VN MediagidsFleur Agema: Eén met Wilders

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek / wilders 08.03.2008

Door Max van Weezel / Thijs Niemantsverdriet

De PVV-fractieleden achter geert wilders beginnen zich steeds meer te roeren. meest opmerkelijke van het stel: Fleur Agema. Ze bindt de strijd aan met de bureaucraten in de gezondheidszorg. Maar vooral met de moslims.

Minister Voge­laar van wonen, wijken en integratie wist niet wat ze meemaakte. Op 23 januari behandelde de Tweede Kamer het rapport Lang zullen we leven van de themacommissie Ouderenbeleid. Over de AOW zou het debat gaan, de bevordering van de arbeidsparticipatie van 65-plussers en de problemen van homoseksuele ouderen in de verzorgingshuizen. Tot het PVV-Kamerlid Fleur Agema de katheder besteeg.

Zij wilde het niet hebben over ouderen in het algemeen, maar over de bewoners van een seniorenflat aan de De Gasperilaan in de Utrecht­se prachtwijk Kanaleneiland, de buurt waar haar voorman Geert Wilders vroeger als VVD-Kamer­lid woonde. ‘Deze senioren worden al jarenlang geterroriseerd door Marokkaans straattuig,’ zei Agema. ‘Ze worden bespuugd, uitgescholden, beroofd en mishandeld. De politie doet niets. Gesteld wordt dat het om enige tientallen raddraaiers gaat, maar volgens de bewoners gaat het eerder om tientallen straatterroristen op elke straathoek.’ Ze laakte de oplossing waarvoor de gemeente Utrecht koos: een hek om het complex, dat de raddraaiers op afstand moest houden. De omgekeerde wereld, volgens Agema: ‘De senioren voelen zich verschrikkelijk in de steek gelaten en kunnen de ellende nauwelijks meer aan. Zij betalen de rekening van de mislukte multiculturele samenleving en dat is een grof schandaal.’

Wie beweert dat de PVV alleen problemen signaleert en nooit oplossingen biedt? Fleur Agema deed dat wél: ‘Voorzitter, laten we een daad stellen vandaag. Laten we onze helden eren. Laten we die mensen in de Gasperilaan een douceurtje geven. Even een weekje weg van de bedreigingen en bespugingen. Ze hebben recht op vakantie en wel nu. Ik kondig meteen maar mijn eerste motie aan. Ik vind dat alle bewoners van het bejaardentehuis in de Gasperilaan onmiddellijk een weekje naar Spanje moeten, of waar dan ook naar de zon.’

In het regeringsvak zaten Donner en Voge­laar te giechelen. Agema had het gevoel dat ze door de ministers werd uitgelachen.

Tijdens de plenaire vergadering van 7 februari kwam ze erop terug: ‘De reactie van de minister geeft blijk van een stuitend gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef en realiteitszin. Voor mij betekent dit een gele kaart voor de minister voor Wonen, Wijken en Integratie. Zij is verantwoordelijk voor de leefbaarheid in de wijken. Het zou haar sieren als zij zou proberen om deze blunder te herstellen door de ouderen van de Gasperilaan excuses aan te bieden.’

De minister voor Wonen, Wijken en Inte­gratie weigerde dat te doen. Ze had lol zitten trappen met Donner, vertelde ze. Maar dat ging niet over de bedreigde en bespuugde bejaarden. Enige vasthoudendheid kan de Kamer­leden van de PVV niet ontzegd worden. Tot vijf keer toe bleef Agema die middag aandringen op het welverdiende reisje van de Utrechtse senioren naar de Costa Blanca.

Oprukkende islam
De PVV bestaat uitsluitend uit Geert Wil­ders, wordt vaak gezegd. En hij heeft maar één issue: de verderfelijkheid van de islam. Over de economische groei, het ontslagrecht of de kilometerheffing hoor je hem niet. Helemaal waar. Alleen: bij de PVV zijn ze met zijn negenen. In de Kamer begint de rest van de fractie zich steeds nadrukkelijker te manifesteren. Er is een onderwijswoordvoerder (oud-journalist Martin Bosma), een milieudeskundige (de Rotterdamse makelaar Barry Madlener) en een expert in koninkrijksrelaties (voormalig wijkagent Hero Brinkman). Ze nemen deel aan de plenaire debatten en commissievergaderingen.

Net als hun inspirerende voorbeeld vertonen ze alle acht de neiging bij elk overleg de oprukkende islam erbij te halen. De Kamervragen van Bosma gaan bijvoorbeeld over de schandelijke subsidies op Mekkareizen door scholieren. Madlener beperkte zijn bijdrage tot de discussie over de Nota Ruimte tot de constatering dat Nederland ‘overvol’ is: ‘Een strikter immigratiebeleid en een ruimhartiger remigratiebeleid zou een hoop problemen oplossen op het gebied van het woningtekort.’

