VN MediagidsPlakken met Ploumen
Politiek 14.07.2009
Op 21 maart 1990 leed de Partij van de Arbeid bij de gemeenteraadsverkiezingen onverwacht een zwaar verlies. De Provinciale Statenverkiezingen van 6 maart 1991 liepen nog slechter af. 'Heer, wat heeft de PvdA misdaan?', vroeg fractieleider Thijs Wöltgens zich verbijsterd af.
Partijvoorzitter Marjanne Sint signaleerde 'vervreemding tussen de PvdA en het electoraat'. De partij moest weer op zoek naar 'het contact met de gewone kiezer in de wijk'. Op braderieën en markten werd een briefkaart verspreid die teruggestuurd kon worden. De kaart was opgesierd met de afbeelding van een menselijk oor ('ons belangrijkste partijorgaan'). De reacties waren niet hoopgevend: bejaarden klaagden dat ze de strijdbaarheid en het idealisme van vroeger misten, jongeren vonden de partij juist te weinig pragmatisch.
Vertegenwoordigers van de middenklasse noemden de belastingen te hoog. Ze vonden dat er te veel voor de uitkeringsgerechtigden werd gedaan. Uitkeringsgerechtigden spraken daarentegen van een gebrek aan solidariteit. Veel respondenten hieven een scheldkanonnade aan op 'de buitenlanders'. Bijna iedereen klaagde over de onzichtbaarheid van de PvdA. De sociaal-democratische bestuurders hadden zich opgesloten in het gemeentehuis. Op straat lieten ze zich zelden zien.
Vrij Nederland mocht van het partijbestuur gebruikmaken van de 'Oren', zoals de briefkaarten werden genoemd. Met collega Leonard Ornstein trok ik van Almere-Haven naar Klaaswaal, van Norg naar Nieuwegein. Overal kwamen we ontevreden PvdA'ers tegen. Ze stemden inmiddels op D66, GroenLinks of de Centrumdemocraten. Of ze stemden niet. Ouderen, jongeren, modale werknemers en arbeidsongeschikten - ze voelden zich allemaal door de PvdA in de steek gelaten. En koesterden tegenstrijdige verwachtingen van de partij. 'Het is een situatie,' concludeerden we, 'waarin de PvdA bijna onvermijdelijk tussen hamer en aambeeld dreigt te raken.'
Van het voornemen om vaker de wijk in te gaan, kwam weinig terecht. Zomer 1991 besloot het derde kabinet-Lubbers (minister van Financiën: PvdA-leider Wim Kok) te bezuinigen op de WAO. Met een crisis binnen de partij als gevolg. Luistervink Sint moest vervroegd aftreden. Kok kreeg tijdens zijn spreekbeurten in het land het verwijt dat hij de arbeiders had verraden.
Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 verloor de PvdA twaalf zetels. Maar het CDA maakte een nog grotere smak, dus werd Kok toch premier. Partijvoorzitters als Felix Rottenberg en Karin Adelmund deden hun best de gesloten partijcultuur te doorbreken. Maar het gevoel van urgentie was voorbij. Totdat Pim Fortuyn de PvdA in 2002 een nieuwe nederlaag bezorgde: tweeëntwintig zetels verlies. Loser Ad Melkert werd ingeruild voor Wouter Bos die 'vervreemding tussen de PvdA en het electoraat' signaleerde. De Fortuyn-aanhangers moesten worden teruggewonnen door de wijken in te gaan. De sociaal-democraten zouden voortaan serieus luisteren naar hun klachten. Het leverde Bos in 2003 een verkiezingsoverwinning op: negentien zetels erbij. Maar lang duurde de gerichtheid op de gewone man niet. Al snel schoven de PvdA-Kamerleden weer aan bij elk wetgevingsoverleg.
Torenhoog is inmiddels de stapel rapporten waarin wordt geconstateerd dat de PvdA haar naar binnen gekeerdheid moet overwinnen. De commissie-Van Kemenade stelde in 1991 voor een eind te maken aan de macht van de vergadertijgers en dossiervreters binnen de partij. De commissie-De Boer voegde daar in 2002 aan toe 'dat de Haagse kaasstolp aan diggelen moet worden geslagen'. De commissie-Vreeman schreef na de zeperd die Bos in 2006 haalde (negen zetels verlies): 'Velen voelen zich te weinig gehoord, zoals blijkt uit brieven, e-mails en webbijdragen van (voormalige) partijleden in reactie op de uitslagen van de afgelopen verkiezingen voor de Tweede Kamer en de Provinciale Staten.
Meer in het algemeen klinkt de kritiek dat de politieke koers van de partij te sterk door Den Haag en Amsterdam wordt bepaald en te weinig door de leden.' Maar veranderen deed er kennelijk niets. Nu is het de beurt aan de commissie-Dijksma om zich af te vragen: 'Wat is er in hemelsnaam mis met de Partij van de Arbeid?' Nou, bijvoorbeeld dat de partij bij de Europese verkiezingen werd gehalveerd terwijl D66, GroenLinks en de Partij voor de Vrijheid een goede uitslag haalden.
Dijksma en haar commissieleden herhalen wat Van Kemenade, De Boer en Vreeman ook al zeiden: 'De PvdA stelt zich te veel op als bestuurderspartij en te weinig als ideeënpartij en actiepartij.' Net als haar voorgangers Sint en Rottenberg gelooft partijvoorzitter Lilianne Ploumen heilig in het nut van 'naar de mensen luisteren' en 'de straat opgaan'. Toen vlak voor 4 juni op het Amsterdamse Leidseplein nog steeds geen PvdA-affiches bleken te hangen, nam ze zelf de lijmkwast ter hand (de actie 'Plakken met Ploumen'). Bij de komende verkiezingen in Venlo overweegt ze zich tijdelijk te vestigen in de stad van Sint Geert en Sint Maarten. Mooi. Alleen: zijn zulke initiatieven niet too little, too late?
