VN MediagidsRooie reus

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 23.06.2008

Door Max van Weezel

Zelden zo ambivalent tegenover iemand uit het politieke circuit gestaan als tegenover Jan Marijnissen. Alle lof die ­vorige week over hem werd uitgestort lijkt me terecht: briljant debater, ervaren parlementariër, man met een goed gevoel voor wat er leeft onder buschauffeurs, verpleegsters en postbodes. Toch heeft de dirigistische manier waarop de tovenaar uit Oss zijn partij leidde me altijd tegengestaan.

Waarom ik daar zo zwaar aan til? Waarschijnlijk omdat ik in mijn studententijd een paar jaar lid ben geweest van de CPN, een partij die in veel opzichten als voorloper van de SP kan gelden. Beide groeperingen ontfermden zich over de onderkant van de samenleving en stelden zich daarbij uiterst militant op: geen staking of demonstratie of er werd steun voor uitgesproken. Beide clubs hadden een tijd lang geflirt met het gedachtengoed van Marx, Engels en Lenin, maar stelden zich nu constructief op tegenover de parlementaire democratie. So far, so good. Je moest alleen niet de fout maken er lid van te worden. Dan merkte je dat achter de democratische façade een andere werkelijkheid schuilging. Binnenskamers regeerde de partijleiding met harde hand. Niet lullen maar poetsen, was het devies. Wie zich daar niet aan hield, kreeg al snel te horen: daar is het gat van de deur.

Mijn CPN-lidmaatschap is me destijds niet zo goed bevallen. Heel recalcitrant was ik niet. Toch leverden mild-kritische opmerkingen over het gebrek aan partijdemocratie meteen predikaten als ‘je bent niet loyaal’ en ‘je bent onbetrouwbaar’ op. Reden om te vertrekken en mijn heil in de journalistiek te zoeken. Waarna ik nog geruime tijd op de zwarte lijst stond: oud-partijgenoten die ik in mijn stamkroeg aan het Spui tegenkwam, keerden zich om of gingen aan een ander tafeltje zitten. Door zulke ervaringen raakte je van je geloof in het militante socialisme grondig genezen.

Toen de SP twee decennia later furore maakte in linkse kring, was ik nog steeds niet over dat jeugdtrauma heen. De Rode Jehova’s konden zo vaak als ze wilden betogen dat ze het marxisme-leninisme, de planeconomie en hun principiële ‘nee’ tegen de NAVO en het koningshuis hadden afgezworen, van hun bewering dat ze inmiddels ook intern een democratisch functionerende partij vormden, geloofde ik geen biet. VN-collega’s die tot op zekere hoogte met het succes van de SP sympathiseerden (Rudie Kagie die er een boek over schreef, Elma Verhey die samen met Jan Marijnissen in de jury van de Rooie Reus Prijs zat) stuitten bij mij op een sceptische houding. Al heb ik me wel eens afgevraagd of ik niet een te hard oordeel velde.

Ontegenzeggelijk voorzagen Marijnissen en zijn medestrijder van het eerste uur Remi Poppe als Tweede Kamerleden in een lacune: de PvdA was bezig zich van de erfenis van Joop den Uyl te ontdoen en zat samen met de liberalen in een kabinet dat de nutsbedrijven privatiseerde en grote delen van de collectieve sector aan de tucht van de markt onderwierp. De SP leek nog de enige partij die zich de noden van de werknemers, uitkeringsgerechtigden en lagere middenklasse aantrok. Marijnissen voelde het maatschappelijke onbehagen dat de Fortuyn-revolte voortbracht stukken beter aan dan sociaal-democraten als Kok en Melkert.

Toch bleek mijn scepsis niet ongegrond. Eind 2005 belde Elma Verhey: ze was door Onze Jan in hoogst eigen persoon gevraagd om hoofdredacteur van partijblad De Tribune te worden. Marijnissen had haar de grootst mogelijke redactionele onafhankelijkheid toegezegd, De Tribune zou van een parochieblaadje in een journalistiek gemaakt magazine veranderen.

De droom duurde niet lang. Nog geen anderhalf jaar later wilde Verhey een artikel over het dissidente Eerste Kamerlid Düzgün Yildirim plaatsen dat van hogerhand werd verboden. Één woord van protest en de hoofdredacteur bleek door partijsecretaris Hans van Heijningen te zijn geschorst. Verhey naderhand: ‘De SP is een dictatoriaal geregeerde club waar geen ruimte is voor discussie.’

Na de zomervakantie van 2007 kwam ik Jan Marijnis­sen in de buurt van de Hofvijver tegen. Na eerst naar zijn gezondheid te hebben geïnformeerd – de SP-leider had het bed moeten houden vanwege een hernia – bracht ik het gesprek op de schorsing van Elma Verhey. Marijnissen praatte nog steeds vol lof over de journaliste die tijdelijk tot hoofdredacteur van het partijblad was gebombardeerd. Een energieke meid, vond hij haar. Goed van de partij om het met zo’n dwars iemand te hebben geprobeerd. Maar ook wel voorspelbaar dat het was misgelopen. Wat het partijblad betreft, gold voor hem voortaan: ‘Keine Experimente’.

Het vertrek van de partijpatriarch uit Oss heeft bij zijn aanhangers tot geschokte reacties en bij sommigen zelfs tot huilbuien geleid. Maar misschien is het een blessing in disguise. De Rooie Reus Marijnissen is er in geslaagd zijn SP te laten uitgroeien tot een serieuze concurrent van de sociaal-democratie. De kadaverdiscipline heeft hij niet willen doorbreken. Zouden zijn opvolgers dat wel aandurven? V