VN Mediagids‘We kunnen elkaar voorlopig beter mijden. Je bent van Vrij Nederland’

Vermoedelijk moet ik een mastodont, dinosaurus of olifant zijn, want op 11 oktober 1980 was ik in het Haagse Congresgebouw getuige van de oprichting van het CDA. Een partij die zich liet inspireren door het evangelie en een uitgesproken hekel had aan de term polarisatie. De christen-democraten moesten niets hebben van politici als Joop den Uyl en Hans Wiegel, die Nederland tot een keus wilden dwingen tussen links en rechts. Ze zagen zichzelf als een ‘eigensoortige’ groepering die op het ene terrein progressieve standpunten innam en op het andere behoudende.
Vooral de sociaal-democraten waren de gebeten hond. Zij hadden in 1969 de ‘anti-KVP-motie’ aangenomen: met de katholieken werd niet geregeerd als ze zich niet eerst tot het vooruitstrevende kamp bekenden. Van samenwerking kwam het toch, maar in het kabinet-Den Uyl voelden de confessionelen zich gepiepeld. Begin jaren negentig zat de pola¬riserende opstelling van de PvdA de katholieken, hervormden en gereformeerden nog steeds hoog. Joop van Rijswijk, oud-rechterhand van fractieleiders als Aantjes en Lubbers, publiceerde zijn boek Repeterende breuken. De machtsstrijd tussen PvdA en CDA. In de tijd van Den Uyl hadden de sociaal-democraten zich niet als ‘politieke tegenstander’ maar als ‘vijand’ gedragen. Ze probeerden ‘de christen-democratie als politieke factor te elimineren’. De les die Van Rijswijk voor de toekomst trok, was dat ‘polarisatie het tot stand brengen van werkbare partijpolitieke verhoudingen onmogelijk maakt en voor het bestuur van ons land heilloos is’.
Het hoeft geen verbazing te wekken dat de voormalige fractienotulist de buiging naar uiterst rechts die Maxime Verhagen nu maakt, even grondig verafschuwt als Dries van Agt, Ruud Lubbers, Ab Klink, Cees Veerman en Herman Wijffels. VVD en CDA hebben besloten tot ‘een algehele capitulatie voor Wilders’, schreef Van Rijswijk in Trouw van 3 augustus.
- De scherpslijperij komt nu niet van links, maar van rechts
Aan het Binnenhof is de polarisatiestrategie terug van weggeweest. Met één verschil. De scherpslijperij komt anders dan in de jaren zestig en zeventig niet van links. Niet CDA’er Verhagen maar PvdA’er Job Cohen profileert zich als de man die ‘bruggen wil bouwen’. Alexander Pechtold noemt zich sociaal-liberaal: ‘Ik vind de termen links en rechts achterhaald.’ Femke Halsema wil de maatschappij hervormen, desnoods samen met VVD en CDA. Zelfs Emile Roemer van de SP sluit regeren met de ooit voor ‘neoliberaal’ uitgescholden christen-democraten niet langer uit. Het gebrek aan verzoeningsgezindheid zit nu bij rechts.
Mark Rutte is er nog geen moment in geslaagd zich te gedragen als de premier van alle Nederlanders. Hij mijmert liever over een regeerakkoord ‘waarbij rechts zijn vingers kan aflikken’. Wilders noemde als belangrijkste reden om weer aan de onderhandelingstafel aan te schuiven dat Cohen, Pechtold en Halsema anders hun opwachting konden maken in de Trêveszaal. Dat ‘schrikbeeld’ wilde hij voorkomen. Verhagen, de man die met zijn opmerking dat Nederland in Uruzgan moest blijven het vierde kabinet Balkenende ten val bracht, citeerde in het Kamerdebat over het eindverslag van Ivo Opstelten zijn verre voorganger, KVP-leider monseigneur Wiel Nolens. Die merkte kort na de Eerste Wereldoorlog op dat een goed katholiek ‘alleen bij uiterste noodzaak’ samenwerking kon overwegen met de socialisten. De fractievoorzitter van het CDA: ‘Ik constateer dat de heer Nolens in het verleden ware woorden heeft gesproken.’ Verhagen pacteert kennelijk liever met de duvel en zijn ouwe moer dan dat hij het risico loopt om met de nazaten van Wouter Bos en Bert Koenders te moeten regeren.
Is het verstandig dat de strijdbijl tussen rechts en links opnieuw wordt opgegraven? Persoonlijk bewaar ik voornamelijk slechte herinneringen aan de tijd dat je voor de PvdA en tegen de VVD moest zijn (of andersom). Zwart-witdenken domineerde toen de Nederlandse politiek. Ik vond het bevrijdend dat Paars een eind maakte aan bijbelse redeneringen als: ‘Wie niet met Mij is, is tegen Mij.’ Avonden lang bracht ik in Haagse cafés door met liberalen als Gerrit Zalm en Annemarie Jorritsma. Ze bleken veel gezelliger te zijn dan de socialisten. Nu zijn de starre scheidslijnen terug. Laatst voegde een CDA-Kamerlid bij wie ik wel eens over de vloer kwam, me toe: ‘We kunnen elkaar voorlopig beter mijden. Je bent van Vrij Nederland. Je staat aan de andere kant.’ Dat tekent het Den Haag van vandaag.
In Buitenhof voorspelde Herman Wijffels dat we een tweedeling tegemoet gaan: CDA plus VVD versus PvdA en SP. Als hij gelijk heeft, zal het Binnenhof een onherbergzaam oord worden voor iedereen die weigert de wereld op te delen in linkse en rechtse kerkgangers.
