VN MediagidsHandel met voorkennis
Politiek 13.11.2007
Laat ik het maar meteen toegeven: sommige van mijn beste vrienden zijn voorlichter. Dat kan ook moeilijk anders, want de meeste directeuren communicatie van ministeries zijn oud-collega’s van me. Gerard van der Wulp en Henk Brons van de Rijksvoorlichtingsdienst ken ik al jaren: Gerard uit de tijd dat hij nog Haags redacteur van het NOS Journaal was, Henk als de auteur van spraakmakende interviews in de linkse Rotterdamse krant Het Vrije Volk. Met Jeroen Sprenger van Financiën volgde ik in de jaren zeventig colleges politicologie. Met Stephan Koole van Verkeer en Waterstaat zit ik tot op de dag van vandaag in het Nieuwspoort-bestuur. Cor Groeneweg van VWS en ik werkten samen bij Radio 1. Twee keer per jaar drinken we bij hem thuis whisky die hij importeert uit het Isle of Islay. Zijn vrouw Lucy zorgt voor de bijpassende rijsttafel. Het zijn aangename avonden. Van mij zul je niet horen dat een journalist geen rijksvoorlichter mag worden.
Choquerend dus dat Gerard, Henk, Jeroen, Stephan en Cor nu te boek staan als malafide figuren die computervredebreuk plegen, verslaggevers van de regionale dagbladen bespioneren en zich aan andere praktijken bezondigen die aan de DDR onder Erich Honecker doen denken. Van mijn kennissen in voorlichtingsland begreep ik dat ze op feestjes sinds deze week vreemd worden aangekeken. Je kunt daar nog beter zeggen dat je deel uitmaakt van de bende van Holleeder.
En dat allemaal door toedoen van een echtpaar dat het schrijven van artikelen over economie, vrouwenemancipatie en de sterftecijfers in ziekenhuizen voor de GPD-bladen inruilde voor het woordvoerderschap van de bewindslieden Donner en Aboutaleb. Hans van Soest en Sylvia Marmelstein bleven vanachter hun computer op Sociale Zaken de stukken bekijken die bij de GPD waren klaargemaakt voor publicatie. Alles kwam uit toen hun chef Bart van Leeuwen zijn minister in de gelegenheid stelde nog even de puntjes op de i te zetten. In een portret dat van hem zou verschijnen, stond dat Donner hervormd was in plaats van gereformeerd. Zulke slordigheid kon niet door de vingers worden gezien. Dus belde Van Leeuwen (een bescheiden jongen, in alles het tegendeel van de agressieve spindoctor) met James McGonigal van de GPD. Of die de religieuze denominatie nog even wilde rechtzetten. Verbazing bij McGonigal. Hoe kon Sociale Zaken een artikel kennen dat nog helemaal niet in aangesloten kranten als het Dagblad van het Noorden en BN De Stem was gepubliceerd? GPD-gate was geboren.
Is het gebruikelijk wat Van Soest en Marmelstein deden? Nee, dat geloof ik niet. Toch is het terecht dat Kamerleden als Arda Gerkens van de SP de regering om opheldering hebben gevraagd. Want waarom bekoekeloerde het echtpaar zijn voormalige collega’s? Wat zegt het over de cultuur bij Sociale Zaken dat de persvoorlichters meenden met hun amateurspionage de minister een dienst te bewijzen? Veel.
D66’er Jan Vis bedacht ooit de term ‘politiek-publicitair complex’. Vrij naar Dwight D. Eisenhower die bij zijn afscheid als president van de Verenigde Staten voor de invloed van het ‘militair-industrieel complex’ waarschuwde. Vis bedoelde dat politici, journalisten en voorlichters steeds meer tot één geheel samenklonteren. De politici hebben voor hun herverkiezing de media hard nodig. Probeer maar eens op de lijst te komen zonder optredens bij Den Haag Vandaag of Pauw & Witteman. De media zijn van de politici afhankelijk voor de primeurs en scoops die garanderen dat ze de concurrentie de loef kunnen afsteken. De voorlichters zorgen ervoor dat de politici en journalisten elkaar vinden. Zij zijn de makelaars die vraag en aanbod bij elkaar brengen.
Ikzelf beweeg me al zo’n dertig jaar binnen dat ‘politiek-publicitaire complex’ en heb in die tijd de macht van de voorlichters en pr-adviseurs gigantisch zien toenemen. Wilt u de onderwerpen van het gesprek met de minister tijdig aan ons opsturen, krijgen we de tekst van te voren nog even te zien – dat soort vragen wordt geregeld gesteld. Vorig jaar maakte ik mee dat bij een interview met minister Dekker de woordvoerder, de politiek adviseur en de speechschrijver aan tafel aanschoven. Allemaal met de pen in de aanslag. Het mocht vooral niet gebeuren dat we de woorden van de excellentie te vrij weergaven.
Ik weet hoe het op een parlementaire redactie toegaat: collega A. heeft staatssecretaris X. gesproken, collega B. minister Y. Iedereen probeert elkaar in kennis te overtroeven. Bij de voorlichters zal het niet anders gaan: ik heb met iemand van het AD gesproken, ik weet wat De Telegraaf morgen schrijft. Journalisten én voorlichters versterken hun eigen positie door hun collega’s net te snel af te zijn. Iedereen handelt met voorkennis – op de beurs is dat verboden. Geen wonder dat Van Soest en Marmelstein hun inlogcode bij de GPD gebruikten om indruk op Donner en Aboutaleb te maken. Hun gedrag is een logisch uitvloeisel van een systeem waarin journalisten en voorlichters te dicht op elkaar zitten.
