VN MediagidsFührerprinzip

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek / wilders / Duitsland 12.10.2009

Door Max van Weezel

Afbeelding bij Führerprinzip
Illustratie: Bas van der Schot
Illustratie: Bas van der Schot

Waarom vergeleken Thijs Broer en jij in Vrij Nederland 39 de ondergang van de Republiek van Weimar met de huidige politieke situatie in Den Haag, wilden een heleboel lezers weten. Eerste oppervlakkige reactie: dat deden we helemaal niet.

Bij nader inzien: het was ook geen toeval dat Thijs en ik vlak voor de Duitse verkiezingen in Berlijn het Museum für Deutsche Geschichte, het Holocaust-Mahnmal en de Gedenkstätte für die verfolgten, verfemten und ermordeten Mitglieder in het gebouw van de Reichstag bezochten. We wilden weten waarom bij de oosterburen nog steeds geen Wilders is opgestaan en bij ons wel. Antwoord: de beladen geschiedenis waardoor daar iedere politicus die zich voor unverfroren rechts uitgeeft meteen in de hoek van de racisten en neo-nazi's wordt geplaatst. Geen goede uitgangspositie om de grootste partij in de peilingen te worden.

Waren we erop uit Wilde Geert met een nazi te vergelijken (daar sloeg de lezersvraag uiteraard op)? Nee. Daarvoor zijn de verschillen tussen het Duitsland van de jaren twintig en dertig en het Nederland van nu te groot. De Weimar-republiek (1918-1933) kwam voort uit de chaos na de Eerste Wereldoorlog. Het machtigste leger ter wereld was verslagen, de keizer had de benen genomen naar Doorn. Sociaal-democraten, christelijke politici en liberalen hoopten op parlementaire democratie. De economie was een puinhoop. Generaals konden hun nederlaag moeilijk verkroppen. In 1920 was er al de eerste poging tot staatsgreep en ruimden nationalisten de joodse minister van Buitenlandse Zaken Rathenau uit de weg. De beurskrach van 1929 maakte de situatie nog grimmiger: miljoenen werklozen voelden zich aangetrokken tot de heilsleer van Hitler, die in januari 1933 de macht greep.

Wat een verschil met het Nederland van 2009: na Noorwegen, Luxemburg en de Verenigde Arabische Emiraten een van de meest welvarende landen ter wereld. Gezegend met een middenklasse die de armoede al lang heeft verruild voor een doorzonwoning in Almere of Purmerend. Een middenklasse die zich wel met bang gemoed afvraagt of ze haar verworvenheden door de crisis niet zal verliezen. En dus geneigd is zich schrap te zetten tegen de nieuwkomers die ook naar de vleespotten van Egypte verlangen. Vervelend voor de gevestigde partijen die door veel kiezers te soft on immigration worden gevonden. Maar geen reden om bang te zijn voor een toekomst vol concentratiekampen en martelkamers.

Waarom waren onze Duitse gesprekspartners dan toch zo verontrust over de opkomst van anti-islambewegingen als die van Wilders? Waarom vond SPD-voorzitter Müntefering het nodig van leer te trekken tegen 'de rechtse pest die in Europa weer om zich heen begint te grijpen'? In Berlijn bleek geen enkel begrip te bestaan voor de populariteit van een partij die geen leden maar alleen een leider kent ('Dat is het Führerprinzip!') en die zelfs het niet op tijd komen van ambulances nog verklaart uit de grote bedragen die in de multiculturele samenleving gaan zitten (heeft Fleur Agema echt gedaan!). Maatschappelijke problemen wentel je niet af op religieuze en etnische minderheden, vinden ze in Duitsland. In Nederland spreekt dat niet meer vanzelf.

Wie de postertentoonstelling in het Museum für Deutsche Geschichte bezoekt, ziet meteen de overeenkomsten én verschillen tussen de Weimar-republiek en Nederland. Een overeenkomst: de vele partijen die zich tijdens de verkiezingscampagne op hun sterke leider lieten voorstaan - overigens niet alleen de nazi's maar ook de burgerlijke conservatieven en de communisten. Groot verschil: tegen het eind van de Republiek wemelde het van de paramilitaire organisaties die elkaar tijdens hoogtijdagen als de Eerste Mei te lijf gingen. De nazi's hadden hun SA, de communisten hun Rote Frontkämpferbund, de sociaal-democraten het Eiserne Front. Inclusief vaandels en vlaggen en strijdliederen als: Wenn wir marschieren / Wenn unsere Fahnen mit den Pfeilen wehen / Dann erschallt unser Ruf in die Rond / Wir sind die Eiserne Front. Zulk gedweep met gewelddadigheden bestaat in Nederland gelukkig niet.

Eén poster in het museum beneemt je wel de adem: de afbeelding van een gehandicapte met de tekst: '60.000 Rijksmark kost de levenslange verzorging van deze man. Volksgenosse, das ist auch dein Geld!' Afzender: het Rassenpolitisches Amt van de NSDAP. Je moet onwillekeurig denken aan de vragen van het Kamerlid Fritsma over de uit de hand gelopen kosten van allochtonen. Ook al is dat wat kort door de bocht.

'Het dient geen enkel doel om te beweren: dit is een replica van de nazi's,' zei Hitler-biograaf Sir Ian Kershaw onlangs over de PVV. 'Je kunt wel zeggen: deze retoriek is eerder gebruikt en kijk eens hoe gevaarlijk dat was.'

Geen slechte observatie.

 

 

[reageren]