VN MediagidsGênant gedraai

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 09.10.2007

Door Max van Weezel

Afbeelding bij Gênant gedraai

Lief toch, hoe elk nieuw kabinet belooft afscheid te nemen van de door de Nederlanders zo gehate achterkamertjespolitiek. De eerste keer dat ik het meemaakte, was in 1994 toen eeuwige regeringspartij CDA bij het oud vuil werd gezet en oud-vakbondsman Wim Kok een paarse coalitie met de liberalen uitprobeerde.

‘Het dualisme vormt een kernpunt van onze benadering,’ zei Kok bij zijn aantreden. ‘Dualisme houdt in dat parlement en regering in open overleg tot overeenstemming komen.’ Het Torentje van waaruit voorganger Lubbers alles en iedereen regisseerde, zou buiten gebruik worden gesteld. De Kamer zou niet langer uit stemvee bestaan. ‘Het Torentjes-overleg leidt tot een bijna incestueuze verhouding tussen regering en regeringspartijen,’ aldus de nieuwe vice-premier Hans van Mierlo: ‘De rest van de Kamer hangt er maar een beetje bij. Dat is ongezond.’

Er kwam niet veel van terecht. De fractievoorzitters van PvdA, VVD en D66 begaven zich ondanks alle vrome voornemens elke woensdagmiddag naar het Torentje om met premier en vice-premiers de lunch (broodjes ham en kaas, kroketten, kopje groentesoep) te nuttigen. Afspraken worden er niet gemaakt, we informeren elkaar alleen, heette het naar buiten toe. Maar de verhoudingen werden al snel weer incestueus. Vooral Van Mierlo pikte het niet als zijn fractie het kabinet waarin hij heilig geloofde voor de voeten liep – zoals bleek bij het debat over de gouden handdruk van procureur-generaal Van Randwijck. Binnen de PvdA dwongen fractieleiders als Wallage en Melkert ijzeren fractiediscipline af.

In 2002 maakte Pim Fortuyn de kachel aan met de regenteske paarse bestuurders. Het CDA kwam weer aan de macht en Balkenende beloofde niet in de fouten van Kok te vervallen. De gedetailleerde regeerakkoorden werden afgezworen, voortaan kon met een overeenkomst op hoofdlijnen worden volstaan. De regering zou haar oor te luisteren leggen bij het parlement en bij de burger. Balkenende bij zijn aantreden: ‘Het kabinet wil werken aan herstel van vertrouwen, niet met mooie woorden, maar met herkenbare daden. Dat begint met een open oog en oor voor wat in de samenleving leeft. Door mensen op te zoeken. Te zien wat er leeft en speelt. De afstand tussen Den Haag en de burgers verkleinen.’ Mooi gesproken, maar het viel niet mee het uit te voeren. Binnen de VVD pleitte vice-premier Gerrit Zalm voor een ‘dualisme zonder brokken.’ Toen fractieleider Jozias van Aartsen op een referendum over Europa aandrong en de bevolking vervolgens nee zei, bleken er wel degelijk brokken te zijn gemaakt. Aan het Binnenhof nam de heimwee naar de broodjeslunch meteen toe. Was het toch niet verstandiger zulke verstrekkende besluiten samen met de fractieleiders voor te koken?

Februari 2007 bracht het christelijk-sociale kabinet-Balkenende IV. Uiteraard kon het niet achterblijven bij de democratische beloften van zijn rechtse voorgangers. Balkenende, Bos en Rouvoet pakten het een slag anders aan. Samenwerken, luidde het devies. Met de Kamer en met de bevolking. Om niet alles van tevoren dicht te timmeren, werd dit keer geen regeerakkoord, maar een vrijblijvender coalitie-akkkoord gesloten. Met ronkende teksten als: ‘Een dienende overheid is een overheid die burgers centraal stelt. De overheid laat burgers ruimte om initiatief te nemen en rust hen toe om voluit mee te doen.’ Maar al snel bleek er een weeffout in het kabinet te zitten. Alle drie de regeringspartijen stuurden hun voorman naar de Trêveszaal. Goed voor de sociale cohesie binnen het kabinet, maar dodelijk voor elke vorm van dualisme. Wie in de Kamer zou durven opstaan tegen de partijleiders die nu regeerden? ‘Voor PvdA en CDA zal de bescheiden rol zijn weggelegd van slippendrager en puinruimer,’ voorspelde Trouw al in januari. En de betreurde columnist Bart Tromp schreef: ‘Met de politiek leider in het kabinet is een gedweeë PvdA-fractie gegarandeerd.’

Zelf geloofde ik op dat moment Jacques Tichelaar, de nieuwe fractieleider, nog. Volgens hem bood het coalitie-akkoord genoeg ruimte voor ‘actief dualisme’. Hij zou tot het randje gaan. Maar Bart Tromp kreeg postuum gelijk. Zelden zo’n gênant gedraai meegemaakt als bij het PvdA-besluit om geen steun aan een tweede Europees referendum te geven. ‘Voor een nieuw (grondwettelijk) verdrag is een nieuw referendum nodig,’ stond nog te lezen in het verkiezingsprogramma Samen sterker. Werken aan een beter Nederland. Bos’ souschef Tichelaar zag in juni geen reden om tegen het referendum te zijn. Nu heet zo’n volksraadpleging opeens onnodig en onwenselijk. Wel honderd dagen het land ingaan om de burger te ontmoeten, maar het oordeel van de burger over Europa niet vertrouwen, wat een droefenis! Ik ben het niet vaak met Geert Wilders eens, maar wel met zijn uitspraak: ‘De PvdA heeft de ruggengraat van een banaan.’

Bij het CDA is de angst om het kabinet in gevaar te brengen nog groter. Daar noemt fractieleider Van Geel premier Balkenende zonder te blozen ‘mijn baas’.

Lang geleden dat het in Nederland zo was dat de burger een parlement koos dat vervolgens de regering controleerde.