De ongekroonde koningin van dit genre is de eenendertigjarige Fleur Agema, ontwerpster van beroep, oud-Statenlid in Noord-Holland en door Geert Wilders belast met de portefeuilles volksgezondheid, ouderenzorg en jeugdbeleid. Agema, met haar opvallende haardracht en kokette kleding een flamboyante verschijning, is tevens vice-voorzitter van de fractie. Mocht Geert Wilders onverhoopt in het ziekenhuis worden opgenomen met een ontstoken teen, dan is zij de nummer één van een partij die op dit moment goed is voor vijftien zetels in de peilingen.

Net als haar fractieleider is ze in staat grote maatschappelijke vraagstukken terug te brengen tot voor de achterban begrijpelijke statements. Een kleine bloemlezing uit haar bijdragen aan Kamerdebatten sinds november 2006. ‘Bent u met mij van mening dat wanneer kinderen van allochtone ouders bij voort­during de boel verzieken en met politie en justitie in aanraking komen, het gezin moet worden gedenaturaliseerd en uitgezet?’ (Age­ma over het integratiebeleid); ‘De kans op kindermishandeling is 7 keer hoger bij zeer laag opgeleide ouders, 5 keer bij werkloosheid van beide ouders, 3,5 keer bij een allochtone achtergrond en 2 keer hoger bij drie of meer kinderen’ (Agema over het jeugdbeleid); en: ‘We moeten het niet accepteren dat meisjes op een keukentafel worden gelegd en worden beroofd van hun vrouwelijkheid. We moeten dan het hele gezin uitzetten’ (Agema over de volksgezondheid).

Het stokpaardje van Fleur Agema is de ‘de-islamisering van de zorg’. Volgens de vice-fractievoorzitter van de PVV wemelt het nu van de misstanden: moslimvrouwen die behandeling door mannelijke artsen weigeren, moslima’s die niet door mannelijke broeders willen worden gewassen, islamitische ouderen die van de koks in hun verzorgingstehuis halal voedsel eisen, medewerkers van de thuiszorg die een tolk moeten meenemen omdat de patiënt slechts het Turks of Arabisch beheerst. Islamitische patiënten worden voorgetrokken boven hun autochtone lotgenoten, vindt ze. En dat alles op kosten van de overheid.

Over Agema’s toewijding en inzet bestaat bij collega-volksvertegenwoordigers geen twijfel. Ze werkt keihard, kent haar dossiers en legt tijdens debatten feilloos de vinger op de vele zere plekken in de Nederlandse gezondheidszorg: ambulances die pas arriveren als de patiënt al is overleden, eindeloze wachtlijsten terwijl je in België meteen wordt geholpen, knusse regionale ziekenhuizen die in het kader van de schaalvergroting worden opgedoekt, managers die de artsen en verpleegsters koeioneren en zich uitdrukken in vreselijk jargon. Als de Agnes Kant van rechts verdedigt ze de gewone man tegen de kille bureaucraten in de zorg.

Wel legt ze daarbij een bepaalde voorkeur aan de dag. Haar empathie gaat namelijk alleen uit naar de autochtone gewone man. Niet naar de moslims die met hun veeleisendheid de kosten in de gezondheidszorg alleen maar opstuwen. Als je aan hun verlangens toegeeft, is het einde zoek, meent Agema. Om dat te voorkomen, moeten de moslims ‘op het gebied van de zorg de normen en waarden van onze dominant joods-christelijke cultuur worden bijgebracht’, zoals Agema het verwoordde tijdens de begrotingsbehandeling van Volksgezondheid.

De wachtlijsten moeten worden weggewerkt en de ambulances moeten op tijd voorrijden. En wel nu. Hoe wil Agema dat betalen? Heel eenvoudig. Door te bezuinigen op zaken waaraan Nederland in haar ogen veel te veel geld uitgeeft: hulp aan de Derde Wereld, de bijdrage aan de Europese Unie, de prachtwijken van Vogelaar en de steun aan minderhedenorganisaties. Ze is er namelijk van overtuigd dat ‘dit kabinet alleen maar bezig is met lief zijn voor allochtonen, maar niet met het lief zijn voor de mensen die nu hard werken en straks ouder zijn en dan hulp nodig hebben’.

