand te flaneren, en als het allemaal misloopt en hij er een potje van maakt, dan is het altijd nog een blank potje, dat met pappa en de vriendjes van pappa best te regelen valt.
De belofte van de onaantastbaarheid – dat is een heel dure belofte, en daarmee lopen die Joranachtige jongens rond op het eiland.
Je moet wel een verschrikkelijk nobel karakter hebben en sterke benen wil je je aan die belofte onttrekken – en de Joranachtige types hebben nu juist knieën van schuimrubber. Ze laten zich de dingen welgevallen. Het zijn verdwaalde pasja’s die hier op de Antillen hun bestemming bereiken, want in Nederland ondervinden ze concurrentie van die andere, blanke jongens, en dan wordt de spoeling erg dun.
Ik zie ze lopen, de jongens, ze maken hun entree of God het zelf zo bedoeld heeft. De meisjes vallen en de moeders kirren.
Ze zijn nog jong en ik zou het ze niet kwalijk moeten nemen, maar dat doe ik wel. Het zijn geen racisten, hoor, dat niet. Ze zijn te lui om echt racistisch te zijn, dat vergt te veel werk.
