VN MediagidsAls Nederlander kan ik het me permitteren antirevolutionair te zijn
Samenleving / egypte / Midden-Oosten 14.02.2011

Pas nu het voorbij lijkt, besef je dat het een verademing is geweest, die blik naar buiten, de ogen niet alleen gericht op navel, Brandon, vrouwen- en/of allochtonenquota, maar op een groot, ver plein waar een ouderwetse geschiedenis werd geschreven, van negentiende-eeuwse snit.
Maandagochtend, rechtszaak-Wilders-ochtend, het NOS Journaal van 7.00 uur; mij viel het rauw op mijn maag. Back to normalcy. Met lange tanden, die je vroeger reserveerde voor de Brinta, zette ik me daarna aan een artikel over zwarte scholen.
De cynische verklaring is dat de Egyptische revolte voor ons niet meer was dan een entr'acte, een manier om de verveling te verdrijven. Maar evenzogoed kun je je verwonderen over de aandacht en de nieuwsgierigheid van al die mensen in Amsterdam en Almere en Stockholm en Glasgow, die niet direct afhankelijk waren van de gebeurtenissen op het Tahrirplein, en toch bleven lezen en kijken.
Daarin schuilt wel degelijk een ontroerend element; wie denkt dat 'de westerse mens' alleen door zichzelf is geobsedeerd, staat nog verbaasd over de gretigheid waarmee die volstrekt andere geschiedenis wordt gevolgd. Aapjes-kijken? Nee, mensen-kijken, er is niets interessanters.
Lees net in de Volkskrant dat Egypte vooral 'de salonrevolutionair' in ons wakker heeft gemaakt. 'We verlangen naar een revolutie zoals die er vroeger was (…) we verlangen naar een collectief, zoals in de jaren zestig toen je nog gezamenlijk ergens voor streed.' Speak for yourself, denk ik als ik dat lees, want het omgekeerde gebeurde bij mij. Zonder enige nostalgie (waar zou die trouwens op gebaseerd moeten zijn? De krakersrellen?) keek ik naar de schermutselingen, paniek en ja, af en toe ook blijken van eendrachtigheid, en alle drie boezemden me evenveel vrees in.
- Het zou potsierlijk zijn ze te benijden of te dromen van huhn onvervulde levens
Honderdduizenden mensen die hetzelfde scanderen: je weet dat daar ook duizenden mensen de mond wordt gesnoerd, dat er met massaal enthousiasme een minderheidsstandpunt overschreeuwd wordt. Als Nederlander van bijna vijftig (leesbril) heb ik geen 'revolutie' meegemaakt. De '68'ers van het Maagdenhuis trouwens ook niet. De blik op Egypte was vooral een blik in de boeken over het niet zo recente verleden, over de Russische revolutie en de Kronstadt-opstand. Ik hoor tot de vroeg oud geworden generatie, die zodra ze het woord revolutie hoort, er meteen een naslagwerk bij pakt. Revolutie is per definitie iets wat al gebeurd is, waarvan je naderhand de zuurzoete vruchten plukt. De hele romantisering is aan mij, die tot de vreesachtigen behoort, niet besteed. Ik zie wanhoop en ruggen tegen de muur, een paar oprechte zielen, altijd brildragend en veel meer branieschoppers, die het normaal gesproken bij autokraakjes en rip-offs hadden gelaten. Meer nog: je ziet de contingentie aan het werk, je ziet hoe het toeval een gouden kroon krijgt opgedrukt. Het dubbeltje, de kant, en hoe daar later in de geschiedenisboeken een heel aannemelijk verhaal van wordt gemaakt.
Ik ben ten diepste een antirevolutionair, en de mazzel is, dat ik het me als Nederlander kan permitteren.
Bij de bezoeken aan Egypte viel me altijd weer op hoezeer elke jongeman die ik tegenkwam (de jonge vrouwen bleven grotendeels verborgen) maar één ding wilde: naar Europa. Ze wilden gratis gidsen, vriend worden voor het leven, ter plekke enige homoseksuele activiteiten ontplooien, als jij ze maar een glimp van een Europese toekomst kon beloven. Het zou potsierlijk zijn die jongeren te benijden, of, idioter nog, te dromen van hun onvervulde levens. O, wat is het fijn een hoer te moeten zijn.
Timothy Garton Ash heeft gelijk als hij stelt, dat 'de toekomst van Europa evenzeer op het spel staat op het Tahrirplein in Caïro als in 1989 op het Praagse Wenceslasplein.' Let wel, de Oost-Europaspecialist stelt beide gebeurtenissen niet aan elkaar gelijk - dat zou van een sentimentele gemakzucht getuigen - maar voorziet de uitwerking op onze wereld, de repercussies die zich hier zullen laten gelden. Noord-Afrika is zo'n beetje het laatste deel van de wereld waar men consequent met grote ogen naar Europa kijkt, en niet naar de VS of China. De neven, nichten en ooms van de opstandelingen wonen hier. De familieleden van de Mubarak-getrouwen al veel minder, want die hebben over het algemeen meer mogelijkheden daar. Treedt er nu stagnatie op in Egypte, dan staan die gefrustreerde jongelui over vijf jaar hier, en moet Wilders uitleggen waarom al die seculiere Egyptenaren, die niets van de Moslimbroeders moeten hebben, in wezen toch stiekeme fundamentalisten zijn.
Europa, dus, dat zich weer eens even moet hernemen, en niet moet zwelgen in zelfmedelijden. Je weet wat de migranten over een aantal jaren zullen zeggen: 'Wij zijn hier, omdat jullie daar waren.' Is het dan niet slimmer om nu ook Daar te zijn, discreet, zonder wapperend paternalisme, met een even bescheiden als beproefd idee van democratie?
Deze column van Stephan Sanders werd geschreven voordat Mubarak aftrad als president van Egypte.
