VN MediagidsNiksig imago

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 14.01.2008

Door Max van Weezel

Het zal je maar gebeuren als kabinet. Nog geen jaar aan de macht en nu al zoveel liefdeloze commentaren. Van de fractievoorzitters van de regeringspartijen in de Tweede Kamer – traditioneel de steunpilaren van een coalitie – zou je warme woorden verwachten. Waarom gedragen Pieter van Geel, Jacques Tichelaar en Arie Slob zich dan zo afstandelijk?

Van Geel vlak voor het kerstreces van de Kamer: ‘Het kabinet beschikt over een prachtig regeerakkoord. Maar na de inspiratie moet nu de transpiratie komen.’ Zijn PvdA-collega Tichelaar zag lichtpuntjes: het generaal pardon voor asielzoekers, de huurbevriezing, het bestuursakkoord dat met de gemeenten is gesloten. Maar hoe moeten de problemen in het onderwijs en de gezondheidszorg worden opgelost? En wat gebeurt er met de topinkomens? Daarover bestaat binnen de top van het kabinet geen consensus. Tichelaar: ‘We hebben heel veel op papier gezet, maar nu moet het worden uitgevoerd.’ Fractieleider Arie Slob van de kleine ChristenUnie is nog veel zwartgalliger. Van de drie fractieleiders was de evangelisch bewogen Zwollenaar het meest te spreken over het regeerakkoord ‘Samen werken, samen leven’ dat vorig jaar februari werd gesloten.

Prachtig, die nadruk op het harmoniemodel en op het belang van jeugd en gezin! Maar Slob stoorde zich ernstig aan de maandenlange loopgravenoorlog tussen Piet Hein Donner en de PvdA over de versoepeling van het ontslagrecht. Het kabinet leek op een stelletje kleuters dat in een kringetje ronddraaide, vond hij. Reden om in december tegen de Volkskrant te zeggen dat de bewindslieden zelf schuld hadden aan hun ‘niksige imago’. Slob miste het samenbindende verhaal dat informateur Wijffels in Beetsterzwaag van Balkenende en Bos had weten los te peuteren. Inmiddels voerde het kabinet vooral oorlog met zichzelf. Ook de ChristenUnie-voorman hoopte dat de ministers in 2008 eindelijk daden zouden laten zien.

Met zulke vrienden in de Kamer heeft een kabinet geen vijanden meer nodig. Ook die zijn er in voldoende mate – van Mark Rutte die Balkenende IV voor ‘vreselijk links’ houdt tot Jan Marijnissen die vindt dat de centrumlinkse coalitie te weinig afstand neemt van het ‘neoliberalisme’. Van Alexander Pechtold en Femke Halsema die bang zijn dat het individu vermorzeld wordt, tot Rita Verdonk die haar opvolger Vogelaar verwijt dat ze alleen maar kopjes thee met imams drinkt. Nog even afgezien van Geert Wilders die zelfs de Koningin ‘multi-culti-onzin’ in de schoenen schuift. Maar van oppositiepartijen valt te verwachten dat ze woeste kreten slaken. Ernstiger is dat ook de steunpilaren van het kabinet het erover eens zijn dat de samenbindende factor is gaan ontbreken en dat er prachtige plannen worden gemaakt – op papier. Vernietigender kan kritiek op geestverwanten in het kabinet niet zijn.

‘We gaan een nieuw hoofdstuk schrijven,’ zei een hoopvol gestemde Balkenende toen hij op 7 februari 2007 in een feesttent in de tuin van het Catshuis het regeerakkoord presenteerde. Tuurlijk: het was niet leuk dat de verkiezingsuitslag had verhinderd dat hij met de VVD kon doorregeren. Maar daar stond tegenover dat er nu een kabinet aantrad dat blaakte van ambitie en elan. Gesteund door PvdA en ChristenUnie zou de premier niet langer met zijn rug naar de samenleving staan (een verwijt dat hem door de Jongeriussen en Terpstra’s van deze wereld voortdurend was gemaakt), maar de dialoog met de bevolking zoeken. Van nu af aan werd er geïnvesteerd in kwaliteit. Rond de Kerst wees Balkenende het verwijt dat zijn vierde kabinet uit niksnutten bestond, ferm van de hand. Kijk eens wat voor kloeke besluiten er waren genomen: er kwam geen referendum over Europa, er vertrok wel een nieuwe lichting soldaten naar Afghanistan. Eurlings pakte de files aan en er was een commissie die de bevordering van de arbeidsparticipatie ging bestuderen. Vervelend, die ruzies over het ontslagrecht, maar de premier betoonde zich ‘buitengewoon tevreden’.

Meent hij dat serieus? Slobs waarneming dat het kabinet binnen een paar maanden al zijn rode draad is kwijtgeraakt, kan moeilijk worden ontkend. De twee programma­ministers, die vraagstukken als de integratie en de chaos in de jeugdzorg op een onorthodoxe manier moesten aanpakken, hebben nog weinig uit hun handen gekregen. Vogelaar kan zonder financiële steun van de woningcorporaties geen prachtwijk aanleggen. Rouvoet dreigt bij de introductie van zijn elektronisch kinddossier vast te lopen op verzet van artsen, jeugdhulpverleners en gezinsvoogden die weigeren samen te werken. Departementen als Onderwijs en Eco­nomische Zaken zetten hun traditionele stammenstrijd onverminderd voort. Het meest dramatisch is dat Balkenende, Bos en Rouvoet niet zijn uitgegroeid tot een triumviraat dat samen leiding geeft aan de bewindsliedenploeg. Iedereen verzamelt zijn eigen kliekje om zich heen, premier en vice-premiers volgen elkaar met argusogen. Misschien een goed idee om in het nieuwe jaar eerst eens te gaan oefenen in samen werken en samen leven?