VN MediagidsPolitieke vernieuwers streven naar duidelijke winnaars

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 31.05.2010

Door Max van Weezel

Aandoenlijk beeld op de BBC-televisie een paar weken geleden: tweeduizend aanhangers van de Liberal Democrats die voor het partijhoofdkantoor demonstreren voor invoering van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging.

Zelfs protestzanger Billy Bragg, die bekend staat als radicaal socialist, heeft zich bij hen aangesloten. Ze scanderen dat LibDem-leider Nick Clegg niet mag toegeven aan zijn nieuwe droomprins David Cameron. Het Britse districtenstelsel moet van de baan! Het bevoordeelt de grote en discrimineert de kleine partijen. Een toenemend aantal burgers kan zich daardoor niet in de uitkomst van de verkiezingen vinden. Geen wonder dat er in Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland zo’n kloof tussen de politiek en de bevolking bestaat.

- Clegg en Pechtold mogen zich geestverwanten noemen

Een week later zit ik in het Kamer­restaurant aan het Haagse Plein een discussie voor over hoe in Nederland het stelsel van evenredige vertegenwoordiging faalt. Ed van Thijn, die net een boek over kabinetsformaties heeft gepubliceerd, houdt de inleiding. Veteranen van het politieke vernieuwingsfront als Erik Jurgens en Bram Pe­per vallen hem bij. De evenredige vertegenwoordiging leidt ertoe dat héél veel partijen aan de verkiezingen kunnen deelnemen, maar niemand een overtuigende meerderheid haalt. Dus duiken de partijleiders nadat de stembussen zijn gesloten de achterkamertjes in om over een coalitieakkoord te onderhandelen. En komt er een kabinet waarin geen mens zich kan herkennen. Zoals in 1981 toen CDA’er Van Agt en PvdA’er Den Uyl fanatiek campagne tegen elkaar voerden. Het resultaat: het kabinet-Van Agt/Den Uyl. Of in 2006 toen de kiezer voor de keus werd gesteld: wilt u Balkenende of Bos? Vervolgens timmerde informateur Wijffels in het koetshuis van landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag een kabinet in elkaar waarvan Balkenende premier werd en Bos vice-premier. Met dalend vertrouwen in de politiek als gevolg. Het moet anders, vinden de ­pioniers van de staatsrechtelijke hervorming in het Kamerrestaurant. Een beetje meer zoals de Britten het doen.

Als Hans van Mierlo nog had geleefd, zou hij het een interessante paradox hebben gevonden: de politieke vernieuwers in Nederland streven ernaar dat verkiezingen duidelijke winnaars en verliezers opleveren en willen daarom van de evenredige vertegenwoordiging af. Terwijl hervormingsgezinde inwoners van Londen en omstreken juist hunkeren naar wat wat wij verafschuwen: achterkamertjespolitiek, formatiebesprekingen, gemarchandeer in de polder. Nick Clegg en Alexander Pechtold mogen zich met gepaste trots geestverwanten noemen, maar ze bepleiten precies het tegenovergestelde!

Van Thijn probeert in zijn boek een derde weg te schetsen. Hij vindt de oude droom van de D66 – voer een districtenstelsel in om de politici te dwingen campagne in hun eigen regio te voeren en laat de kiezers bovendien beslissen wie de volgende minister-president wordt – te radicaal. In Israël hebben ze zich een keer aan een experiment met zo’n gekozen premier gewaagd. Het resultaat was dat Ben­jamin Netanjahoe (die de gelukkige was) zaken moest doen met een parlement dat hem voor de voeten liep. Het werd een zooitje. Maar de oud-minister van Binnenlandse Zaken wil ook af van de nu heersende status quo: ver­kiezingen waaraan zelfs de Partij voor de Garnalen mag deelnemen, gevolgd door een volstrekt ondoorzichtige ka­binetsformatie. Van Thijn, zelf onderhandelaar in 1977 en informateur in 1981, vergelijkt de formatie zoals die nu plaatsvindt met ‘Grieks-Romeins worstelen, maar dan zonder publiek en zonder respect voor welke vuistregel dan ook’. Tegen de evenredige vertegenwoordiging pleit volgens hem dat die tot versplintering en versnippering leidt. Op lokaal niveau nog meer dan landelijk: in Zaanstad zitten nu al dertien fracties in de raad, in Den Bosch twaalf, in Heerlen elf.

Met steeds meer wispelturige kiezers doemt het spookbeeld op van de Republiek van Weimar die aan besluiteloosheid ten onder ging. Van Thijn wil dat voorkomen door de partijen aan te moedigen vóór de verkiezingen hardop te zeggen met wie ze willen samenwerken en met wie niet. Zoals de PvdA begin jaren zeventig deed toen ze met D66 en de PPR (nu: GroenLinks) een stembusakkoord sloot. Om dat te bevorderen, moet een kiesstelsel worden ingevoerd dat een premie op samenwerking stelt in plaats van – zoals nu – een straf. Een gematigd districtenstelsel dus.

In het Kamerrestaurant bepleitte Van Thijn dat Job Cohen snel gaat praten met Femke Halsema, Alexander Pech­told en Emile Roemer. Na de verkie­zingen kan het CDA aanschuiven. Of de VVD. De gezamenlijke linkse partijen staan dan een stuk sterker dan nu het geval is. Ik zou zeggen: meneer Cohen, wat let u?

 

[reageren]