VN MediagidsLinks smoel

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

21.08.2007

Door Max van Weezel

Een paar maanden geleden stond ik met Jan Pronk te praten op het herentoilet van de Haagse Hogeschool. De Evert Vermeer Stichting had een Afrika-dag belegd en Pronk was – naast minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking en oud-president Rawlings van Ghana – de eregast.

Eerder die week had hij voor commotie binnen zijn partij gezorgd. Voor de VPRO-radio merkte Pronk op dat het schandelijk was dat er geen onderzoek naar de oorlog in Irak mocht worden verricht. Hij noemde het een blunder dat Wouter Bos vice-premier onder Balkenende was geworden. Pronk leverde harde kritiek op de koersloosheid van Bos: ‘Hij straalt uit dat hij het zelf niet weet.’ Als het zo doorging, werd de SP groter dan de PvdA, luidde zijn voorspelling.
Het partijbestuur probeerde de opmerkingen van Pronk als een bagatel af te doen. Volgens PvdA-voorzitter Michiel van Hulten koesterde de oud-bewindsman nostalgie naar de ideologische krachtpatserij van de jaren zestig en zeventig. Bos merkte na afloop van de ministerraad op dat Pronk nou eenmaal altijd kritiek had. Vlak voor de Afrika-dag van de Evert Vermeerstichting zei hij tegen de Volkskrant dat het uit moest zijn met de sociaal-democratische neiging tot zelfkastijding.

Dat sloeg op Pronk. De veteraan – hij is sinds 1966 actief in de PvdA – popelde van verlangen om uit te leggen waarom hij zijn partijleider had aangevallen. Toen we onze handen hadden gewassen, legde hij op de gang uit dat hij niets tegen Bos persoonlijk had. Maar als lid van de oude garde had hij meegemaakt hoe het vorige socialistische vice-premiers was vergaan: Anne Vondeling die in het kabinet-Cals had gezeten en daarna door zijn eigen partij aan de kant was gezet, Joop den Uyl die zich doodongelukkig voelde in het kabinet-Van Agt II, Wim Kok die het derde kabinet-Lubbers maar op het nippertje politiek had overleefd. Nu de PvdA ook nog eens concurrentie van de SP had, was het wel erg ongelukkig dat Bos de compromissen die hij met Balkenende en Rouvoet sloot, moest verdedigen in plaats van zijn eigen geluid uit te dragen. Wat Pronk betreft, moest de partij een koerszwenking naar links maken.

Half april was dat en inmiddels heeft de PvdA de ene na de andere crisis achter de rug. Michiel van Hulten uitte kritiek op de weigering van Bos om een extra belasting op topinkomens in te voeren en werd tot aftreden gedwongen. De commissie-Vreeman laakte het gebrek aan regie binnen de partij. De vice-premier raakte verstrikt in discussies over het ontslagrecht en de ex-moslim Ehsan Jami. Opvolgers voor Van Hulten als partijvoorzitter dienden zich niet in rotten van tien aan. Jonge talenten als Paul Depla (‘ik wil alleen als het een parttime functie is’) en Jan Hamming (‘ik wil alleen vice-voorzitter worden’) lieten het momentum passeren. Zodat de zevenenzestigjarige Pronk het verlossende woord durfde te spreken: hij wil het zelf gaan doen!

Pronk is altijd een criticaster geweest, zei Wouter Bos en daar zit veel in. Als minister van Ontwikkelingssamenwerking in het kabinet-Den Uyl hield hij aanvankelijk altijd het progressieve verkiezingsprogramma ‘Keerpunt ’72’ onder handbereik. Als de christen-democratische bewindslieden daarvan dreigden af te wijken, sloeg hij alarm. In 1989 trad hij toe tot het centrum-linkse kabinet Lubbers. Ondertussen liet hij doorschemeren dat hij het liever met de VVD had geprobeerd. Toen Paars er eenmaal was, maakte hij zijn collega’s voor onverbeterlijke regenten uit. Nu de PvdA met CDA en ChristenUnie regeert, zegt hij dat hij liever een coalitie met GroenLinks en de SP had gezien. Al die bedenkingen verhinderden niet dat hij bij elkaar zeventien jaar minister is geweest. In 2002 stapte Pronk uit de Kamer omdat hij zichzelf te oud vond. Nu is hij kennelijk weer vitaal genoeg voor een terugkeer in de actieve politiek. Hij wil de PvdA een links smoel geven.

Dat kan nog leuk worden voor Wouter Bos. Pronk heeft in het verleden bewezen niet voor een kabinetcrisis terug te deinzen. Hij was degene die aftrad vanwege Srebrenica en het hele kabinet-Kok in zijn val meesleurde. Pronk is voor het aanpakken van de topinkomens, tegen versoepeling van het ontslagrecht en voor een onderzoek naar Irak. Politiek het meest explosief zijn de bedenkingen die hij koestert tegen de missie in Afghanistan. ‘De Taliban wortelt te veel in de Afghaanse samenleving. Het zijn deels schoften met vuile handen maar ook zij hebben wel een punt. Wegbombarderen is geen optie. Je moet met ze praten!’ zei hij in Metro. Koestert Pronk nostalgie naar de tijd dat de zachte krachten aan de macht waren – zoals Van Hulten opperde? Vast wel. Maar in de verwarde PvdA van dit moment hoeft dat geen handicap te zijn.

Opmerkelijk genoeg zijn het de Jonge Socialisten die Pronk naar voren hebben geschoven. Wie zijn leeftijd een bezwaar vindt, moet maar denken dat Sjimon Peres net president van Israël is geworden. Op zijn vier­entachtigste.