VN MediagidsAfstand

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

20.05.2006

Door Stephan Sanders

De voetballer Rafael van der Vaart, een volwassen, getrouwde man van drieëntwintig, belt zijn vader driemaal daags. De vader zei het in een interview, bijna terloops, alsof hij vertelde dat hij drie keer per dag zijn tanden poetste.

Afstand

‘Nu Rafael in Hamburg woont, mis ik hem. Even een bakkie koffie drinken, even kletsen, samen een wedstrijdje kijken – het is er niet meer bij. Gelukkig belt hij elke dag wel een keer of drie – vóór de training, na de training, ’s avonds nog een keer.’

Een hechte band tussen vader en zoon, ook nu de zoon zelf op het punt staat vader te worden, wat is daar mis mee? Voetbal is hun gedeelde passie, hun intimiteit berust op meer dan een bloedband, het zouden twee gezworen kameraden kunnen zijn.

Waarom gaan er in mijn hoofd dan toch meteen alarmbellen rinkelen? Waarom is drie keer per dag tussen vader en zoon verdacht, terwijl het dagelijkse mobiele gebabbel tussen vriendjes en vriendinnetjes die frequentie gerust mag overstijgen?

Omdat ik een gewone maar kennelijk doeltreffende middenklasse opvoeding heb genoten (heb ondergaan, hoe zeg je dat?) waarin het onuitgesproken, maar heilige gebod luidt dat er AFSTAND moet ontstaan tussen ouders en het volwassen wordende kind, alsof een God het zo geboden heeft, uit naam van de vader en de zoon en de heilige geest van Freud.

Tweede voorbeeld: met vakantie kom ik de jonge bouwvakker L. tegen, achttien jaar, woont nog bij zijn ouders maar verdient zijn eigen geld. Met zijn vader en moeder brengt hij twee weken door in een buitenlands hotel, waar een mens twee dingen kan doen: zwemmen en zonnen. Nu wil het ongeluk dat L. niet van water houdt en niet van warmte, maar daarentegen erg veel van zijn vriendin, die in Nederland is achtergebleven en die hij zo mist dat hij het liefst de hele zonovergoten dag met haar wil internetten, vanuit een donker kamertje boven de hotellobby.

De logische oplossing lijkt mij dat hij thuis was gebleven, met vriendin en voorjaarsregen, maar dat vindt L. geen goed idee, want ‘ik wil mijn ouders niet teleurstellen’. Nee, volgend jaar, als ze weer voor twee weken hetzelfde hotel boeken met dezelfde zon en dezelfde zee die L. verafschuwt, gaat ook de vriendin mee. Dat is het radicale besluit dat hij – nee, nog niet heeft genomen, dat hij zich voorneemt te gaan nemen.

Hield ik wel genoeg van mijn moeder? Drie keer daags telefonisch contact, het zal voorgekomen zijn toen ik zeven was en uit logeren werd gestuurd en ontdekte dat heimwee inderdaad over pijn en wee ging. Later als student had ik moeder een of twee keer per week aan de lijn, ik was met die score een goede zoon, wij meenden beiden daarmee boven het landelijk gemiddelde te zitten. Er moest afstand komen, er kwam afstand, zij liet me handenwringend los, ik distantieerde me zo hartelijk mogelijk, en allebei hadden we het idee aan Hogere Wetten te gehoorzamen, alsof we een spelopdracht hadden gekregen die we niet konden weigeren en per se tot een goed einde moesten brengen.
En wat was dat goede einde dan? Antoine Mooij, psychiater en psychoanalyticus, formuleerde het in dit weekblad zo: ‘Als kind maak je je los van je ouders om een eigen identiteit te ontwikkelen. (…) Die onafhankelijkheid is dus belangrijk voor de psychische gezondheid en het maatschappelijk functioneren. Om autonoom maar niet egoïstisch te worden, is een goede afstand nodig tussen ouders en kind.’

Onafhankelijk worden om zo beter de eenzaamheid aan te kunnen die je eerst zelf hebt gecreëerd. Afstand nemen, de ‘goede’ afstand zelfs. Zo onaantastbaar zijn die doorgesijpelde inzichten van Freud en volgelingen, waarmee in de jaren vijftig en zestig de gehele middenklasse vertrouwd is geraakt, dat aan muiterij niet wordt gedacht. Ook als moeder mij miste, omdat haar leven kleiner werd terwijl het mijne uitdijde, zei ze dat op de schuldbewuste toon van iemand die wist dat ze de fout in ging.

‘Ik moet je ook los laten.’
Dit probeerde ik zo onopvallend en elegant mogelijk niet te ontkennen.
Het is dus een klassengebonden idee, dat loslaten, ik geloof dat de laagste en hoogste klassen hun clan lekker bij elkaar houden, maar wij, de overgrote middenklasse meerderheid, weten hoe het moet.
Loslaten.
Om daarna heel verantwoord en in blakende psychische gezondheid dood te gaan. Zelfstandig, als het ware.