VN MediagidsGillend gek
13.01.2010
Non fictie: Met elkaar opgescheept
In zijn nieuwe boek, Van Maatschappij naar Gemeenschap, stelt de Amerikaanse socioloog en filosoof Arnold Ratsberger dat het concept van De Samenleving als mislukt moet worden beschouwd. Ratsberger, verbonden aan de Universiteit van Michigan, gaat daarmee een aanzienlijk stuk verder dan diegenen die menen dat alleen de multiculturele samenleving als mislukt kan worden beschouwd.
De Amerikaanse hoogleraar begint zijn betoog met een levendig maar speculatief hoofdstuk over de vroegste samenlevingen, die van de holbewoners. Aan de hand van verschillende rotstekeningen schetst de hoogleraar een beeld van een claustrofobische gemeenschap waarin jaloezie, achterklap en overlast voor de nodige spanningen zorgen.
De voordelen van het samen jagen, verbleken bij de nadelen van het voordurend in een grot met elkaar opgescheept te zitten. Via de Grieken en de Romeinen komt Ratsberger uiteindelijk terecht bij de Middeleeuwen waar het samenleven er niet alleen toe leidt dat mensen de pest aan elkaar krijgen, maar ook de pest van elkaar oplopen. De voortdurende noodzaak rekening met elkaar te houden, zorgde er volgens Ratsberger voor dat veel middeleeuwers de pestepidemie als een verlossing zagen. Hij citeert daarbij ondermeer het lied van een minstreel die het verlangen uitspreekt te sterven in ballingschap zodat hij niet op een begraafplaats terechtkomt waar hij tot in lengte van dagen omringd wordt door die mensen waar hij tijdens zijn leven gillend gek van werd.
Met behulp van Norbert Elias en Max Weber komt Ratsberger ten slotte terecht in de moderniteit. Opnieuw wordt duidelijk dat ondanks alle goedbedoelde pogingen van politiek filosofen, afhankelijkheid van medemensen alleen maar tot irritatie, frustratie en geweld leidt. 'Mensen,' zo schrijft Ratsberger, 'worden vaak al gek van zichzelf, als daar anderen bij komen maakt dat de situatie alleen maar erger.' Hoe overtuigend ook, dit wat theoretische deel van het boek leest enigszins stroperig. Waarschijnlijk omdat Ratsberger ons zijn ontegenzeggelijke grote eruditie wil tonen.
Wie de moeite neemt door te lezen, wordt in het laatste hoofdstuk beloont met een schitterende analyse van het failliet van de hedendaagse samenleving. Op sardonische wijze fileert Ratsberger de wijze waarop in de jaren zeventig het concept van de Maatschappij naar boven komt. Scholieren kregen maatschappijleer, krakers verzetten zich tegen de maatschappij, en wie desondanks ongelukkig was, kreeg een maatschappelijk werker over de vloer.
In de jaren negentig verdwijnt de Maatschappij zo goed als helemaal uit het taalgebruik en maakt plaats voor het begrip Samenleving. Maar ook de samenleving komt onder vuur te liggen. Eerst de Multiculturele Samenleving, maar inmiddels is het wel duidelijk dat het hele idee van Samenleven voor niemand goed is. Daarom spreken politici inmiddels steeds vaker van De Gemeenschap, als ze De Samenleving bedoelen. Wie denkt dat een nieuwe benaming de problemen van het met elkaar opgescheept zitten op zal lossen, doet er goed aan het boek van Ratsberger goed te lezen.
Arnold Ratsberger, Van Maatschappij naar Gemeenschap, Werkgeverspers, 432 p., € 34,50
