VN MediagidsWaarom geen Duitse knieval op de Dam?

In de nacht van 30 april op 1 mei 1954 reden schrijfster Mies Bouhuys, dichter Ed. Hoornik en uitgever Fred von Eugen met zijn drieën in een auto naar de Duitse grens.
Op elk verkeersbord dat ze tegenkwamen, plakten ze een pamflet met de tekst: 'Deutsche nicht erwünscht'. In hetzelfde lettertype als de plakkaten uit de oorlog met het opschrift 'Juden nicht erwünscht'. Aanleiding was het plan van de zuinige premier Drees om werknemers voortaan zelf te laten betalen voor de vrije dag die ze op 5 mei opnamen. Een slag in het gezicht van het voormalig verzet, vonden Bouhuys, Hoornik en Von Eugen.
Ze ergerden zich aan de vergevingsgezinde houding van het rooms-rode kabinet tegenover de Bondsrepubliek. Meest zichtbare teken van de toenadering waren de horden Duitse toeristen die op de bollenvelden en het strand van Zandvoort afkwamen. Konden die in de week van de herdenking niet worden geweerd? Vandaar die plakactie. Mies Bouhuys, die twee jaar geleden overleed, vertelde erover in het televisieprogramma Andere Tijden van 3 mei 2001. 'Het was prachtig weer, met alle bomen in bloei, en dan reed je door zo'n doodstille ochtend waar je van onze kant af geen auto tegenkwam, maar zo gauw het licht werd, kwamen die stromen Duitse Volkswagens, die Kevers, het land binnen. En wij plakten waar we maar konden.'
Onderweg kregen ze soms positieve reacties, zoals van die boer die zijn duimen opstak en hen met zijn pet bleef nawuiven, maar ook negatieve: 'Woedende Duitsers, die probeerden hun auto dwars op de weg te gooien en anderen die ons met gebalde vuisten stonden na te zwaaien.' Het resultaat van het schrijversprotest: het kabinet hield vol dat werknemers die de bevrijding wilden vieren dat op eigen kosten moesten doen, het verbond van Duitse reisbureaus raadde haar leden af de eerste week van mei groepsreizen naar Nederland te organiseren. Individueel naar ons land vertrekkende Duitsers kregen het advies uiterste discretie te betrachten. Zo lagen de verhoudingen in 1954 - negen jaar na de ondergang van het Derde Rijk.
Bizar dat anno 2010 de vraag nog steeds niet is beantwoord of vertegenwoordigers van de oosterburen zich tijdens de Dodenherdenking op 4 mei mogen ophouden in de omgeving van de Dam. De discussie werd opgerakeld door de Duitse ambassadeur Thomas Laüfer die onlangs in het NPS-programma De Oorlog tegen Rob Trip zei dat hij een uitnodiging om daar aanwezig te zijn niet zou afslaan. Paniek bij notabelen als Joan Leemhuis, Els Borst en Jan Franssen die het bestuur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei vormen. Vorige week verscheen een gezamenlijk communiqué van het comité en de ambassade aan de Groot Hertoginnelaan: de Dodenherdenking was een aangelegenheid van het Nederlandse volk waarvoor van geen enkel land officiële vertegenwoordigers werden uitgenodigd. Laüfer benadrukte de Nederlandse benadering te respecteren. Zijn eerdere uitlatingen berustten op een 'misverstand'.
Dossier gesloten. Althans: voorlopig. Want hoe lang kun je bij zo'n plechtigheid nog de toegang versperren aan een land waarvan de bondskanselier - Willy Brandt - al veertig jaar geleden een historische knieval bij het monument in het getto van Warschau maakte? Een land dat zijn hoofdstad - Berlijn - heeft veranderd in een openlucht oorlogsmuseum waar toeristen en schoolklassen van het ene naar het andere gedenkteken worden gesleept: de lege kasten op de Bebelplatz die naar de boekverbranding van 1933 verwijzen, de Topographie des Terrors, het Holocaust-Mahnmal? Geen regering in Europa die haar bevolking de zonden der vaderen zo krachtig inpepert!
Tijdens een interview dat ik met hem had voor Met het oog op morgen opperde Jan Franssen, vice-voorzitter van het Nationaal Comité, een uitweg: niet in mei 2010 maar op den duur kunnen bij de Dodenherdenking de ambassadeurs van zo'n beetje de hele wereld worden uitgenodigd. Dan is ook de komst van een Duitser niet meer misplaatst. In welk jaar het comité eraan toe is om die conclusie te trekken, zei Franssen er niet bij.
Geen misverstand: als tweede generatie oorlogsslachtoffer vind ik dat rekening moet worden gehouden met de gevoelens van de overlevenden van Bergen-Belsen en Auschwitz-Birkenau. Toch lijkt me de oplossing van Franssen zo gek nog niet. Ik zit niet te wachten op geforceerde verbroedering met de Duitsers, Oekraïeners en Kroaten. Maar waarom zou Laüfer geen knieval mogen maken op de Dam?
