VN MediagidsBang voor begrip
17.11.2007
Ik ken geen pedoseksuele gevoelens. Daar heb ik mooi mazzel mee, want seks met kinderen is verboden en strafbaar, en dat lijkt me ook terecht. Ik geloof dat er zoiets bestaat als een kinderlijke seksualiteit, maar die moeten kinderen dan maar met elkaar ontdekken, als het even kan stiekem, en niet met volwassenen, want daar is de machtsongelijkheid te groot voor.
Tegelijkertijd lukt het me niet mijn gebrek aan pedoseksuele gevoelens te zien als een morele verdienste. Ik hoef niets te overwinnen, ik kijk naar een kind en ik kan me voorstellen dat ik het hoofdje wil strelen of het wil optillen, maar seks met dat kind – het zit niet in mijn bedrading.
Zo ongeveer moet een heteroman naar een seksegenoot kijken: hij kan zo iemand aanraken, omhelzen, juist omdat er geen seks in het verschiet ligt en er geen ambivalenties worden losgewoeld. Voor mij als homoseksuele man is dat exotisch en bijna onvoorstelbaar: het is toch duidelijk dat dit goed-gevormde, mannelijke lichaam seks oproept? Nou, bij de heteroman dus niet.
Ik zou het raar vinden als heteromannen die ontbrekende gevoelens zouden aanzien voor morele superioriteit. Hoe knap is het dat je iets niet doet, wat je om te beginnen toch al niet wilde? Als de moraal je zo komt aanwaaien, zou ik zeggen, is het al geen moraal meer.
Maar juist over pedoseksualiteit doen mensen enorm zelfgenoegzaam. Ben jij ook zo tegen pedo’s? Nou, ik ook. Prins Willem-Alexander ook. Dit soort conversaties heeft alleen maar zin, als er een reële aanvechting is, die overwonnen wordt: in alle andere gevallen zijn het praatjes voor de vaak. Gratuit, dus.
Ik probeer me voor te stellen dat het mij bij wet verboden is mijn seksuele gevoelens uit te leven – gevoelens die zich aan mij voordoen als hoogst persoonlijk en natuurlijk. Ik mag er alleen maar naar kijken (zelfs dat is nog maar de vraag), maar aankomen niet. Dit lijkt mij een gruwel, wel de aandrift, nooit de praktijk, en dat levenslang. Het kan niet anders als je kinderen wilt beschermen, maar laat niemand denken dat hier een geringe opoffering wordt gevraagd. Ik snap dus niets van het triomfalisme waarmee weldenkend en legaal neukend Nederland zich tegen pedo’s keert.
Mijn eigen (homo)seksualiteit werd pas in 1990 afgevoerd van de internationale lijst van geestesziekten. Sinds 1971 kan ik als volwassen man ongestraft naar bed met een andere volwassen man. Ik heb dus juridisch onwaarschijnlijk geluk gehad, op het moment dat het voor mij begon te spelen, besloot de overheid dat ik niet per se slecht of ziek of delinquent was.
Ik vind die maatregelen allemaal terecht, ze komen me ook nog eens goed uit, maar moet de overheid nu ook de ‘coming out’ van homo’s bevorderen, zoals minister Plasterk wil met zijn voorstel voor een Coming Out-dag?
Het lijkt me een desastreus plan. Als het even kan (bij pedo’s lukt dat dus niet) moet een regering zich zo min mogelijk met iemands privéleven bemoeien, en al helemaal niet met de seks, vooral niet als het ‘goed bedoeld’ is.
Antidiscriminatie, daar moet een overheid voor staan, en dat kan ze doen door bijvoorbeeld haar eigen ‘gewetensbezwaarde’ ambtenaren te ontslaan, die weigeren huwelijken te sluiten omdat ze toevallig vinden dat homoseksualiteit onbijbels is of zondig. Maar het ontdekken of benoemen van de seks – daar moet de staat zich verre van houden.
Herinneringen aan mijn eigen, vroege dilemma’s. Ik had al eens gevreeën met een jongen, dat was bevallen, maar ik verdomde het mezelf als homo te afficheren. Waarom? Bang voor ouders, bang voor school? Dat viel wel mee, ik vreesde toch vooral de tonnen met ‘begrip’ die voor me klaarstonden als ik mijn gevoelens openbaar maakte.
Ik wilde als vijftienjarige geen begrip, ik wilde seks, en wat ik zeker niet wilde, was het meelevende klopje op de schouders van een leraar, die zo zijn progressieve gezindte kenbaar kon maken.
Het hele idee een voorwerp van tolerantie of acceptatie te zijn, vond ik weerzinwekkend. Dat er op mijn gevoelens, die ik zelf tamelijk uniek vond en helemaal van mij, gewoon een standaardkwalificatie viel te plakken, namelijk ‘homoseksueel’ – een belediging was het.
Eigenlijk vind ik dat nog steeds. Voor een volle klas als enige moeten vertellen over jouw favoriete sekspartner – dan heb je een nieuw trauma te pakken.
Dat triomfantelijke in de seks, dat werkt niet, dat vloekt als de ziekte.
