VN MediagidsPremier van Nederland blijven, als doel op zich

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek / CDA 03.03.2010

Door Max van Weezel

Er was eens een partij die altijd aan de macht was geweest in Nederland. Langer dan de communisten in de Sovjet-Unie. Eerst noemde ze zich Roomsch-Katholieke Staatspartij, later werd het Katholieke Volkspartij. Na een fusie met de gereformeerden en hervormden ontstond het huidige CDA. Hoe het kwam dat de confessionelen altijd regeerden? Ze ruilden met het grootste gemak de ene voor de andere coalitiepartner in. Samen met de sociaal-democraten namen ze na de oorlog de wederopbouw ter hand. Totdat de roden te veel noten op hun zang kregen. Toen mochten de liberalen meeregeren.

En andersom. Kenmerkend voor de meeste van die kabinetten was dat de confessionelen er garen bij sponnen, maar hun coalitiepartner bij de verkiezingen werd afgestraft. Die kreeg dan het verwijt te veel te hebben ingeleverd. Reden waarom de liberaal Hans Dijkstal regeren met het CDA vergeleek met paren met een bidsprinkhaan, een insectensoort waarvan het vrouwtje de instinctieve gewoonte heeft na de daad het mannetje op te eten.

Begin jaren negentig hadden sociaal-democraten en liberalen schoon genoeg van de vraatzucht van de christen-democraten. Voor het eerst in de geschiedenis vatten ze de moed op samen een kabinet te vormen: Paars I. Onder fractieleiders als Enneüs Heerma en Jaap de Hoop Scheffer ging het snel bergafwaarts met het CDA. De partij kon haar draai niet vinden in de oppositie en verwerd tot een machteloze praatclub. Eigen schuld, dikke bult, vond een groepje partijveteranen. Als regeringspartij had het CDA zich laten verblinden door de arrogantie van de macht, luidde hun analyse.

- Beseft het CDA hoeveel irritatie het oproept bij alle andere partijen?

Nog voordat Paars aantrad, waren de oud-ministers Frans Andriessen en Til Gardeniers en Rabo-bankier Herman Wijffels bijeen gekomen voor een brainstorm op kasteel De Essenburgh in Hierden. Gardeniers werd naar voren geschoven om een commissie te leiden die de rampzalige verkiezingsuitslag van 1994 (het CDA had in één klap twintig zetels verloren, de PvdA was de grootste partij geworden) te evalueren. De commissie leverde ongenadige kritiek op de campagne die lijsttrekker Elco Brinkman had gevoerd: te persoonsgericht, te weinig inhoudelijk, te veel nadruk op de noodzaak van bezuinigingen, niet barmhartig genoeg voor de zwakken in de samenleving. Dat het CDA door anderen steeds meer als arrogant was ervaren, noemde de commissie 'terecht'. Ook werd het feit gehekeld dat premier Lubbers zonder de leden te raadplegen Brinkman tot kroonprins had gebombardeerd. De manier waarop het CDA zijn leider aanwees, moest worden gedemocratiseerd: 'De commissie stelt vast dat de keuze bij wie de politieke leiding van de partij in een kabinetsperiode dient te rusten, opnieuw bezien moet worden. Vooral in die gevallen waarin het politiek leiderschap gedurende verschillende kabinetsperioden door dezelfde persoon wordt gedragen, blijkt de loyaliteit met hem een belemmering te vormen voor op dualisme steunende democratische besluitvorming.'

Zestien jaar geleden is het dat het rapport-Gardeniers verscheen en in de tussentijd zijn de christen-democraten terug bij af. De 'ideologische herbronning' waarop ze zich in de jaren negentig richtten, blijkt een kort intermezzo te zijn geweest. Sinds ze in 2002 een strategisch pact met Pim Fortuyn tegen Paars sloten, zijn de christen-democraten onafgebroken aan de macht. Selectiever in het kiezen van coalitiepartners zijn ze niet geworden. Integendeel. Achter elkaar werden LPF, D66, VVD en PvdA met huid en haar opgevreten en weer uitgespuwd. Zonder uitzondering moesten die partijen hun deelname aan een kabinet onder leiding van het CDA bezuren met een forse verkiezingsnederlaag. Al probeerde de PvdA dat noodlot op het laatste moment af te wenden door zelf de stekker uit Balkenende IV te trekken. Tot nu toe overleefde alleen de kleine ChristenUnie een kabinet met het CDA zonder kleerscheuren.

Ook de arrogantie en zelfgenoegzaamheid zijn terug van bijna nooit weggeweest. Balkenende, ooit begonnen als een in inhoudelijke thema's als normen en waarden geïnteresseerde hoogleraar christelijk-sociaal denken aan de VU, ontwikkelde zich tot een machtspoliticus pur sang. Zijn wil was wet: de PvdA kon een langer verblijf in Uruzgan accepteren of vertrekken. Premier van Nederland blijven, lijkt het belangrijkste doel dat Balkenende zich stelt. Met wie (Rutte, Pechtold, Wilders of Halsema) doet er niet toe. Ook de dringende aanbeveling van Gardeniers dat het aanwijzen van de politiek leider moest worden gedemocratiseerd, is vergeten. Nog geen half etmaal na de val van zijn vierde kabinet liet Balkenende zich door het partijbestuur op het schild hijsen.

Zou het CDA beseffen hoeveel irritatie dat dominante gedrag oproept bij alle andere partijen?

Leve Paars Plus

Geplaatst door: Tchoutoye reacties

Goed artikel, alleen jammer dat van Weezel nalaat te verklaren hoe de arrogantie en zelfgenoegzaamheid van het CDA ervoor kan zorgen dat coalitiepartners worden afgestraft door de kiezer. Het "teveel hebben ingeleverd" argument komt neer op wrok en is niet erg rationeel. Door een partij je stem te onthouden draag je er allleen toe bij dat die partij nog meer moet inleveren. Of komt stemmen bij veel kiezers neer op zich instinctmatig onderwerpen aan de meer dominante leider binnen de politieke hierarchie?

Overigens kan je een partij moeilijk verwijten de eigen belangen voorop te stellen, ook niet als het meestal de grootste partij is.

Sportman of politicus?

Geplaatst door: a.doorgeest reacties

Om sommige mensen kun je blij zijn, dat ze de sport zijn ingegaan en niet de politiek. Louis van Gaal is hier een goed voorbeeld van. Wanneer Van Gaal in de politiek terecht zou zijn gekomen, zouden wij voor totalitaire toestanden en aanvalsoorlogen hebben moeten vrezen.
Binnen het domein van de Sport doet de man het al decennialang meer dan utstekend.
Bij Balkenende ligt het meer andersom: het gaat hier om het misplaatste en irritante uithoudingsvermogen van een Colijnadept, die ik liever op een atletiekbaan aan het werk had gezien, op Roland Garos, of waar dan ook, maar met name niet op het Binnenhof.
Of, om iemand te citeren die mij zeer dierbaar is: "Balkenende is groots in het kleine, maar helaas klein in het grootse" - een meer dan perfecte omschrijving van onze huidige MP.

[reageren]