VN MediagidsJammer dat het CDA niet luistert

Dat het CDA bij de verkiezingen twintig zetels verloor, lag aan het 'gebrek aan eensgezindheid' en de 'zelfgenoegzaamheid van de partijtop'. Een partijtop die 'als vanzelf rekende op regeringsverantwoordelijkheid'. De campagne werd gekenmerkt door een 'technocratische aanpak' en was 'te eenzijdig economisch van toonzetting'. Het sociale gezicht van het CDA werd verwaarloosd. Niet verstandig van een partij die met het evangelie als richtsnoer een appèl aan de samenleving wil doen: 'Als politiek nog alleen om economische en materiële belangen draait, kan net zo goed op een andere partij worden gestemd.'
Geen slechte analyse van de oorzaken van de gigantische nederlaag die het CDA op 9 juni leed. In werkelijkheid zijn de citaten afkomstig uit mijn notitieblokje van zomer 1994. In Doorn presenteerde Til Gardeniers haar vernietigende Rapport Evaluatiecommissie. De zelfgenoegzame partijleiders die 'als vanzelfsprekend rekenden op regeringsverantwoordelijkheid' heetten niet Jan Peter Balkenende en Maxime Verhagen maar Ruud Lubbers en Elco Brinkman. Hun campagne draaide niet om de heiligverklaring van de hypotheekrenteaftrek maar om de verlaging van de uitkeringen en de bevriezing van de AOW. De kiezers die de bijbelse bewogenheid misten, namen de benen naar D66 en de VVD. De partijtop beloofde plechtig dat ze de kritiek van Gardeniers ter harte zou nemen. Frans Andriessen, Jan Peter Balkenende, Piet Hein Donner, Ernst Hirsch Ballin, Ab Klink en Herman Wijffels schreven hun vingers blauw aan rapporten over de vraag hoe de christen-democratie de eeuwwisseling kon overleven.
Balkenende mocht als premier gestalte geven aan een CDA dat wél midden in de samenleving stond. Nu krijgt hij van de commissie-Frissen dezelfde kritiek als zijn verre voorgangers Lubbers en Brinkman. De grote verliezer van de Tweede Kamerverkiezingen sloot zich op in zijn Torentje en luisterde nog alleen naar spindoctors als Jack de Vries en Jeroen de Graaf. Die 'ijzeren ring van ondersteunende adviseurs' liet 'second opinions, kritische reflecties en input' niet meer door. Fractie en partijbestuur gedroegen zich als makke schapen. De laatste CPB-cijfers werden belangrijker gevonden dan het Evangelie volgens Mattheüs. De bestuurlijke cultuur was 'technocratisch en primair gericht op regeringsverantwoordelijkheid'. Voorjaar 2010 was het CDA weer even wereldvreemd geworden als in de zomer van 1994.
- Voorjaar 2010 was het CDA net zo wereldvreemd als in 1994
Verder na de klap van de commissie-Frissen is een onthutsend rapport. Al is het maar vanwege de grondige electorale analyse waarmee de notitie begint. Vlak na 9 juni hees tijdelijk partijleider Verhagen de stormbal: het CDA had zuidelijke provincies als Limburg aan de PVV verloren. If you can't beat them, join them, redeneerden Verhagen en zijn souffleurs Donner en Hillen. De christen-democraten moesten met gedoogsteun van Wilders regeren om de overlopers terug te krijgen. Uit de berekeningen van Frissen blijkt dat die strategie op één groot misverstand berust. Het CDA leed het zwaarst verlies in de grote steden, suburbs en vinexwijken in de Randstad. De stemmers in Amsterdam, Haarlem, Purmerend en Cappelle aan den IJssel liepen niet in de armen van Wilders maar zochten hun toevlucht tot Rutte. In de grote steden verloor het CDA meer aan de PvdA en D66 dan aan de PVV.
Het grootste probleem is dat de partij het contact kwijtraakte met de 'creatieve klasse', de jongeren, de middengroepen met een hoger opleidingsniveau en een inkomen boven modaal. Op het eerste gezicht geen reden de steven naar boze burgers en fans van het nationaal-populisme te wenden. 'Legendevorming over de verkiezingsnederlaag is riskant voor de analyse en de conclusies die de partij daaruit moet trekken,' zegt de commissie. Als het CDA wil dat de teleurgestelde kiezers in de moederschoot terugkeren, zit ze dan nu niet in de verkeerde coalitie?
Minstens zo pikant is de waarschuwing aan het begin van hoofdstuk twee van Verder na de klap: 'De politiek is in hoge mate verstatelijkt, verbestuurlijkt en verbureaucratiseerd. En om de afstand te verkleinen, gaan de politici steeds populistischer worden. Ondertussen verder in achting dalend bij de burger.' Om het tij te keren moet het CDA zich richten op 'het herwinnen van vertrouwen bij hen die zich in hun zorgen richten tot het populisme'. Met een eigen geluid, 'voorbij de verouderde tegenstelling links-rechts'. Maar hoe verhoudt die constatering zich tot de mededeling van Verhagen dat hij het liefst over rechts regeert en nog alleen in 'uiterste noodzaak' met een linkse partij als de PvdA samenwerkt?
Knap rapport heeft Léon Frissen geschreven. Jammer dat het CDA in de praktijk het tegenovergestelde doet.
