VN MediagidsHet land van egoïsten

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 25.09.2007

Door Max van Weezel

John Kenneth Galbraith was adviseur van Amerikaanse presidenten als Roosevelt, Truman, Ken­nedy en Johnson. Kennedy stuurde hem als ambassadeur naar India. De docent aan Har­vard University – hij overleed een jaar geleden – maakte vooral naam als auteur van boeken over de vrije markteconomie en de industrialisering. In 1958 schreef hij zijn magnum opus, The Affluent Society, in het Ne­der­lands vertaald als De Economie van de Overvloed. Klinkt paradijselijk, maar het was kritisch bedoeld. In het Amerika van na de Tweede Wereldoorlog was een egoïstische maatschappij ontstaan, luidde de conclusie van de presidentiële adviseur. De particuliere rijkdom kon niet op, maar de investeringen in het publieke domein bleven achter. Bovendien nam de inkomensongelijkheid toe: steeds meer miljonairs, maar ook steeds meer mensen die in armoede leefden.

Zijn boek inspireerde Lyndon B. Johnson tot The Great Society, een hervormingsprogramma dat voor Amerikaanse verhoudingen ongekend was. Ook in Nederland trok het de aandacht. De latere premier Den Uyl, toen directeur van de PvdA-denktank Wiardi Beckman Stichting, schreef op basis van Galbraiths ideeën het rapport Om de kwaliteit van het bestaan. Ook daarin stond dat de burger steeds welvarender werd, maar dat investeringen in bijvoorbeeld onderwijs en gezondheidszorg daaronder leden. Eenmaal premier, probeerde Den Uyl die ideeën ook in praktijk te brengen. Uitbreiding van de quartaire sector (welzijnswerk en buurthuizen) luidde het devies. En: nivellering van inkomens.

Ook de confessionelen predikten destijds soberheid en matiging van particuliere inkomensambities. Het eerste CDA-program heette Niet bij brood alleen. De kabinetten-Van Agt en -Lubbers draaiden de klok terug. De overheid werd ingekrompen. De geitenwollen sokken en straathoekwerkers vlogen weer de laan uit. Pas onder Pieter Winsemius en Ella Vogelaar drong het besef door dat prachtwijken in die tijd probleemwijken werden.

Veel van de boeken die ik in mijn studententijd moest doorworstelen, beginnen nu pas actualiteitswaarde te krijgen. Socioloog C. Wright Mills voorspelde in The Power Elite (1956) een maatschappij waarin niet de politici, maar de celebrities de toon zouden zetten. Zie hoe onze ministers zich omringen met Bekende Nederlanders als Paul de Leeuw en Daphne Bunskoek en je weet dat-ie gelijk had. Herbert Marcuse profeteerde in De Eendimensionale Mens (1964) dat de prestatiemaatschappij mensen zou opleveren die zich vervreemd van zichzelf en hun werk voelden. Niet slecht gegokt. Galbraiths aanval uit 1958 op de economie van de overvloed heeft anno 2007 eigenlijk meer relevantie dan in de tijd dat hij zijn bestseller publiceerde.

Nederland bulkt van de welvaart, toch blijkt het moeilijk geld voor de gezondheidszorg, de probleemwijken en bestrijding van de CO2-uitstoot te vinden. Onder leiding van de visionaire Herman Wijffels werd een regeerakkoord geschreven dat zulke thema’s prioriteit geeft. De prijs is dat de inkomens pas op de plaats maken. En dat grootverdieners, lease-autorijders en eigenaren van dure villa’s een veer laten. Balkenende, Bos en Rouvoet hebben de moed opgebracht om dat in hun eerste Miljoenennota te verdedigen. En kijk eens wat een gekrakeel er vervolgens uitbreekt! ‘Vreselijk,’ noemt VVD-leider Mark Rutte het kabinet dat in de probleemwijken en het milieu wil investeren. De hardwerkende Nederlander is volgens hem de dupe. ‘Een gruwelijk slechte linkse Miljoenennota,’ haalt Geert Wilders hem rechts in. ‘Henk en Wim betalen voor Achmed en Ali.’ Flip de Kam, zo’n beetje de enige columnist die ook kan rekenen, becijferde in NRC Handelsblad dat Henk en Wim alleen last van de belastingvoorstellen van Bos hebben als ze autorijden, roken, drinken en vaak op vliegvakantie gaan. Toch krijgt Balkenende IV van de rechtse politici de meest vreselijke verwensingen naar het hoofd geslingerd.

Ook het maatschappelijk middenveld slijpt de messen. ‘Als minister van Volks­huis­vesting en Milieubeheer heb ik ervaren dat de ANWB, De Telegraaf en de Tweede Kamer remmende factoren zijn,’ zei Pieter Winsemius deze zomer in TROS Kamerbreed. ‘Er zijn machtige lobbygroepen aan het werk.’ Dat blijkt ook onder dit kabinet pas goed. De Telegraaf werpt zich al weken op als tolk van de ‘boze’ en ‘tot wanhoop gedreven’ automobilisten. De ANWB houdt zich in, maar RAI, Bovag en de Vereniging van Nederlandse Auto­lease­maatschappijen hebben zich al verenigd in het actiecomité ‘Stop Bos.nl’. Neder­land zal dit najaar overspoeld worden met posters en bumperstickers. Want de organisaties vinden het een schande dat de dieselprijs wordt verhoogd terwijl de files niet worden aangepakt. In de Kamer heeft de VVD zich al bij het initiatief aangesloten. Op de website van de liberalen valt een speelse variant te lezen op het ‘Samen werken’ en ‘Samen leven’ van het kabinet: ‘Samen stilstaan’. Het kan bijna niet uitblijven dat er ook lobby’s worden gevoerd namens de rokers, drankorgels, villabezitters en ‘gezinnen die voor een welverdiende vakantie naar Spanje willen vliegen’ (Geert Wilders tijdens de Algemene Beschouwingen). Het publieke belang dreigt het af te leggen tegen de egoïsten die alleen maar op hun private welvaart uit zijn.