VN MediagidsRampzaliger kan een verkiezingsuitslag nauwelijks zijn. Of toch?

Verder na de klap heette het rapport dat een commissie onder voorzitterschap van de Limburgse gouverneur Léon Frissen uitbracht over de grootste nederlaag die het CDA leed in zijn dertigjarige geschiedenis: de twintig zetels die Jan Peter Balkenende verloor op 9 juni 2010. Het is een tikkeltje sadistisch maar met het oog op de komende Statenverkiezingen misschien toch goed nog even in herinnering te brengen hoe zwaar de dreun was die de partij te verwerken kreeg.
Het CDA ging van 2,6 miljoen kiezers in 2006 naar 1,2 miljoen in 2010, een achteruitgang van meer dan vijftig procent. 'In de stedelijke centra van bevolking - ook buiten de Randstad - daalde de stem voor het CDA naar soms marginale percentages,' signaleerde de commissie. Niet alleen in Amsterdam en Den Haag, ook in Arnhem, Nijmegen, Eindhoven en Zwolle keerden de kiezers zich bij bosjes van de christen-democraten af.
De bewoners van de slaapsteden en vinexwijken liepen over naar de VVD. De provincie Limburg - sinds het einde van de negentiende eeuw in confessionele handen - viel als een blok voor Geert Wilders. Het enige lichtpuntje dat Frissen en de zijnen ontwaarden, was de consolidatie in het noorden en oosten van het land. Zij het uitsluitend in kleine dorpen: 'Alleen in rurale, dunbevolkte delen van Friesland, Salland, Twente, de Achterhoek en Zuid-Oost-Brabant zijn nog gebieden aan te wijzen waar het CDA als grootste partij geldt.'
Rampzaliger kan een uitslag nauwelijks zijn. Of toch? De afgelopen weken werden steekproeven gehouden die er op wijzen dat het dieptepunt nog lang niet is bereikt. In de Staten van Groningen zouden de christen-democraten van negen op vier zetels terugvallen. Ze zijn dan gereduceerd tot de omvang van de ChristenUnie. Nog onheilspellender is de enquête die het Limburgs Dagblad hield: van achttien naar vijf zetels in het Gouvernementsgebouw in Maastricht! Als dat de landelijke trend is, mag het CDA zijn vingers aflikken bij een verkiezingsresultaat à la 2010. Veiligheidshalve heeft Maxime Verhagen al opgemerkt dat het 'te vroeg is om te spreken van herstel'. De vicepremier verwacht een halvering van het aantal zetels in de Eerste Kamer van eenentwintig naar tien. Maar het zouden er ook best minder kunnen zijn.
- Ze zijn dan gereduceerd tot de omvang van de ChristenUnie
Vlak na de verkiezingen van 9 juni interviewden Margalith Kleijwegt en ik Pieter Winsemius, die als lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid bezig is met een studie naar de klachten van de burger over de 'oude politiek'. Hij onderscheidde drie categorieën ontevreden Nederlanders. Als eerste de lager opgeleiden in de steden die zich klem voelen zitten tussen 'een kosmopolitische elite die op hen neerkijkt' en 'de migranten die naar hun idee te veel aandacht krijgen' en daarom op de PVV stemmen. Daarnaast 'pragmatici' die op het eerste gezicht in welvaart baden, maar 'hun belangstelling voor de traditionele politiek hebben verloren'. Er was nog een derde groep gefrustreerden waarop Winsemius de aandacht wilde vestigen: 'Volgzame burgers, een tikkeltje ouder, vaak woonachtig op het platteland', die vroeger meestal op het CDA stemden: 'Maar dat is niet vanzelfsprekend meer.' De oud-minister van VROM: 'Ze zijn van nature gezagsgetrouw maar kunnen het tempo van de modernisering niet meer bijhouden. De ontwikkelingen in de wereld gaan hun te snel. Ze waren gehecht aan hun buurtschool en hun buurtwinkel en die zien ze verdwijnen. Daarom haken ze af.'
Niet alleen de WRR, ook een adviesorgaan van de overheid als de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling maakt zich zorgen over die volgzame burgers die 'hun houvast kwijt zijn'. In De Groene Amsterdammer waarschuwde RMO-voorzitter Sadik Harchaoui voor een 'tweedeling tussen de multiculturele Randstad die meegaat in de wereldeconomie en het Nederland daarbuiten dat achterblijft'. In de provincie dreigde een naargeestige ontwikkeling: 'De bevolking krimpt, de voorzieningen nemen af. Dit leidt tot een naar binnen gekeerde mentaliteit, tot een roep om geborgenheid.' Een kolfje naar de hand van populistische partijen als de PVV.
'Recht uit het hart' luidt de wervende slogan op de CDA-affiches voor de Statencampagnes. De christen-democraten hebben zich de kritiek van de commissie-Frissen aangetrokken: ze waren een technocratische bestuurderspartij geworden, nu moeten ze weer warmte uitstralen en tussen de mensen gaan staan. Maar sociologische trends zijn moeilijk te keren. Het CDA heeft vorig jaar de steden en vinexwijken verloren. Het noorden en het oosten bleven de partij trouw, maar juist in die regio's leven grote bezwaren tegen het kabinet met gedoogsteun van Wilders. Het is niet ondenkbaar dat op 2 maart ook de dorpelingen afscheid nemen van het CDA.