Running mate
Fleur Agema is nog geen grote naam op het Binnenhof, maar ze heeft al een politieke carrière achter de rug. In 2003 werd de ontwerpster uit Wormerveer gekozen in de Provinciale Staten van Noord-Holland – voor de Lijst Pim Fortuyn. Nog geen jaar later keerde ze de door ruzies geteisterde statenfractie de rug toe. Ze begon voor zichzelf – als Groep Agema. Als een foxterriër beet ze zich vast in de subsidieverstrekking door de provincie. Haar punt: de Nederlandse overheid spekt veel te royaal de kassen van stichtingen en organisaties in het maatschappelijke middenveld. Linkse stichtingen en organisaties, welteverstaan. Zoals de Milieufederatie Noord-Holland en de Stichting Stedenband Haarlem-Mutare. Geen woord over de subsidies die de provincie ook aan het bedrijfsleven en de boerenstand verstrekt.

Agema ging een samenwerkingsverband aan met de fortuynistische onderzoeksjournalist Peter Sie­belt, bekend van zijn research naar de vriendenkring van Volkert van der Graaf en het activistenverleden van GroenLinks-Ka­mer­lid Wij­nand Duyvendak. Resultaat: het dikke boek Sinis­tra. Politieke maffiosi op Haags, provinciaal en gemeentelijk niveau. Fleur Agema stelde zoveel vragen over de subsidiëring van de milieubeweging en Derde Wereld-fans dat ze er op het provinciehuis hoorndol van werden. Kracht­termen als ‘pure smaad’ vlogen door de Statenzaal. Met haar campagne tegen de Linkse Kerk viel ze op bij Geert Wil­ders. Hij haalde Agema over om zijn running mate te worden bij de verkiezingen van november 2006.

Aan het Binnenhof valt de vice-fractievoorzitter van de PVV op door haar tomeloze energie en fanatisme. Vorig jaar stelde ze maar liefst 131 Kamervragen, aanzienlijk meer dan de recordhouder op dit gebied, SP’er Agnes Kant. Opmerkelijk – zeker voor iemand die al enkele jaren lijdt aan posttraumatische dystrofie, een chronische ziekte die het lichaams­weefsel aantast. Hoewel ze volledig arbeidsongeschikt werd verklaard, werkt ze gewoon door. Aan het glossy magazine Miljonair legde ze uit hoe ze dat voor elkaar krijgt: ‘Ik kan heel veel niet, maar ik mediteer tweemaal per dag en zolang ik me niet al te druk maak, gaat het.’ Ook ontleent ze veel steun aan haar geloof in ‘het universele’.

Wie Fleur Agema in de Kamer hoort praten, denkt niet meteen aan kosmisch evenwicht. Daar blinkt ze vooral uit in onverbloemd taalgebruik. Het vocabulaire van haar leidsman beheerst ze tot in de puntjes. Vrijwel alles is ‘aanstootgevend’, ‘schandalig’ en ‘abject’.

Catfight
Anderhalf jaar na de verkiezingen weet de rest van de Tweede Kamer zich nog steeds niet goed raad met de frontale aanpak van Wilders en consorten. Terug naar het ouderendebat van 23 januari. Agema hield een vurig pleidooi voor de-islamisering van de bejaardenzorg. Kamerleden vroegen zich af wat ze in hemelsnaam bedoelde. Ze noemde voorbeelden: moslima’s die geen wasbeurt door een broeder verdragen, Marokkaanse en Turkse pensionado’s die geen woord Nederlands spreken. Niet te vergeten: ‘Er zijn verzorgingshuizen die maar liefst 650 dieetcombinaties hebben bedacht om te kunnen voldoen aan de dieetwensen van de 30 verschillende nationaliteiten in hun tehuis.’ De andere Kamerleden vonden dat Agema overdreef. Waarna een heksenketel uitbrak.

Ineke van Gent (GroenLinks): ‘U schetst een horrorscenario. Het is alleen maar een potje schelden. Het stelt mij diep teleur.’ En met een verwijzing naar Agema’s vers geknipte pony: ‘U heeft dan wel een nieuw kapsel, maar u heeft geen oplossingen.’

Fatma Koser Kaya (D66): ‘Dat uw intelligentieniveau niet zo ver gaat, begrijp ik.’
Van Gent: ‘Wat mevrouw Agema zegt, is volstrekte onzin.’ Agema: ‘De toon van dit debat glijdt af naar een bedenkelijk niveau.’

Van Gent: ‘Mevrouw Agema, met een potje jijbakken komen we er natuurlijk niet.’
De voorzitter: ‘We gaan normaal met elkaar om in deze Kamer. Dit soort kwalificaties moet men niet bezigen.’ Einde catfight.

