VN MediagidsVuile was
Politiek 22.07.2008
Eigenlijk heb ik het niet begrepen op klokkenluiders. Querulanten en dorpsgekken lijken het me meestal, types die er heilig van overtuigd zijn dat hun groot onrecht is aangedaan en dat dat door eindeloos klagen kan worden rechtgezet.
Ik weet waarover ik het heb, want als journalist word je soms nachtenlang uit je slaap gehouden door tipgevers die een grove misstand menen te hebben ontdekt en niet meer loslaten voordat je erover geschreven hebt. Niet zelden blijken ze echt te zijn ontsnapt uit een psychiatrische kliniek. En roepen ze jou na verloop van tijd uit tot de vijand die nodig moet worden vernietigd. Mensen die zeggen dat ze je aan het verhaal van je leven willen helpen – je kunt ze niet genoeg wantrouwen. Maar sinds vorige week vrijdag ben ik opeens van mening veranderd.
Toen ontmoette ik voor het eerst van mijn leven Fred Spijkers, de voormalige maatschappelijk werker die nu al een kwart eeuw verwikkeld is in een vendetta met het ministerie van Defensie. Wat een ontroerende man! Soms kan hij zich als een pitbull gedragen, gaf Spijkers toe. Ook maakte hij een zenuwachtige indruk, maar dat kon ook liggen aan de zware buikoperatie waarvoor hij nog naar het ziekenhuis moest. Wantrouwend in het leven stond hij wél. Maar dat is geen wonder als je vroegere werkgever (Defensie) al vijfentwintig jaar bezig is je zwart te maken. Zoals ze in Israël altijd zeggen: ben je ook paranoïde als ze écht achter je aanzitten?
Het verhaal van Fred Spijkers zou in het verzamelde werk van Franz Kafka niet hebben misstaan. In 1984 gaf Defensie hem opdracht de weduwe Marjolein Ovaa mee te delen dat de dood van haar man Rob bij een landmijnexplosie aan zijn eigen nalatigheid te wijten was. De maatschappelijk werker ging op onderzoek uit en ontdekte dat het om ondeugdelijke mijnen ging. Defensie wist dat al sinds 1970. De militaire inlichtingendienst en een batterij psychiaters werden op Spijkers gezet. Dat leverde oordelen als ‘een politieke crimineel’ en ‘een paranoïde en schizofreen iemand’ op.
Spijkers werd de WAO in gewerkt en daarna ontslagen. Het duurde negentien jaar voordat staatssecretaris Van der Knaap van Defensie erkende dat zijn ministerie een blunder van jewelste had begaan. Waarna Spijkers een schadevergoeding van 1,6 miljoen euro kreeg toegezegd én een lintje van de koningin. Met de ‘vaststellingsovereenkomst’ die de klokkenluider en de Nederlandse overheid in 2002 sloten, liep bijna alles mis. Er zou geen belasting over de schadevergoeding worden geheven. Toch viel er een aanslag van 900.000 euro in de bus. De belastende dossiers van de inlichtingendienst zouden worden vernietigd. In plaats daarvan werden ze door Defensie overgedragen aan het Nationaal Archief. Ook het lintje bleef nog maanden lang uit. De SP-fractie in de Kamer moest eraan te pas komen om Spijkers alsnog aan zijn ridderschap in de Orde van Oranje-Nassau te helpen. Door al die tegenwerking sloeg de klokkenluider op tilt.
Dit voorjaar kwam de gemeenteraad van zijn woonplaats Culemborg in actie: kon premier Balkenende er niet voor zorgen dat de overeenkomst met Spijkers na zes jaar eindelijk eens werd uitgevoerd? In het radioprogramma Met het oog op morgen maakte Pieter van Vollenhoven bekend dat hij graag als vertrouwenspersoon van Spijkers wilde optreden – mits staatssecretaris De Vries van Defensie hem daartoe uitnodigde. Het tegendeel gebeurde. Twee weken geleden trok Van Vollenhoven zijn aanbod weer in – naar verluidt onder druk van het kabinet. Balkenende, Hirsch Ballin en De Vries vonden het niet wenselijk dat een lid van het Koninklijk Huis zich met de zaak bemoeide. Intussen heeft Agnes Jongerius van de FNV aangeboden zich over Spijkers te ontfermen.
Balkenende IV overtreedt wel vaker de staatsrechtelijke regel dat het kabinet met één mond spreekt. Ook nu. Terwijl Guusje ter Horst zich al maanden inzet voor de oprichting van een onafhankelijk meldpunt voor klokkenluiders, houden de CDA-bewindslieden een bemiddelingspoging door prins Pieter tegen. Minister Van Middelkoop liet zelfs weten dat er helemaal niets aan de hand was tussen zijn ministerie en Spijkers. Hoezo, eenheid van kabinetsbeleid?
In haar afscheidsrede als hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Amsterdam signaleert Elisabeth Lissenberg een interessante paradox. Aan de ene kant neemt het aantal meld- en kliklijnen in Nederland hand over hand toe. De overheid stimuleert burgers om anoniem over hun buurman te klikken bij de politie en de belastingdienst. Aan de andere kant ontbreekt bescherming voor klokkenluiders die misstanden bij de overheid en in het bedrijfsleven aan de kaak stellen en daarbij met open vizier strijden. Amerika en Engeland steunen zulke mensen. Nederland doet dat niet. Wie hier de vuile was buiten hangt, veroordeelt zichzelf tot brodeloosheid. Ad Bos die de bouwfraude aankaartte, woont noodgedwongen in een stacaravan. Fred Spijkers moet nu maar hopen dat Jongerius iets voor hem bereikt. Nederland kent niet voor niets het gezegde: spreken is zilver maar zwijgen is goud.
