VN MediagidsProfeet Pronk
Politiek 27.12.2007
Het was alsof Mozes de Stenen Tafelen niet van de berg meebracht maar ze met overdonderend geweld naar beneden lazerde. In de hoofdstedelijke discussietempel De Rode Hoed hield Jan Pronk de jaarlijkse Den Uyl-lezing. Voor de man die van Vreeman, Wöltgens en De Vries geen partijvoorzitter mocht worden, had het uur van de wraak geslagen. Eindelijk kon de profeet het in de woestijn verdwaalde volk streng toespreken. Als het de dans om het gouden kalf niet opgaf, zou het beloofde land buiten bereik blijven.
Vooral Wouter Bos – die op de eerste rij zat – werd de oren gewassen. Hij had de solidariteit – het handelsmerk van Den Uyl – ingeruild voor vage begrippen als burgermansfatsoen. Wat een schrijnend gebrek aan principes! Het leek of Pronk rechtstreeks uit het boek Exodus was weggelopen: ‘Toen zeide de Heere tot Mozes: houw u twee stenen tafelen, gelijk de eerste waren, zo zal ik op de tafelen schrijven dezelfde woorden, die op de eerste tafelen geweest zijn, die gij gebroken hebt.’
Wat Pronk precies dwarszit – behalve dat hij niet tot partijvoorzitter is gekozen? De sociaal-democratie is volgens hem altijd de beweging geweest die zich de verheffing van de onderkant ten doel stelde. In binnen- en buitenland. Na de oliecrisis van 1973 durfde Den Uyl als premier te pleiten voor een stop op de economische groei. Geen verdere uitbouw van de consumptiemaatschappij meer, wél een autoloze zondag. Die nadruk op soberheid was destijds niet ongewoon. De commissie-Mansholt (secretaris: Jan Pronk) betoogde dat ongebreideld materialisme op een milieuramp zou uitlopen. De ‘small is beautiful’-partij PPR zat in het kabinet.
Zelfs het CDA noemde zijn eerste verkiezingsprogramma ‘Niet bij brood alleen’.
Inmiddels is de urgentie van het debat over solidariteit en duurzaamheid alleen maar toegenomen. De opkomst van het flitskapitalisme met zijn hedge funds en wereldwijde beleggingsmaatschappijen heeft de bodem weggeslagen onder het historisch compromis dat kapitaal en arbeid na de Tweede Wereldoorlog met elkaar sloten. Winst voor de eigenaars betekent niet meer automatisch dat de werkgelegenheid groeit. Bedrijven voeren saneringen door om de aandeelhouderswaarde te vergroten. Ondanks alle ontwikkelingshulp is de armoede op het donkere continent Afrika toegenomen. De milieuramp die Mansholt voorspelde, dreigt zich nu werkelijk voor te doen.
Ondertussen discussieert de Nederlandse politiek over: gaat Rita het winnen van Geert of andersom? De VVD investeert niet in de toekomst maar eist belastingverlaging – ook voor de hogere inkomensgroepen. Het CDA heeft verlaging van de hypotheekrenteaftrek en versobering van het pensioenstelsel taboe verklaard. De PvdA is er onder Wouter Bos van overtuigd geraakt dat verkiezingen niet zijn te winnen zonder steun van de welvarende middenklasse. Hulp aan de Derde Wereld werd pas op het laatste moment toegevoegd aan het wensenlijstje waarmee Bos de zeepkist werd opgestuurd. Schandelijk, vindt Pronk dat. De PvdA moet de partij zijn van de underdogs, de illegalen, de hongerenden in de Sahel-landen en de favela’s van Brazilië. Niet van de vadsige Nederlanders die aan hun wijn zitten te lurken in de tuin van hun doorzonwoning in Almere. Niet van de echtparen met twee auto’s voor de deur.
Is het een goed verhaal dat Pronk in De Rode Hoed hield? Nee, vind ik niet. Terecht dat hij de PvdA voorhoudt dat die partij – ook nu ze regeert – idealen moet durven koesteren. Idealen die ook leven bij de jongeren die op festivals als Lowlands met duizenden tegelijk colleges over stille armoede en de dreigende klimaatramp frequenteren. Alleen geeft Pronk geen antwoord op de vraag: hoe pleit je voor een consumptiestop voor de middenklasse en houd je toch de status van een grote partij die de verkiezingen kan winnen? Op 22 november 2006 verloor Bos de verkiezingen vooral in de suburbs rond de grote steden. De bewoners daarvan – vaak arbeiderskinderen die het met veel zweet en tranen tot bezitter van een eigen huis hebben gebracht – verkozen de zekerheid die Balkenende garandeerde boven de veranderingen in de AOW die Bos wilde aanbrengen.
Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de meest linkse begroting in tijden: met maatregelen die het milieu en de situatie in de probleembuurten moeten verbeteren. Bos heeft het geweten: op elk reisbureau liggen de petities tegen zijn plan om een belasting op vliegtuigtickets in te voeren. De dagbladen staan vol met de advertenties van de autolobby: ‘Stop Bos’. ING dreigt Nederland te verlaten als het vestigingsklimaat nog verder verslechtert. Sinds Den Uyl is geen minister zo in aanraking gekomen met de machtige arm van het bedrijfsleven als Wouter Bos. Hoe moet dat als de PvdA zich ontwikkelt tot de partij van de Afrikanen, allochtonen en illegalen – zoals Pronk bepleit?
Nu al dreigt de middenklasse – welvarend maar toch huiverig voor zijn toekomst – over te lopen naar de PVV en ‘Trots op Nederland’. Pronk heeft het zichzelf te makkelijk gemaakt door over die onheilspellende ontwikkeling met geen woord te reppen.
