VN MediagidsDebatten doen nu sterk denken aan het schilderij van Weissenbruch ‘Vismarkt te Den Haag’
Politiek 30.09.2011
Op de laatste avond van de Algemene Beschouwingen vertelde een Kamerlid me over de alcoholcontrole die hij net op de Lange Vijverberg had meegemaakt. Wilt u even blazen, vroeg de dienstdoende agent beleefd. Agressief stapte de automobilist uit: 'Doe eens normaal, man!' Het is een scène die zich in Nederland voortaan wel vaker zal afspelen. In de wandelgangen worden al grappen gemaakt over Mark Rutte, die naast zijn drukke bezigheden als premier gastdocent is aan het Haagse Johan de Witt College. Wat de scholieren zullen zeggen als hij de orde in de klas wil handhaven? 'Doe eens normaal, man!'
De gevestigde orde bevindt zich in crisis. Sinds de opkomst van populistische partijen als LPF en PVV doen Kamerdebatten sterk denken aan het schilderij van Weissenbruch Vismarkt te Den Haag. Tijdens de formatie van 2010 schoven Rutte, Verhagen en Wilders vertegenwoordigers van het An-cien Régime zoals de informateurs Lubbers en Tjeenk Willink ruw terzijde. Er moest en zou een minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV worden gevormd. Tijdens zijn proces daagde Wilders de Amsterdamse rechters uit. Het rechtssysteem in Noord-Korea was nog beter dan het Nederlandse, de thermostaat in het Paleis van Justitie stond zo laag dat het verblijf in de zittingszaal veel weg had van de Goelag Archipel. Als Wilders werd veroordeeld, zouden miljoenen Nederlanders hun vertrouwen in de rechterlijke macht verliezen. Dat verbale geweld miste zijn uitwerking op de magistraten niet.
- Verbeet ziet meer door de vingers dan haar voorganger.
Afgelopen week was politiek Den Haag weer aan de beurt. Job Cohen gedroeg zich als de bedrijfspoedel van het kabinet-Rutte; Nebahat Albayrak moest zich schamen voor het inhalige gedrag van haar nicht Nurten; Gerdi Verbeet was aan een goede diëtiste toe en de premier moest eens normaal doen, man! De gevestigde partijen wisten niet hoe ze Wilde Geert van repliek moesten dienen: was het beter stilzwijgend aan zijn provocaties voorbij te gaan (Blok), hem beleefd tegen te spreken (Cohen), of te zeggen hoe diep je je schaamde (Van Haersma Buma)? Voor het resultaat maakte het niet veel uit. Roeptoeter Wilders domineerde met zijn uitspraken alle journaals en talkshows.
In de jaren tachtig laakte toenmalig Kamervoorzitter Dick Dolman de ondraaglijke saaiheid van het bestaan aan het Binnenhof: 'Nederlandse parlementariërs spreken vervelend, slecht, onpersoonlijk en afgezaagd.' Wat meer levendigheid kon de Kamer goed gebruiken. Vergeleken met het House of Commons en de Knesset is de Kamer lang een toonbeeld van ingetogenheid geweest. Ministers mochten niet van leugens worden beticht, hoogstens van het debiteren van onwaarheden. Een enkel grofgebekt Kamerlid werd uit de vergaderzaal gezet (NSB'er Rost van Tonningen en communisten De Visser en Wagenaar), maar dat gebeurde niet vaak. Tot 2001 bestond de regel dat onwelvoeglijk taalgebruik door de Kamervoorzitter uit de Hande-lingen werd geschrapt. 'U maakt er een knoeiwinkel van' sneuvelde, net als de oneerbiedige termen 'potverdorie' en 'verdomme'. Begin deze eeuw mocht SP'er Agnes Kant van Kamervoorzitter Weisglas het woord 'lulpraat' nog steeds niet in de mond nemen. Maar sinds radio en televisie de debatten live uitzenden, heeft handhaving van de schrapbepaling weinig zin meer. En de opkomst van de populisten stelde nieuwe eisen aan het parlement. Gerdi Verbeet, die Weisglas in 2006 opvolgde, ziet meer door de vingers dan haar voorganger. Wilders mocht minister Vogelaar 'knettergek' noemen en invoering van een kopvoddentaks bepleiten. Ook bij de Algemene Beschouwingen stelde ze zich terughoudend op. Té terughoudend, volgens Weisglas: 'Waarom greep Verbeet niet in?' Ook Dolman zou de tirades van Wilders waarschijnlijk niet over zijn kant hebben laten gaan.
Hij wilde meer levendigheid, maar ook vasthouden aan de 'verbale fatsoensregels'.
Een deel van de Kamer is ongelukkig met het tempo waarin de taal van de straat tot de statige vertrekken aan het Binnenhof is doorgedrongen. Op Radio 1 onthulde Jeroen Dijsselbloem (PvdA) dat Jan Schinkelshoek (CDA), Johan Remkes (VVD) en hij tijdens de vorige zittingsperiode van de Kamer de koppen bij elkaar staken: kon er niets worden ondernomen tegen de om zich heen grijpende hufterigheid in het parlement? Collega's hadden hun initiatief moralistisch genoemd, de taalverruwing was nu eenmaal een feit. Dus was er niets van gekomen. Afgelopen week stelde Kees van der Staaij (SGP) voor opnieuw over de 'uiteenlopende ideeën die over fatsoen bestaan' te praten. Hopelijk komt hij verder dan Dijsselbloem en de zijnen. Want op dit moment maken de hooligans in de Kamer net zo'n oorverdovend lawaai als de supporters van ADO Den Haag.