Steeds harder praten
Bij haar collega’s in de Kamer roept Agema een combinatie op van ergernis en jaloezie. Want ze weet zich wel steeds in het middelpunt van de aandacht te manoeuvreren.

‘Ze bedrijft incidentenpolitiek,’ zegt Edith Schippers, vice-fractievoorzitter van de VVD en woordvoerder volksgezondheid: ‘Haar belangrijkste thema is de islamisering van de zorg. Wat dat precies inhoudt, is me nog steeds niet duidelijk. Het komt erop neer dat allochtonen dingen krijgen die autochtonen wordt onthouden. Wat mij stoort is dat ze het bij suggesties laat, dat ze haar stelling nergens op baseert. Ik vind het wel heel knap hoe ze alles steeds weer naar dat onderwerp toe weet te redeneren.’

Fatma Koser Kaya van D66, die Agema vaak tegenkomt in de commissies VWS en Jeugd en Gezin: ‘Veel Kamervragen stellen is voor oppositiepartijen een manier om de aandacht te trekken. Dat geldt voor mij, en voor Fleur. Maar die vragen moeten wel nut en noodzaak hebben. En daar twijfel ik bij Fleur wel eens aan. Ze komt soms met opmerkingen die ik niet snap. Bijvoorbeeld die islamisering van de zorg. Wat bedoelt ze daar nou mee? Als ik haar dat vraag, heeft ze daar eigenlijk geen goed antwoord op. Of als ze weer eens roept: de toestanden in de zorg zijn vreselijk, het moet allemaal anders. Dan vraag ik haar: hoe dan? Ook geen antwoord. Als je misstanden aan de kaak stelt, vind ik ook dat je met oplossingen moet komen. Dat doet Fleur niet.’

Ineke van Gent: ‘Ze poneert, maar ze debatteert niet. Als je haar om uitleg vraagt, gaat Fleur steeds harder praten en herhaalt ze haar eigen stellingname alleen maar. De monologen vliegen je om de oren. Met flink heftige uitspraken soms. Als ik haar hoor, denk ik wel eens: zelfs een losse stoeptegel is voor haar nog de schuld van de islam.’

Schippers, Koser Kaya en Van Gent nemen er alledrie aanstoot aan dat Agema haar radicale plannen voor de gezondheidszorg nooit van een solide financiële basis voorziet. Edith Schippers: ‘Als alle voorstellen van de PVV werden uitgevoerd, zouden de ziektepremies moeten worden verdubbeld. Ze laten niets doorrekenen dus hoeven ze nergens verantwoording voor af te leggen. Het is altijd: haal maar weg bij Ontwikkelingssamenwerking of bij Vogelaar. Ze willen uit één pot tien dingen dekken. Fleur geeft bakken met geld uit, elke dag.’ Schippers heeft het sterke vermoeden dat er een uitgekiende strategie schuilgaat achter de lawine aan moties die Fleur Agema over het parlement uitstort: ‘Ze neemt zulke radicale standpunten in dat ze opzettelijk de andere partijen van zich vervreemdt. Ze dient moties in waar niemand mee kan instemmen, zodat de PVV vervolgens alleen komt te staan. Ik weet zeker dat ze al die moties opspaart zodat ze bij de volgende verkiezingen kan zeggen: ik heb dat destijds voorgesteld maar toen was u tegen. Fleur is niet geïnteresseerd in het samenwerken met anderen.’

Verpleger
‘Ik ben altijd patsboem geweest,’ zegt Agema zelf. ‘Ik heb geen vierendertig rapporten nodig om te weten dat jongeren die zich misdragen in een opvoedingsinrichting moeten worden gestopt.’ In de commissie Volksgezondheid en de commissie Jeugd en Gezin stoort ze zich aan discussies die alleen maar over stelselherzieningen gaan, en nooit over de gewone man. ‘Ik trek me het lot van mensen aan. Net als Geert. Die wilde vroeger altijd verpleger worden. Hij is een heel sociaal voelende jongen.’

Agema: ‘De PVV wil 13,4 miljard euro bezuinigen op ontwikkelings­samenwerking en flink snijden in het ambtenarenapparaat. We willen dat illegalen geen aanspraak meer kunnen maken op gratis zorg. Dat levert ook 42 miljoen op. We zorgen wel voor financiële dekking. We maken alleen andere keuzen.’

Agema geeft toe dat ze bij het ouderendebat van begin dit jaar wel erg hard op haar collega’s in de Kamer heeft ingehakt: ‘Toen ik het verslag teruglas, dacht ik: nu wordt het wel erg persoonlijk. De volgende keer gooi ik er wat meer liefde in.’