VN MediagidsVlam in de pan

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 04.03.2008

Door Max van Weezel

De cabaretact van Wouter Bos en André Rouvoet tijdens het kerstfeest op het Catshuis (tot hilariteit van de collega’s zongen ze in korte broek een liedje op de muziek van ‘De nozem en de non’) en het genoeglijke diner met de fractievoorzitters in de ambtswoning van de premier hadden onvoldoende gewerkt.

2008 was nog maar twee maanden oud en toch deden zich al weer twee heftige conflicten binnen de coalitie voor. Vervelend bedrijfsongeval was het interview dat Piet Hein Donner gaf aan De Pers. De minister van Sociale Zaken bleek nog steeds de mening toegedaan dat het ontslagrecht moest worden versoepeld. Dat kon voor niemand een verrassing zijn.

Tekenend voor de slechte verhoudingen binnen de coalitie was vooral de manier waarop plaatsvervangend PvdA-fractieleider Mariëtte Hamer reageerde. De dag was nog niet aangebroken of ze zat al bij Radio 1’s Rob Trip. Ze was ‘buitengewoon ontstemd’ en verweet Donner dat die ‘hoog spel speelde’. Een minister die zo openlijk voor de werkgevers koos, moest zich afvragen of hij nog wel acceptabel voor de vakbeweging was. Later op de dag zou Wouter Bos nog van zich laten horen. Die dacht er kennelijk anders over dan Hamer, want elke reactie van zijn kant bleef uit. Wel verklaarde Donner in de Kamer dat hij de na veel getouwtrek ingestelde commissie-Bakker (die de bevordering van de arbeidsparticipatie moet bestuderen) niet voor de voeten had willen lopen. Waarna Hamer haastig retireerde.

Een paar uur later was het weer mis. Ter voorbereiding van de ministerraad komen op donderdagavond de bewindspersonenoverleggen (BPO’s) van de politieke partijen bijeen. De CDA’ers op het Catshuis, de PvdA’ers op het tijdelijke onderkomen van het ministerie van Financiën aan de Prinses Bea­trix­laan. Afgelopen donderdag kenden de beide bijeenkomsten maar één agendapunt: de film van Geert Wilders over het islamofascisme en het barbaarse karakter van de profeet Mohammed. Zelden zal een kwestie zoveel tumult achter de schermen hebben veroorzaakt. Voormannen van het bedrijfsleven als Bernard Wientjes (VNO-NCW), Jan Kam­min­ga (metaalwerkgevers) en Albert Jan Maat (boeren en tuinders) hadden het kabinet gewaarschuwd.

Wisten de bewindslieden wel hoeveel Nederlanders in islamitische landen bezig waren de VOC-mentaliteit gestalte te geven? En hoeveel risico al die bouwondernemers, baggeraars en bloemenexporteurs liepen als de film over de Koran werd uitgezonden? Niet alleen in extremistische landen als Iran, maar ook in het welvarende Dubai en het gematigde Indonesië? De KLM meldde dat stewardessen niet meer op het Midden-Oos­ten durfden te vliegen, een Egyptisch filmfestival had uit wraak de vertoning van Waar is het paard van Sinterklaas? al afgelast. Ver­hagen was bang dat Nederlandse ambassades in lichterlaaie zouden worden gezet.

Hirsch Ballin had met Wilders gesproken, maar ook met juristen van het gerenommeerde bureau De Brauw Blackstone West­broek. De uitkomst: gezien het grondwetsartikel over de vrijheid van meningsuiting kon het kabinet van tevoren weinig tegen Wil­ders ondernemen. Alleen na vertoning zat er misschien een rechtszaak in. Hoe viel dat uit te leggen aan Jakarta, Kuala Lumpur en Amman? Ook uit de Kamerfracties kwamen verontrustende signalen. CDA-fractieleider Pie­ter van Geel was bij de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan op bezoek geweest en die was not amused. Oud-staatssecretaris Karien van Gennip van Economische Zaken kwam net terug uit Rusland. Ook in de Oeral hadden ze alleen maar vragen gesteld over de film van Wilders.

Wat te doen? In elk geval werd de afspraak gemaakt dat de bewindsliedenoverleggen van CDA en PvdA elkaar goed op de hoogte zouden houden. Dat gebeurde niet. Op het Catshuis drongen Van Geel en Verhagen er op aan dat flink stelling werd genomen tegen Wilders. Bij het BPO van de PvdA lagen de meningen verdeeld. Staatssecretaris Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken was het voor honderd procent eens met zijn minister. Ook in Europa bestond weinig begrip voor de ongebreidelde vrijheid van meningsuiting die ze in Nederland kenden. Anderen – zoals Ronald Plasterk van Onderwijs – verdedigden die artistieke vrijheid juist. De vlam sloeg in de pan toen bleek dat Verhagen – zonder de sociaal-democraten te informeren – Nova te woord had gestaan. Hij zinspeelde op een verbod van de film Fitna. Ziedend waren de PvdA’ers: zij vonden in meerderheid dat van een verbod geen sprake kon zijn en lieten zich door de sluwe christen Verhagen niet buitenspel zetten!

Nog een wonder dat de ministerraad er vrijdag in slaagde een waardige verklaring over de filmplannen van Wilders af te scheiden. Ver­hagen bood zijn excuses aan, maar wist de rest van de raad wel van de ernst van de situatie te overtuigen. Hirsch Ballin – die steeds vaker de brugfunctie tussen CDA en PvdA vervult – legde uit dat van een preventief verbod geen sprake kon zijn. De PvdA’ers namen genoegen met die uitleg. Jammer dat er dreigementen van Al-Qaida en de taliban voor nodig waren om de coalitie zo ver te krijgen dat de gelederen weer werden gesloten.