VN MediagidsOoraandoening
Politiek 13.05.2008
Gordon Brown wist wat hem te doen stond toen hij zelfs de rode bolwerken Reading en Southampton had verloren.
Gordon Brown wist wat hem te doen stond toen hij zelfs de rode bolwerken Reading en Southampton had verloren. De prime minister legde een plechtige verklaring af. Vervelend dat de lagerbetaalden zijn belastingmaatregelen verkeerd hadden begrepen en dat de eigenaren van doorzonwoningen in Kent en Essex hun heil bij de conservatieven hadden gezocht. Maar Brown was niet van plan zich bij deze droevige situatie neer te leggen. ‘Ik ga leiding geven en naar de mensen luisteren,’ zei hij op de uitslagenavond van de gemeenteraadsverkiezingen.
Een sociaal-democratische leider die aankondigt dat hij gaat luisteren – hoe vaak zou ik dat nu al hebben meegemaakt? En waarom lukt het uiteindelijk nooit?
Begin jaren negentig schreven Leonard Ornstein en ik het boek De verloren erfenis. Het slinkend vertrouwen in de sociaal-democratie. Niet over Labour, maar over de PvdA. De partij – toen aangevoerd door Wim Kok – had net de gemeenteraadsverkiezingen verloren, en niet zo’n beetje ook. De bewoners van de oude buurten waren massaal thuis gebleven. De jongeren ook. Partijvoorzitter Marjanne Sint signaleerde ‘vervreemding tussen de PvdA en het electoraat’. De partij moest weer op zoek naar ‘het contact met de gewone kiezer in de wijk’.
Dus werd huis-aan-huis een briefkaart verspreid die aan de PvdA teruggestuurd kon worden. De kaart was opgesierd met de afbeelding van een oor (‘ons belangrijkste partijorgaan’). Ongeveer duizend burgers reageerden. Ze beklaagden zich over hun uitkering die onder Kok achteruit was gegaan, de lange files op de snelweg en vooral over ‘de buitenlanders’. Ornstein en ik zochten een aantal van de respondenten op. Wat kwam er een rancune naar boven! Of ging het vooral om een gevoel van verlatenheid en verweesdheid? ‘Ik ben al langer dan veertig jaar partijlid, maar van de PvdA heb ik nooit iets gehoord,’ zei de tachtigjarige Jetze Koster uit het Drentse Norg. ‘De gewone man wordt overstemd door de vergadermaniakken,’ vond Peter Ferwerda uit Almere-Haven. Arie en Jet Schenk uit het Utrechtse Lombok bleek het niet in de eerste plaats om de vergadercultuur te gaan: ‘De concentratie van buitenlanders is hier veel te groot.’ Iedereen gaf de PvdA van alles de schuld.
Een paar jaar later volgde CDA-voorzitter Hans Helgers het voorbeeld van Marjanne Sint. Op het partijcongres verscheen hij met een groot plastic oor aan zijn hoofd – als bewijs dat hij naar de gewone man ging luisteren. Het leverde de gevestigde partijen allemaal bitter weinig op. De kritiek bleef dat ze regentesk, contactgestoord en in zich zelf opgesloten waren. In 2002 vaagde Pim Fortuyn het hele ancien régime weg.
Een nieuwe generatie politici beloofde het anders te gaan aanpakken. Geen Torentjesoverleg meer, geen smoezelige gesprekken in achterkamertjes. Vooral Wouter Bos legde eer in met zijn frequente bezoeken aan volkskoffiehuis De Aanloop in het Haagse Laakkwartier. Het vierde kabinet-Balkenende ging eerst honderd dagen het land in om de burger te leren kennen. Ik ken parlementariërs die de hele dag niets anders doen dan mailtjes van de bevolking beantwoorden.
Toch zet de aaibaarheid van de huidige lichting politici weinig zoden aan de dijk. Op Bevrijdingsdag leidde ik een discussie tussen de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher en Alex de Vries van De Telegraaf. De kloof tussen de politiek en de burger is de afgelopen jaren kleiner geworden, betoogde Asscher. Nee, groter, meende De Vries. Het publiek mocht stemmen. De Telegraaf-journalist won op zijn sloffen. We hebben het gevoel dat de politiek niet naar ons luistert, riep de zaal. Tegen zo’n gevoel helpen moderne dingen als weblogs, mailtjes en sms’jes geen zier.
Eigenlijk is de discussie weer terug bij af. In zijn jaarverslag signaleert vice-president Herman Tjeenk Willink van de Raad van State dat ook onder dit kabinet gedetailleerde afspraken in het regeerakkoord en ijzeren fractiediscipline een echt debat onmogelijk maken. Met wantrouwen bij de burger tegen de politiek als gevolg. In een interview met Vrij Nederland uitte de nieuwe PvdA-voorzitter Lilianne Ploumen dezelfde kritiek als Marjanne Sint destijds op Wim Kok. De partijleden melden haar dat ze zich verwaarloosd voelen. Ze vinden dat de PvdA zich in deze coalitie te weinig onderscheidt. Wouter Bos is herkenbaar als minister van Financiën, maar niet als partijleider, niet als ‘ónze man in Den Haag’. Ploumens panacee: de partij moet weer naar de mensen gaan luisteren. De straat op. Zo wordt het wiel steeds opnieuw uitgevonden.
Bos spiegelt zich aan zijn grote voorbeeld Kok, de vakbondsman die minister van Financiën werd en het uiteindelijk tot premier bracht. Ausdauer tonen en alsnog het Catshuis veroveren, is zijn devies. Maar in de peilingen staat de PvdA op een ongekend dieptepunt. Bos heeft het geluk dat er in Nederland voorlopig geen gemeenteraadsverkiezingen zijn. Anders was hij nu al geëindigd als een tweede Gordon Brown.
