VN MediagidsLinkse zomeroorlog
Politiek 05.08.2008
De zomer van de Europese sociaal-democraten wordt beheerst door ideologische verwarring en electorale tegenspoed. En door clanoorlogen. Behalve in Nederland.
Fijne zomer beleven de Europese sociaal-democraten. In Duitsland moet partijleider Kurt Beck beslissen over het lot van oud-minister van Economische Zaken Wolfgang Clement, die door de stalinisten binnen de SPD als lid werd geroyeerd. Clement, vertrouweling van oud-bondskanselier Gerhard Schröder, uitte eerder dit jaar kritiek op de SPD-lijsttrekker in de deelstaat Hessen, Andrea Ypsilanti. Zij pleitte voor nauwe samenwerking met Die Linke, de Duitse geestverwanten van Agnes Kant en Jan Marijnissen.
Ook was ze voor sluiting van alle kerncentrales. Dat laatste schoot Clement in het verkeerde keelgat. Hij riep op niet op Ypsilanti te stemmen – tot groot ongenoegen van de Hessische SPD. Clement werd voor ‘rechts’ en ‘een pion van de atoomlobby’ uitgemaakt en uiteindelijk van zijn partijboekje beroofd. Het tegenargument dat hij in het verleden veel voor de sociaal-democratie had betekend, mocht niet baten. Zonder kadaverdiscipline kom je niet ver, denken ze in Duitsland wel vaker. Clement heeft intussen beroep tegen zijn royement aangetekend. Leuk voor Kurt Beck die toch al voortdurend het verwijt krijgt dat hij niet tussen rechts en links binnen de partij kan kiezen.
Weinig ontspannen zal het ook zijn toegegaan tijdens de vakantie van de Britse Labour-premier Gordon Brown. Anders dan zijn voorganger Tony Blair, die de zomer bij voorkeur doorbracht in de villa van zanger Cliff Richard op Barbados, koos Brown voor het badplaatsje Southwold aan de Engelse oostkust. Daar probeerde hij bij te komen van de klappen die de kiezers hem de afgelopen maanden toebrachten: Londen verloren aan de conservatief Boris Johnson, het proletarische Glasgow East aan de Schotse nationalisten. Ook wilde hij nadenken over de vraag hoe hij de opstand van belastingbetalers en automobilisten tegen het economisch beleid van zijn regering kon bedwingen. Maar dissidente partijgenoten gunden hem geen dag rust. Op 29 juli achtte minister van Buitenlandse Zaken David Miliband – een protégé van Blair – de tijd rijp voor een bijdrage aan de opiniepagina van The Guardian. De sociaal-democraten konden de conservatieven alleen verslaan als ze meer visie ontwikkelden op de toekomst, betoogde hij. De overheid moest taken overhevelen naar het maatschappelijk middenveld. De nadruk moest worden gelegd op het klimaatprobleem en op duurzaamheid. Dat lukte alleen als Labour een bondgenootschap aanging met Groenen en links-liberalen. Het artikel kon niet anders worden gelezen dan: bij Brown ontbreekt het aan zo’n visie. Aanhangers van de premier eisten meteen het ontslag van Miliband. Tot overmaat van ramp lekte dit weekend een memo van de hand van Tony Blair zelf uit. De geestelijk vader van New Labour oordeelde nog veel harder over Gordon Brown dan minister Miliband. De hervormingspolitiek die hij zelf had gevoerd, was onder zijn opvolger verwaterd. Het beleid van Brown noemde hij ‘betreurenswaardig leeghoofdig’. Midden in de zomer was een volwaardige clanoorlog uitgebroken binnen de Labourpartij. Sunday Telegraph-commentator Matthew d’Ancona sprak van ‘een kruising tussen een Shakespeariaanse tragedie en een ordinaire gangsterfilm’.
De botsing tussen rechtse en linkse sociaal-democraten, tussen hervormers en pragmatici, speelt niet alleen in Duitsland en Groot-Brittannië. Overal in Europa verkeert links in een identiteitscrisis. Op de website van denktank Progress zette Denis MacShane – Blairs minister van Europese Zaken – op een rij hoeveel nederlagen zijn geestverwanten de afgelopen jaren bij verkiezingen hebben geleden. De Franse socialisten verloren het van Sarkozy, in Italië werd de centrum-linkse coalitie weggevaagd door Berlusconi. Van alle EU-landen hebben alleen Groot-Brittannië, Spanje en Portugal een regering die door sociaal-democraten wordt gedomineerd. De Duitse SPD en de Nederlandse PvdA zijn gedegradeerd tot junior partner van de christen-democraten. Overal elders regeert rechts. Tien jaar geleden was dat andersom. Democratisch links heeft geen visie ontwikkeld op nieuwe problemen als immigratie, globalisering en het klimaatvraagstuk, constateert MacShane. Hij hoopt dat de sociaal-democraten er alsnog in slagen ‘een samenhangend stelsel van links-democratische waarden’ te formuleren.
Vergeken bij de broeders en zusters in Parijs, Rome, Londen en Berlijn staan de PvdA’ers in Nederland er relatief gunstig voor. Wouter Bos en de zijnen regeren – zij het in een positie waarin ze de tweede viool moeten spelen. De ideologische verwarring en electorale tegenspoed zijn even groot als elders in Europa. Volgens een peiling van Maurice de Hond zou de PvdA nu nog maar zestien van haar drieëndertig Kamerzetels overhouden. Maar clanoorlogen als in Duitsland en Groot-Brittannië zijn uitgebleven. Het meningsverschil tussen Mariëtte Hamer en Frans Timmermans over de wenselijkheid van samenwerking met de SP kon zonder al te veel heisa worden bijgelegd. En gelukkig voor Bos is Wim Kok geen man die vernietigende memo’s over zijn opvolger laat uitlekken.
