VN MediagidsRita avant la lettre

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 22.04.2008

Door Max van Weezel

En dan nu de historische quiz die ‘Weekboek Den Haag’ met regelmaat organiseert: van wie zijn de volgende uitspraken over onze parlementaire democratie en in welk jaar werden ze gedaan?

Citaat 1: ‘In de Tweede Kamer wordt het landsbelang tot spel verlaagd, het land tot prooi gemaakt van baantjesjagers. Gewetenloze schreeuwers, beunhazen en heftig krakelende partijen beschouwen de volksvergadering als een ladder om naar de vette baantjes op te klimmen.’

Citaat 2: ‘Democraten zijn ezeldrijvers die om de ezel te mogen regeren de ezel vereren.’

Citaat 3: ‘Wij worden geregeerd door letterknechten en uilskuikens en dieven en charlatans.’

Citaat 4: ‘Het volk begeert niet meer zogenaamd zelf te regeren om in werkelijkheid geregeerd te worden door middelmatigheden, wier politieke onhandigheid en grofheid hoe langer hoe duidelijker wordt. Het volk gaat weer vragen naar de sterke man, waardoor het met geniale kracht geregeerd wil worden, naar de dictator, de leider.’

Citaat 5: ‘Mensen mogen mij overtuigen. Dus kom maar op met die goede ideeën. Maar uiteindelijk beslis ik.’

Citaat 6: ‘Met de samenstelling van de Tweede Kamer­lijst ben ik nog niet bezig. Maar er komt niemand op die nu deel uitmaakt van de Haagse vierkante kilometer. Die houden zich bezig met Haags geneuzel en oude politiek.’

Ook zo benieuwd naar de antwoorden?

Citaat 1 is afkomstig van de Delftse hoogleraar en tegenstander van het algemeen kiesrecht J.H. Valckenier Kips. In 1908 legde hij bij zijn studenten veel eer in met het artikel ‘Het faillissement van het parlementaire stelsel’. De tweede uitspraak is van de Leidse filosoof en He­ge­li­aan Gerard Bolland, door velen als de geestelijke vader van het Ne­der­land­se fascisme beschouwd. Over de ezeldrijvers publiceerde hij in 1909. Politici zijn uilskuikens en charlatans, meende Mussolini-aanhanger Wou­ter Lut­kie begin jaren twintig. Die over de leider met zijn geniale kracht is een harde, inderdaad. Komt dan ook uit een NSB-brochure over de parlementaire democratie uit 1933. De twee laatste uitspraken kent u natuurlijk. Ze zijn van Rita Verdonk.

Stop! Wat ben je nu aan het doen, Max?
Je weet best dat de oud-minister van Vreemdelingenzaken en In­te­gra­tie het algemeen kiesrecht wil handhaven en niets van on-Nederlandse verschijnselen als een dictator of potentaat moet hebben. Ze zegt juist dat ze het land aan de burger terug wil geven. Wel gaat de captain van Trots op Ne­der­land – op tournee door de provincie – flink tekeer tegen de gevestigde partijpolitici. ‘Wat me opvalt, is dat veel mensen boos zijn en zich machteloos voelen omdat in Den Haag niets gebeurt,’ vertrouwde ze het Nederlands Dag­blad toe: ‘De term “zakkenvullers” valt inderdaad. Zo vaak hoor ik: Den Haag begrijpt niet wat er in het land écht gebeurt. Het gebrek aan leiderschap stoort de mensen.’

Vergelijkingen tussen nu en de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw moet je niet te snel maken. Het is ook ongepast om dat te doen. Wij weten inmiddels dat op de anti-parlementaire rebellie van toen de bezetting en de holocaust volgden. Degenen die in het interbellum tegen de ‘lamlendige’ en ‘slappe’ partijpolitici van leer trokken, wisten dat niet. Veel van hen waren ruim vóór 1940 al weer van hun geloof in de nieuwe orde genezen. Schuld aan de treinen naar Auschwitz dragen ze niet. Feit blijft dat verschillende conservatieve groeperingen in het interbellum alles op alles zetten om de parlementaire democratie en de partijpolitiek in diskrediet te brengen.

In termen die verdacht veel lijken op de slogans die nu door de Tonnies – de aanhangers van Trots op Nederland – worden aangeheven: de traditionele partijpolitici zijn zakkenvullers en plucheplakkers, het parlement is een praathuis dat niets doet, een doorbraak valt slechts te verwachten van een sterke man of dominante meesteres. Het verraadt op zijn minst een hang naar een autoritaire vorm van democratie.

Een opvallende parallel tussen toen en nu is het gretige gebruik van de term ‘nationaal.’ Anti-parlementaire bewegingen in de jaren twintig en dertig tooiden zich graag met namen als het Vaderlandsch Verbond, de Ne­der­land­se Volkspartij, de Nationale Unie of het Ver­bond voor Nationaal Herstel. Ze gaven tijdschriften uit met stoere titels als De Bezem en De Valbijl. Ze benadrukten zonder uitzondering de noodzaak van een ‘nationaal réveil’.

Door prat te gaan op haar nationalisme en populisme brengt Rita Verdonk – waarschijnlijk onbewust – een ode aan de geest van de jaren dertig. Die werd behalve door de rechtse autoritaire splintergroepen vooral gekenmerkt door het optreden van premier Hendrik Colijn die zich erop beroemde dat hij het schip van staat door de woelige baren zou loodsen. Net als Colijn laat Rita zich bij voorkeur achter het roer van een schip afbeelden, met onderschriften als: ‘Bepaal met ons de politieke koers.’

Niets tegen protestbewegingen, maar kan de volgende zich alsjeblieft gewoon weer oriënteren op de angry young men van de jaren vijftig en de hippies uit de jaren zestig?