VN MediagidsPartijlijderschap
Politiek 16.09.2008
Anders dan in Londen, Berlijn en Parijs klinkt hier nog nauwelijks openlijke kritiek op de sociaal-democratische leider. Maar Wouter Bos zou toch eens vaker in Bos en Lommer moet gaan kijken.
Als ik in de omgeving van Berlijn ben, maak ik graag een uitstapje naar Werder aan de Havel. Twintig jaar geleden was het nog een slaperig Oost-Duits provinciestadje, nu is het een toeristische trekpleister geworden. De oude binnenstad is op een eiland in de rivier gebouwd. Op de Paradenplatz kun je koffie drinken onder de appelbomen. Ook een boottocht over de Havel hoort tot de vaste attracties. In deze pittoreske omgeving vond SPD-leider Kurt Beck zijn Waterloo. De Duitse sociaal-democraten zouden er een brainstorm houden. Pas toen hij was gearriveerd, hoorde Beck wat de bedoeling was. Niet hij maar minister Steinmeier van Buitenlandse Zaken zou het bij de volgende verkiezingen tegen bondskanselier Merkel opnemen. Behalve een nieuwe lijsttrekker was er ook al een nieuwe partijvoorzitter gevonden: oud-minister Müntefering. Voor beide functies had de SPD de elektricien uit Rheinland-Pfalz niet langer nodig. Beck vertrok met de staart tussen de benen naar zijn woonplaats Mainz. De putsch aan de Havel was geslaagd.
In Londen ontsnapte Gordon Brown dit weekend op het nippertje aan hetzelfde lot. De Labourleider, een knappe rekenmeester, maar niet gezegend met een groot charisma, werd geconfronteerd met een opstand van de aanhangers van zijn voorganger Blair in het Lagerhuis. De backbenchers wilden dat hun partij een frisse start maakte, onder een meer aansprekende leider. Brown had het geluk dat de belangrijkste kandidaat, minister David Miliband van Buitenlandse Zaken, de beker liever aan zich voorbij liet gaan. Het wachten is nu op de volgende muiterij.
De Volkskrant wijdde vorige week een artikel aan de malaise waarin de Europese sociaal-democratie zich bevindt. In Berlijn, Londen en Parijs – overal is het hetzelfde verhaal: de peilingen zijn onheilspellend, de leden lopen weg, volksvertegenwoordigers en lokale bestuurders maken zich de grootste zorgen over hun baantjes, de linkse partijen weten geen ideologisch antwoord te formuleren op de problemen die voortkomen uit de globalisering van de economie en de toenemende migratie. In Frankrijk praten de partijkopstukken – de ‘olifanten’ – zelfs niet meer met elkaar.
In een paper voor de Britse denktank Progress maakte Blairs oud-minister van Europese Zaken Denis MacShane eerder dit jaar een gunstige uitzondering voor de Nederlandse PvdA. Die zit in de regering (zij het als junior partner van Balkenende) en durft taboes te doorbreken waar de Britten, Fransen en Duitsers zich nog lang niet aan wagen. MacShane stelde Wouter Bos ten voorbeeld aan Brown, Beck en Ségolène Royal. Maar misschien kent het Lagerhuislid namens het kiesdistrict Rotherham de Nederlandse situatie niet goed genoeg.
Anders dan binnen de SPD is er hier nog geen coup aan de Maarsseveense of Reeuwijkse Plassen gepleegd. Anders dan in Londen durven de backbenchers aan het Binnenhof niet openlijk af te geven op hun partijleider. Het blijft bij gemor over details als: waarom heeft Wouter nooit tijd om met ons te praten en beperkt hij zich tot communiceren via sms’jes? Waarom moest hij zo nodig zeggen dat niemand er in koopkracht op achteruitgaat terwijl hij wist dat die belofte voor sommige ouderen, langdurig zieken en gehandicapten niet geldt? Maar zulke kritiek wordt alleen off the record gespuid. Anders dan de SPD en New Labour beschikt de PvdA ook niet over een Steinmeier of Miliband die de fakkel morgen nog van Wouter Bos zou kunnen overnemen. In de wandelgangen valt steeds vaker de naam van de Amsterdamse burgemeester Job Cohen als volgende lijsttrekker. Maar wil hij wel terug naar Den Haag? Minister Plasterk van Onderwijs wekt de indruk dat hij geen nee zou zeggen als de partij hem dringend vroeg de verantwoordelijkheid op zich te nemen. Maar win je met zo’n intellectueel aan het hoofd de verkiezingen wél? Zolang zich geen logische opvolger aandient, staat Wouter Bos sterk.
Dat neemt niet weg dat de PvdA dezelfde crisisverschijnselen vertoont als haar zusterpartijen elders in Europa. Volgens de laatste peiling van Maurice de Hond zou de partij nu nog maar vijftien van haar drieëndertig Kamerzetels behouden – een laagterecord. Electoraal verkeert de PvdA in een spagaat: de middengroepen klagen dat de partij er alleen voor de allerarmsten is, de poor whites voelen zich achtergesteld bij de allochtonen, de allochtonen vinden dat ze door politici als Jeroen Dijsselbloem worden gediscrimineerd. Ga daar maar eens aan staan.
Probleem is dat Bos zelf de stellige indruk wekt veel lol te hebben in zijn ministerschap van Financiën, maar zijn partijleiderschap eerder als partijlijderschap te ervaren. Eens in de zoveel tijd kondigt hij aan het debat over de globalisering en het integratiebeleid (‘de grote Nieuwe Sociale Kwestie van de komende decennia’) naar zich toe te willen trekken. Daarna hoor je maandenlang niets van hem omdat hij het te druk heeft met de begroting. Om de PvdA te redden, zou Wouter Bos vaker in Bos en Lommer, De Kruiskamp en Woensel-West moeten zijn in plaats van bij de ministers van Financiën in Nice.
