VN MediagidsStop de stammenoorlog

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 14.04.2010

Door Max van Weezel

Als ik de mening van Europa wil leren kennen, met wie telefoneer ik dan, moet Henry Kissinger in de jaren zeventig vertwijfeld hebben uitgeroepen. De noodkreet van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken sloeg op het eeuwige gekissebis tussen de vele instanties die de lakens meenden te kunnen uitdelen op het oude continent: het Élysée-paleis, het Bundeskanzleramt, Downing Street 10, de Europese Commissie, de Raad van Ministers.

Wat voor Europa geldt, gaat ook op voor de Nederlandse overheid. Probeer maar eens een vmbo-school nieuw leven in te blazen - zoals Felix Rottenberg en VN-collega Margalith Kleijwegt in Amsterdam-West hebben gedaan. Valt zo'n onderwijsinstelling onder het college van burgemeester en wethouders, de deelraad of het schoolbestuur? Wie is eigenlijk het bevoegd gezag?

Nog veel ingewikkelder is in Nederland de jeugdzorg geregeld. Demissionair minister Rouvoet droomt ervan dat in alle gemeenten Centra voor Jeugd en Gezin verrijzen. Maar de beslissing of jongeren in een noodsituatie professionele hulp krijgen toegewezen, ligt in handen van het Bureau Jeugdzorg van de provincie. Behalve als zo'n jongen of meisje een licht verstandelijke handicap heeft of aan de drugs is.

- Achilleshiel: het is allemaal eens eerder geprobeed

Want brancheorganisaties als de Vereniging Gehandicaptenzorg en GGZ Nederland hebben ook het nodige in de melk te brokkelen. Hun richtlijnen krijgen de instellingen in de jeugdzorg niet alleen van Rouvoet maar ook van de ministers Hirsch Ballin, Donner en Klink. De Amsterdamse loco-burgemeester Lodewijk Asscher was nog mild toen hij de organisatie van de jeugdzorg vergeleek met het monster van Frankenstein.

Niet vreemd dat het kabinet in september besloot de twintig ambtelijke werkgroepen die bezuinigingen moesten ophoesten, ook te laten kijken naar de werking van de overheid. Onder leiding van directeur Chris Kalden van Staatsbosbeheer (een man voor wie het normaal moet zijn door de bomen het bos niet meer te zien) boog werkgroep 18 zich over de mogelijkheid van bezuinigingen op het openbaar bestuur.

Werkgroep 19 - voorgezeten door topman Martin van Rijn van pensioenfonds PGGM - bracht in kaart hoe de bedrijfsvoering van de overheid kon worden verbeterd. Dat leverde het rapport Van schaven naar sturen op. Belangrijkste aanbeveling van Kalden: hef de provincies en waterschappen op en verdeel hun taken over het rijk en de gemeenten. Zo blijven er nog maar twee in plaats van vier bestuurslagen over.

Voor het geval de politiek dat een te radicale ingreep mocht vinden, oppert Kalden meteen een gematigder alternatief: zorg er in elk geval voor dat provincies en gemeenten elkaar niet nodeloos voor de voeten lopen. Geef de gemeenten de verantwoordelijkheid voor zorg en welzijn, de provincies voor de ruimtelijke ordening en het economisch beleid. Dat brengt wel minder bezuinigingen op.

Dringend advies van de commissie-Van Rijn: stop de stammenoorlog die al sinds de aankomst van koning Willem I in Scheveningen woedt tussen de verschillende ministeries. Denk eens in termen van 'veiligheid' en 'kennis' en niet vanuit de belangen van BZK, Justitie, EZ, OCW en SZW. Met zo'n aanpak kun je al snel een miljard euro besparen.

Achilleshiel van de heroverwegingsoperatie: het is allemaal al eens eerder geprobeerd. De planken van mijn boekenkast zuchten onder de rapporten van commissies die hun tanden stukbeten op de vraag: hoe kan de efficiency van de overheid worden verbeterd? Het overleg van secretarissen-generaal schreef in 2007 een rapport met de hoopvolle titel De verkokering voorbij.

Een commissie onder leiding van oud-CDA-leider Elco Brinkman adviseerde Binnenlandse Zaken en Justitie samen te voegen tot één ministerie van Veiligheid. De commissie-De Grave hekelde de 'buitensporige bestuurlijke drukte' in Nederland: iedereen bemoeide zich met alles. De commissie-Geelhoed stelde voor de bezem te halen door de twaalf provincies die nu bestaan: vier à vijf waren genoeg. Van de commissie-Lodders moesten de provincies zich 'meer focussen op hun kerntaken'.

Al die pogingen tot coördinatie strandden op verzet van de ministeries en machtige lobby's als de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Interprovinciaal Overleg. Ook de commissie-Kalden constateert dat over de stroomlijning van de overheid 'de afgelopen decennia rapporten vol zijn geschreven': 'De meest opvallende overeenkomst tussen alle studies en adviezen is dat met de conclusies en aanbevelingen zeer weinig is gedaan.'

De ambtenaren en externe adviseurs, die bij de heroverwegingsoperatie waren betrokken, hopen dat de financiële nood nu zo hoog is gestegen dat hún aanbevelingen wel serieus worden genomen. Maar zou het Van Rijn en Kalden anders vergaan dan Brinkman, De Grave, Geelhoed en Lodders?

[reageren]