VN MediagidsHeerlijk helder

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 03.03.2009

Door Max van Weezel

Zouden PvdA-mastodonten als Ed van Thijn, Marcel van Dam en Bram Peper nog wel eens spijt hebben van het enthousiasme waarmee ze rond 1970 de polarisatiestrategie omhelsden? Ze wilden een eind maken aan de heerschappij van regenten die in achterkamertjes alles bedisselden. De PvdA moest duidelijk zijn. Er kwam een motie-Doniawerstal (partijleider Joop den Uyl moest harder oppositie voeren tegen het rechtse kabinet-De Jong) en een anti-KVP-resolutie (de PvdA ging pas met de confessionelen regeren als ze eerst kleur bekenden).

Samen met D66 en de PPR hoopten de sociaal-democraten een linkse meerderheid te krijgen. Den Uyl zelf was het er niet helemaal mee eens. Hij wilde eerst polariseren (de spanning opvoeren tijdens de verkiezingen) en daarna toch een coalitie sluiten met het midden. In 1973 leverde dat een ‘rood kabinet met een wit randje’ op. Helaas duurde het niet lang voordat de concurrentie het trucje ook onder de knie kreeg. VVD-leider Hans Wiegel bleek goed te kunnen polariseren. Hij had succes met slogans als ‘Houd Den Uyl uit het Catshuis’. De christen-democraten voelden zich gemangeld en bundelden hun krachten in het CDA. In 1977 zetten Van Agt en Wiegel de PvdA buiten de deur. De partij werd langdurig tot de oppositie veroordeeld.

Midden jaren tachtig keerden de sociaal-democraten terug naar het traditionele harmoniemodel. Ed van Thijn was op dat moment burgemeester van Amsterdam, Bram Pe­per burgemeester van Rotterdam, Marcel van Dam voorzitter van de VARA. Ze waren zelf regent geworden.

In maart 2008 besloot huidig partijleider Wouter Bos de strijdbijl uit het vet te halen. De PvdA moest weer de nadruk leggen op polarisatie en confrontatie, zei hij in een Volkskrant-interview naar aanleiding van het verschijnen van de Den Uyl-biografie van Anet Bleich. Doelwit waren dit keer niet de confessionelen die gedwongen moesten worden een toontje lager te zingen. Bos wilde een scherp debat met boerkadraagsters en moslims die weigerden een vrouw de hand te schudden. Op die manier kon de PvdA de kiezers terugwinnen die in 2002 in de ban waren geraakt van Pim Fortuyn.

Van de bedenkers van de term polarisatie keerde vooral Marcel van Dam zich fel tegen de nieuwe wending in het debat: ‘Op basis van eigen ervaring kan ik Wouter Bos garanderen dat de polarisatie die de PvdA nu zoekt met allochtonen een diepe afkeer zou oproepen bij Den Uyl.’ In haar ‘dagboek van een ministerschap’ onthult Ella Vo­ge­laar dat ze slaande ruzie met Bos kreeg over het interview. ‘Het heeft alleen maar verwarring geschapen,’ voegde ze hem toe. Bos liet zijn minister voor Integratie vervolgens fijntjes weten dat het aan haar softe houding te wijten was dat de PvdA onder de twintig zetels in de peilingen stond. Ze had voortaan zijn koers maar te volgen. Wat ze niet deed.

Een verwarrend begrip, die polarisatie. Dat blijkt ook uit de bundel opstellen die de Raad voor Maat­schap­pelijke Ontwikkeling (RMO) deze week publiceert. Is polarisatie in het integratiedebat bedreigend of verrijkend, wilde het adviesorgaan van de regering van zo’n zeventien auteurs weten. Verrijkend, vindt vooral de in Teheran geboren rechtsgeleerde Afshin Ellian. Een te agressieve toon kan weliswaar tot burgeroorlogen als die op de Balkan leiden, maar toch had Wouter Bos in zijn ogen gelijk. Haaks daarop staat de analyse van de sociologen Willem Schinkel en Mar­gue­rite van den Berg. In een land waar de etnische minderheden al bakken vol modder over zich krijgen uitgestort, is een pleidooi voor méér polarisatie niet helemaal serieus te nemen, menen zij. De PvdA-leider zal vooral opportunistische redenen voor zijn plotselinge koerswending hebben gehad: ‘Wouter Bos’ pleidooi moet worden gezien als partijpolitieke aanpassing aan de situatie waarin zijn partij wordt gezien als medeverantwoordelijk voor een te “soft” integratiebeleid.’

Zelfs als Van den Berg en Schinkel gelijk hebben, blijft het de vraag of de heerlijk heldere taal waarin de PvdA zich nu over boerkadraagsters, seksistische moslimmannen en Ma­rok­kaan­se relschoppertjes uitdrukt, electoraal zoden aan de dijk zet. In de bundel van de RMO potretteren filosoof Tsjal­ling Swier­stra en hoogleraar burgerschap Eve­lien Ton­kens de harde kern van de kiezers die zich voelen aangetrokken tot polariserende groeperingen als Trots op Nederland en de Par­tij voor de Vrijheid. Ze ‘zijn overwegend laagopgeleid, verdienen minder dan gemiddeld, zijn van het mannelijk geslacht en vertonen een duidelijke hang naar autoriteit’. Ze hebben niet alleen iets tegen migranten, maar ook iets tegen hoger opgeleiden, voorstanders van democratisering en vrouwen in topposities (behalve Rita, dan).

De PvdA moet wel erg veel water bij de wijn doen om zulke poor whites terug te winnen. Opiniepeilers geven Wou­ter Bos weinig kans op succes: Geert Wil­ders blijft onder Telegraaf-lezers en TROS-kijkers mijlenver voorliggen op de PvdA. Want dat is het vervelende van politiek: hoe hard je ook polariseert, er is altijd baas boven baas.

[reageren]