VN MediagidsBindingspremie
07.07.2007
Het lukt zelden me op te winden over de financiële handigheidjes van één persoon, bij voorkeur een politicus of ex-politicus die voor zichzelf een wel heel voordelige deal wist te sluiten.
Je moet dan ‘schande, schande’ roepen; dat hoor ik mijzelf dan doen en daar heeft mijn superego moeite mee. Er gaat ook iets populistisch uit van zo’n aanval op een enkeling, iets SP-achtigs, de partij die net als de PVV grossiert in grote, boze termen.
Maar wat kostte het me weinig moeite dit weekend. Er was waarachtig wel wat anders aan de hand, de verijdelde aanslagen in Groot-Brittannië, het concert ter ere van prinses Diana (nooit geweten dat die vrouw zo’n beroerde muzieksmaak had), maar mijn oog bleef gefocust op het bericht over Jo Ritzen, oud-minister van Onderwijs, die als bestuurder van de Universiteit Maastricht een zogenaamde ‘bindingspremie’ bedongen had van 372.000 euro.
Daar was iets aan voorafgegaan. Ik had mij die week naar het dichtstbijzijnde ABN Amro-filiaal begeven, met dezelfde moedeloosheid waarmee mensen een bezoek brengen aan de tandarts. In mijn buurt zijn drie bankvestigingen samengevoegd tot één, met als resultaat een soort vluchtelingenkamp voor financiële zaken: achter de ‘desk’ staat een volkomen gestreste ‘host’ – wat is er nog Hollands aan die bank? – die niet veel meer kan dan je waarschuwen dat het ‘wel even kan duren’.
Alles wat ik ooit over de bedeling heb gelezen wordt hier bewaarheid. De willekeur, de chaos, de irritatie die zich onder de wachtenden opbouwt en de praktisch altijd lege handen van de medewerkers. Ik moet een pasje activeren. Na een half uur word ik geholpen door een pientere, beetje flirterige jongeman die naar mijn bankrekeningen kijkt en zegt: ‘Maar u hebt financieel advies nodig. Dat geld van u, dat staat daar niets te doen.’
Ik ben altijd diep onder de indruk van jonge mensen die veel van geld weten, en anders wel van ontwapenende glimlachen: de volgende dag, zegt hij, zal hij tijd voor me vrijmaken.
Terwijl wij de zaken doornemen, stoot hij al snel op mijn pensioengat. ‘Nou,’ zeg ik, ‘pensioengat: het is meer een zee, of nog preciezer een oceaan. Ik heb geloof ik drie procent pensioen en de rest is gat.’ Dat krijg je als freelancer zonder aanvullende levensverzekeringen. Ik hoop op de AOW en de plotselinge financiële doorbraak van mijn echtgenoot.
De krankzinnig blijmoedige jongeman kijkt nu toch heel zorgelijk, er valt misschien nog iets te repareren, maar dat zal bloed, zweet en ook veel geld kosten.
In die stemming lees ik het bericht dat Jo Ritzen, die met de onvergetelijke slagzin ‘op onderwijs kan nog best flink bezuinigd worden’ in 1989 minister van Onderwijs werd, dat die Ritzen, na vier jaar vice-president geweest te zijn van de Wereldbank in Washington, het bestond om bij zijn nieuwe baan als bestuurder van de Universiteit van Maastricht te eisen dat zijn pensioengat werd gerepareerd.
Man kreeg in Washington tweehonderdduizend euro mee, belastingvrij, om zijn vier jaar in het buitenland te compenseren, en man vraagt de universiteit om dit pensioenkiertje ook nog eens te repareren, voor de somma van 372.000 euro. Dit is publieksgeld. Dit is misbruik van publieksgeld. Ik, i.h.b. van een pensioenoceaan, betaal indirect mee aan het pensioengleufje van J. Ritzen.
De universiteit zegt dat Ritzen zesentwintig procent van dat geld heeft terugbetaald.
Dat is raar: of iemand betaalt niets terug omdat het legaal is, of iemand betaalt honderd procent terug omdat het niet deugt. Maar voor een kwart schuldig, kan dat, voor een kwart zwanger?
Het pijnlijke is natuurlijk, dat voor de oude sociaaldemocratie van Willem Drees, die mijn AOW-tje verzon, publieke gelden heilig waren. Dat was belastinggeld, daar kon je niet zorgvuldig genoeg mee omgaan. Vergelijk dat eens met Jo Ritzen, die ooit, je gelooft het niet, promoveerde op een dissertatie over ‘onderwijs, economische groei en inkomensverdeling’. Met die verdeling is het wel goed gekomen, dunkt me. Nu maar hopen dat Plasterk net zo streng doet als-ie klinkt, want de PvdA zou de eerste moeten zijn om zich over deze kwestie op te winden.
Stiekem heeft de PvdA zich ‘de overheid’ toegeëigend, als eigen vangnet, als speciaal voor die partij ontworpen speelveldje: VVD’ers gaan het zakenleven in, CDA’ers worden voorzitter van bouw of landbouw, en dan mogen PvdA’ers na gedane diensten toch wel marktconform besturen?
Het is erger dan een misdaad, het is een fout.
